Laibach - Volk

Mute Records

Jan Vael8 november 2008

Volk

Een ordinaire popgroep kan je Laibach bezwaarlijk noemen, maar met hun achtste studioalbum ‘Volk’ komen ze toch dichter in de buurt dan ooit tevoren. Een mogelijke verklaring? Voor dit project, een verzameling bewerkingen van nationale volksliederen, werkten ze op muzikaal en productioneel gebied samen met het ook al Sloveense duo Silence. De neoklassieke en folkinvloeden op ‘Volk’ mogen we dan ook in hoofdzaak op hùn rekening schrijven.


Het ondoorgrondelijke Laibach werd in 1980 boven de doopvont gehouden in Slovenië, en groeide algauw uit tot een van de meest spraakmakende avant-garde bands van haar generatie. Via hun imago (bijvoorbeeld optreden in uniformen) en artwork provoceerden ze doelbewust en flirtten ze openlijk met de beeldtaal en symboliek van totalitaire regimes en ultrarechtse bewegingen. De ironie hiervan ontging velen, en dus werden deze fake-fascisten meer dan eens verkeerd begrepen. In hun eigen land waren ze zelfs jarenlang verboden.

De muzikale exploten van dit kunstenaarscollectief, hoewel sterk verschillend van album tot album, kunnen nog het best getypeerd worden als orkestrale bombast met veel gevoel voor dramatiek (hetzij in een industriële, metal- of technoverpakking). Drie jaar na het eerder dansvloergerichte ‘WAT’ komt Laibach nu op de proppen met ‘Volk’, waarop ze minder “over the top” klinken dan we van hen gewend zijn. Na conceptalbums rond onder meer The Rolling Stones, The Beatles, oorlog en vrede en religie, concentreerden de heren zich ditmaal op datgene wat heel wat naties bindt: het “nationaal”, zeg maar patriottisch gevoel van haar bewoners.

Elke track op deze cd is gebaseerd op en geïnspireerd door een oorspronkelijk nationaal volkslied, en heeft ook telkens een of meerdere gastzangers. Het gaat daarbij om nummers die ofwel ooit een belangrijke rol speelden binnen de geschiedenis van het land in kwestie (zoals het heldenepos Das Lied der Deutschen, de inspiratiebron voor opener Germania) of tot op vandaag nog gelden als het nationale anthem. En dat Laibach nog steeds de controverse niet schuwt, blijkt uit het feit dat ze hier en daar tekstuele kanttekeningen plaatsen bij de handelingen van bepaalde staten (America). In Yisra’el versmelten ze dan weer de nationale hymnen van twee met elkaar verbonden landen, Israël en Palestina.
Vele volksliederen op deze plaat zijn amper als zodanig herkenbaar. De zware, declamerende stem van de zanger van Laibach is dat wél, en deze contrasteert mooi met de hoge, soms ietwat gezwollen klinkende vocalen van Silence-zanger Boris Benko die ook op heel wat tracks te horen is. Over het algemeen beschouwd spreken de uitstapjes richting akoestische folk (met piano, strijkers en dergelijke meer) ons minder aan, en lijken de beste tracks zich ergens middenin het album te bevinden.

Anglia
was reeds vooraf op single verschenen. Ook Rossiya, waarop we naast elektronica ook een kinderkoor horen, klinkt relatief toegankelijk en zelfs vrij hitgevoelig (naar Laibach-normen welteverstaan). Francia biedt een knappe afwisseling tussen kalme en heftiger passages, op het einde van Espana komt de typisch bombastische sound van Laibach weer even bovendrijven. In het uptempo Türkiye leidt de geslaagde clash tussen industriële elektronica en klassieke vrouwenstemmen zelfs naar een dansbare climax.

‘Volk’ sluit af met trompetgeschal en fanfaremuziek, zijnde het volkslied van NSK, de fictieve staat zonder grondgebied en landsgrenzen waaraan de groep sinds zijn ontstaan wordt gelinkt.
Dit album is ook verkrijgbaar in een gelimiteerde editie met in het cd-boekje handgeschreven uitleg bij elk van de veertien tracks, geïllustreerd met aquareltekeningen gemaakt door de band zelf. ‘Volk’ is een bij de eerste beluistering een verrassend, maar toch weer erg knap Laibach-opus geworden!
← Terug naar overzicht