Confuse The Cat - Kericky
Zeal Records
Frank D'hanis — 10 januari 2009

We geven het grif toe: meestal krijgen we het vliegend schijt van al die zwartzakkerige postpunkgroepjes die de laatste tijd her en der schijnen op te duiken. Maar voor een bende jolige Monty Pythonaficionado's die al eens graag een song schrijven vanuit het standpunt van een vis, maken we graag een uitzondering.
Koi heet het desbetreffende openingsnummer en het is meteen het hoogtepunt op 'Kericky', de vierde worp van dit Antwerps-Limburgse viertal. Begeleid door kurkdroge Gang of Fourdrums en een pulserend Arcade Fireriffje, zingt frontman Geert Plessers de ziel uit zijn kieuwen. Het tragische verhaal over een eenzame Japanse goudvis is zonder meer aangrijpend, zelfs voor ons, niet-vissen.
En meteen hebben we ook de twee belangrijkste muzikale referentiepunten van 'Confuse The Cat' genoemd. 'Kericky' probeert vrij consequent de dwingende groove van postpunkpioniers Gang of Four aan de melodieuze grandeur van eerder vernoemde, epische Canadezen te koppelen. En dat lukt behoorlijk.
En meteen hebben we ook de twee belangrijkste muzikale referentiepunten van 'Confuse The Cat' genoemd. 'Kericky' probeert vrij consequent de dwingende groove van postpunkpioniers Gang of Four aan de melodieuze grandeur van eerder vernoemde, epische Canadezen te koppelen. En dat lukt behoorlijk.
Luister bijvoorbeeld eens naar Get The Bullets. Net wanneer je luidkeels "To Hell with Poverty" mee wil schreeuwen, word je plots om de oren geslagen met een zanglijn die blijkbaar van de Arcade Firetourbus gevallen is. Hetzelfde met Yeah Yeah : 43 seconden Joy Division, gevolgd door smachtend gescandeer, dat ons weer iets te vertrouwd in de oren klinkt.
Confuse The Cat heeft duidelijk goed geluisterd naar zijn muzikale helden. Misschien iets te goed. Zo durven we wedden dat zelfs Tom Smith Paul's Eyes niet kan onderscheiden van wat zijn Editors doorgaans bij elkaar sehnzuchten. En op Snakey Eyes komt U2's The Edge even langs om In The Name Of Love mee te spelen. Goede nummers, daar niet van, maar we hebben het allemaal nog al gehoord.
Confuse The Cat heeft duidelijk goed geluisterd naar zijn muzikale helden. Misschien iets te goed. Zo durven we wedden dat zelfs Tom Smith Paul's Eyes niet kan onderscheiden van wat zijn Editors doorgaans bij elkaar sehnzuchten. En op Snakey Eyes komt U2's The Edge even langs om In The Name Of Love mee te spelen. Goede nummers, daar niet van, maar we hebben het allemaal nog al gehoord.
De band is op z'n best wanneer het minder platgereden paden bewandelt. Zoals op Jackal At 10' O Clock, waar The Clash and The Birthday Party samen op jakhalsklopjacht gaan. Of het op een simpele groove gestoelde Black Birds, een bijna zeven minuten durende noise-excursie die echter geen moment verveelt.
De groep weet hoe je de ogenschijnlijk tegenstrijdige adjectieven catchy en gloomy combineert tot een stevig rockend geheel. Helaas ontberen ze vooralsnog de durf om zich los te scheuren van hun muzikale voorbeelden. Een beetje meer gebrek aan respect en experimenteerdrift zou Confuse the Cat zeker deugd doen. Misschien nog wat meer Monty Python kijken dan?
De groep weet hoe je de ogenschijnlijk tegenstrijdige adjectieven catchy en gloomy combineert tot een stevig rockend geheel. Helaas ontberen ze vooralsnog de durf om zich los te scheuren van hun muzikale voorbeelden. Een beetje meer gebrek aan respect en experimenteerdrift zou Confuse the Cat zeker deugd doen. Misschien nog wat meer Monty Python kijken dan?
