‘Buurman, wat doet u nu?’. De legendarische uitspraak van Kees Flodder is het eerste wat ons te binnen schoot bij het beluisteren van de debuutplaat van Buurman, de Limburgse band die zich in een mum van tijd tot de lieveling van Radio 1 wist op te werken. Buurman schuwt de risico’s op ‘Rocky Komt Altijd Terug’ niet. Het kiest zowaar voor een dubbelaar, al bevat het tweede schijfje enkel instrumentale tracks en wat spoken word. Voer voor liefhebbers van filmmuziek. Maar die eerste plaat is er eentje om gekoesterd te worden door elke Vlaamse muziekliefhebber.
Een nieuwe naam in de Nederlandstalige muziekwereld is Buurman niet. De band timmert al sinds 2001 aan de weg, maar kwam pas echt boven water dankzij (of ondanks) Zo is er maar één. De grote doorbraak kwam er met de single God, Ik En Marjon die niet weg te branden was van Radio 1. De bevestiging kwam snel met Pas 18, ook zo’n nummer dat in je hoofd blijft ronddwalen, uren nadat je het een eerste keer hebt beluisterd. Die twee ‘hits’ zijn meteen ook de twee beste songs van ‘Rocky Komt Altijd Terug’.
Maar er staat zeker nog meer lekkers op dat debuutplaatje. Mooi Weer En Fruitsla of het fijne Middellandse Zee bijvoorbeeld, waar Johnny Cash zelfs om de hoek komt loeren (Het is hier hiel erg fijn geweest aan de Middellandse Zee / Ik had gerust wat langer willen blijven / Maar Johnny Cash zingt zacht terwijl de zon roodgloeiend wegzakt / There’s nothing wrong with going home tonight). Qua sfeerschepping kan dat wel tellen. Zanger Geert Verdickt bezit de gave om fraaie teksten neer te pennen, die nog meer kleur krijgen door de vaak mooie, erg diverse muzikale invulling en je zo doen wegdromen.
Buurman combineert de melancholie van Gorki, de klasse van Raymond van het Groenewoud, het metier van De Mens en de muzikale rijkdom die af en toe doorklinkt op ‘Maanzin’ van Pieter Embrechts. Maar Buurman palmt met ‘Rocky Komt Altijd Terug’ vooral ook een eigen stek in het Nederlandstalige spectrum in. De muziek van het vijftal lijkt bij momenten weggeplukt uit een Italiaanse kwaliteitsfilm.
Zijn er dan geen schoonheidsfoutjes op dat fijne debuutplaatje? Tuurlijk wel. Verloren Muzikant is bijvoorbeeld een mager beestje. En dat tweede schijfje, dat al gebruikt werd om het wielergala ‘De Flandrien’ op te luisteren, lijkt meer op een sollicitatie om in de toekomst de soundtrack van een Vlaamse topfilm of serie te leveren. De bijdrage van Jenne De Cleir kan ons ook niet of nauwelijks boeien.
Maar na drie songs met grote onderscheiding (God, ik en Marjon; Pas 18; Middellandse Zee), twee met onderscheiding (Mooi Weer En Fruitsla; Rocky) en vier met voldoening (Pruimelaar; Heel Fijn Feest; Annemie; Andere Kant), kunnen we enkel besluiten dat Buurman cum laude slaagt voor zijn eerste grote examen. ‘Rocky Komt Altijd Terug’ is een uitstekend debuut. Tatjana Simic zou het nog lekker vinden ook.