Debauchery - Back in Blood
AFM records
Kris Hadermann — 8 november 2008

Als er vorig jaar één band was die ons dermate wist te verrassen dat we nog steeds met een getormenteerde nekwervel zitten, dan was dat wel Debauchery tijdens de Gentse Feesten. Niet alleen live trouwens, want toen we ons ‘Torture Pit’ aanschaften, hoorden we een band die Six Feet Under volledig uit ons geheugen wiste. Eens kijken - en vooral luisteren - of ook het potsierlijk gepresenteerde ‘Back in Blood’ (parodie op ACDC’s 'Back in Black') zo’n kanjer is geworden.
Als je verwacht dat je vanaf de eerste noot tegen de muur van je kamer geblazen zult worden, dan hebben we slecht nieuws. Het minste wat je kan zeggen is dat ze het roer drastisch omgooien en een enorm risico nemen door (tijdelijk?) vaarwel te zeggen aan de brutale death metal. In de opener weigeren de gitaren om nog maar één keer te hameren of een blast te lossen. Het kinderlijke drumwerk kan nooit loskomen uit de achtergrond. Armoedig groovende en logge gitaaraanslagen, inclusief een handvol jankende solo’s die recht uit de jaren ’70 komen, maken de anticlimax compleet. Tot die categorie van fout gelopen experimenten behoren onder andere Death Metal Maniac en Butcher of Bitches.
De vocalen zijn daarentegen helemaal niet veranderd. Nog steeds weet zanger Thomas zijn slijmerige grunt en bloeddorstige schreeuw te laten interageren met elkaar. Dat in combinatie met die verrotte jaren ’70-sound heeft ongeveer hetzelfde effect als Christina Aguileira die woest gruntend een ouverture van Mozart zou brengen. Ook ongewijzigd is de overvloedige aanwezigheid van bloed in de lyrics. Opnieuw vertellen zij het evangelie van een zekere “bloedgod” die geregeld gevoederd moet worden. Catchy punchlines, zoals “Back in blood, we are a killteam”, vinden gemakkelijk de weg naar jouw tong. Tijdens die titeltrack krijg je eerst enkele welgemikte snaarvonken op je gezicht, vooraleer een opgefokte, thrashy aandoende riff een eerste keer de death metalziel van Debauchery ontbloot. Masters of the Killing Art voert het tot dan toe constante mid-tempo al een tikkeltje op. Daarbij gilt een gitaar het op een bepaald moment uit, alsof ze anaal verkracht wordt door de kreunende baslijn. Maar ook tijdens die wildere songs hoor je nog duidelijk dat het hamerende snaarwerk erg hees klinkt.
Dat geldt voor de voltallige verzameling nieuwe nummers. De bonus-cd bevat nog enkele covers met o.a. een te droge versie van Genesis’ I can’t Dance, een verrassend blastende Weisses Fleisch van Rammstein en hogesnelheidstrein Kings of Metal van Manowar. Concluderend moet toch gezegd worden dat Debauchery nooit ACDC als muze had mogen gebruiken. Daar hebben ze zich, net als hun dubbelgangers van Six Feet Under, serieus in verslikt.
