Iron & Wine - The Shepherd's Dog
Sub Pop Records
Tom Wouters — 8 november 2008

En dan is het herfst en vallen de bladeren. En de kastanjes. Elk jaar hetzelfde melancholische liedje. En dus trotseren we meewarig de waaiende wind en gaan we op zoek naar herfstplaatjes. Een cd’tje waaraan je je warmen kan, als in de moederschoot, omdat we daar intussen te oud voor zijn. In het verleden heeft Iron & Wine al bewezen dat hij het kan, warmbloedige albums afleveren, dus onze hoop is op zijn nieuwste ‘The Shepherd’s Dog’ gericht.
Lelijke hoes. Goed, daar zijn we ook al vanaf, zodat we ons voor de rest van deze recensie kunnen focussen op de belangrijke dingen in dit leven: de muziek. Sam Beam, de man achter Iron & Wine, blijft voor ons vooral de zachte weemoedige stem, wiens muziek troost biedt op donkere, stormachtige dagen. Vooral ‘Our endless numbered days’ is in dat opzicht een album waar we niets dan goede herinneringen aan koesteren.
Daarna maakte Iron & Wine nog een ep’tje met Calexico, een album waar we iets minder weg van waren, al lijkt die zet wel zijn vruchten af te werpen voor het nieuwste album. ‘The Shepherd’s Dog’ is namelijk niet ‘Our Endless Numbered Days’, deel 2, maar een duidelijke evolutie in het oeuvre van Beam. In interviews heeft hij het zelf over zijn ‘Swordfishtrombones’, wat we zelf ietwat overdreven vinden – ‘The Shepherd’s Dog is geen complete stijlbreuk – maar er valt wel iets voor te zeggen. Ons lijkt het lijkt meer dat Iron & Wine eindelijk ook kleurpotloden gebruikt in zijn schetsboek, in plaats van met zijn vertrouwde grijze potlood te blijven werken. Om maar te zeggen dat zijn muziek voller klinkt.
Iron & Wine is dan ook geëvolueerd naar een band, waarbij vooral de percussie een opvallende rol speelt. Handjesgeklap, djembés – zoals in Boy With A Coin : het komt allemaal aan bod, maar nergens wordt er een echt drumstel bij gehaald. In dat opzicht is ook White Tooth Man het vermelden waard: een opzwepend nummer – op een geitenwollensokkenmanier dan – waar Beam een aantal tribale invloeden in verwerkt. Krijgersmuziek voor de “faint at heart”, of zoiets.
Het enige wat er op dat album aan te merken valt, is het gebrek aan echte uitschieters. Even denken we bij Carousel Love dat we bij het eerste echte hoogtepunt zijn beland, maar dan begint Beam te zingen, en horen we die toegevoegde tremolo op zijn stem. Zoiets vinden wij dan jammer. Niet dat het album slecht is, verre van zelfs, maar nummers die onmiddellijk een plaats krijgen in ons persoonlijk Pantheon van all-time favourites, horen we niet direct. Dat was bij ‘Our Endless numbered Days’ wel anders. Toch zou het best kunnen dat, als we nog nooit van Sam Beam gehoord hadden, deze recensie nog veel lovender zou geweest zijn.
Het ideale herfstplaatje is ‘The Shepherd’s Dog’ niet geworden. Daarvoor richten we ons nog steeds tot Lewis & Clarke. Toch bewijst Iron & Wine opnieuw dat hij meer is dan een man met een gitaar en een baard. Shit, en we hadden ons nog zo voorgenomen om niet over die baard te beginnen.
