Bob Mould - District Line
Beggars Banquet Records Ltd
Kevin Vergauwen — 8 november 2008

Over een tweetal jaar vieren we een halve eeuw Bob Mould. Dat de man gedurende zijn hele carrière een trendsetter was voor de alternatieve muziekscène is een understatement. Waar hij in de jaren tachtig de fundamenten voor de grunge legde met Hüsker Dü, deed hij in de jaren negentig hetzelfde voor de huidige indie-rockscene met Sugar. Bovendien waren de soloalbums van het homo-icoon, naar eigen zeggen, belangrijke inspiratiebronnen voor bands als Death Cab For Cutie, Clap Your Hands Say Yeah en Interpol.
Grijs bebaard, met een haarlijn waar Herr Seele alleen maar van kan dromen en een stem die af en toe kleine ouderdomsverschijnselen begint te vertonen, serveert Bob Mould zijn zevende sololangspeler (buitenbeentjes 'LiveDog98' en 'Long Playing Grooves' niet meegerekend). Een plaatje met hoogtes en laagtes waarop, geheel in de lijn van ‘Body Of Song’, de scherpe sound van wijlen Sugar af en toe hoogtij viert. Al moeten we toegeven dat het niveau van cultplaat ‘Copper Blue’ uit 1992 nooit echt geëvenaard wordt.
Het begint nochtans allemaal veelbelovend met Stupid Now en, naadloos daaropvolgend, Who Needs To Dream. Of hoe de tristesse om een vastgelopen relatie ook bij een karige veertiger nog steeds door merg en been kan gaan. Ondanks zijn ouderdom blijft Mould als een bezetene vasthouden aan de distortionpedaal om de pijn en frustraties van zich af te schreeuwen. Iets wat we alleen maar kunnen toejuichen.
Jammergenoeg moeten we daarna vaststellen dat het geheel als een pudding in elkaar zakt. Again And Again sleept zichzelf verder, terwijl Old Highs, New Lows zowat de slagzin zou kunnen zijn voor ‘District Line’. Mochten we niet zoveel respect hebben voor hetgeen deze man in het verleden gepresteerd heeft, we zouden lang niet zo vriendelijk blijven.
Jammergenoeg moeten we daarna vaststellen dat het geheel als een pudding in elkaar zakt. Again And Again sleept zichzelf verder, terwijl Old Highs, New Lows zowat de slagzin zou kunnen zijn voor ‘District Line’. Mochten we niet zoveel respect hebben voor hetgeen deze man in het verleden gepresteerd heeft, we zouden lang niet zo vriendelijk blijven.
Even wordt de draad weer opgenomen. Return To Dust en het knallende The Silence Between Us mogen gerust de hoogtepunten van dit plaatje genoemd worden. Wanneer de intro van Shelter Me echter op ons trommelvlies inwerkt, krijgen we zowaar haast de tranen in de ogen. Heeft Bob Mould dan toch te veel in de gaybars gezeten? Of was het die laatste paddenstoel? We zullen het wellicht nooit weten, maar de foute seventies disco-beat, over de onderwatergeluiden die mogelijks bij Air geleend zijn, kunnen we echt niet plaatsen. Bespaar uw fans dergelijke gedrochten in het vervolg alstublieft, sir Mould.
Omdat we ondertussen onrustig in onze platenkast naar ‘Candy Apple Grey’ en ‘Copper Blue’ aan het zoeken zijn, vervagen de daaropvolgende ballads in de laatste rechte lijn naar het einde van dit schijfje volledig. 'Wisselvallig' is dan ook het beste begrip dat dit plaatje typeert. Veel nieuwe volgelingen zullen hiermee niet geronseld worden. Anderzijds haakt de echte liefhebber hierop waarschijnlijk ook niet af. Volgende keer beter, en dan liefst zonder YMCA-taferelen graag!
Omdat we ondertussen onrustig in onze platenkast naar ‘Candy Apple Grey’ en ‘Copper Blue’ aan het zoeken zijn, vervagen de daaropvolgende ballads in de laatste rechte lijn naar het einde van dit schijfje volledig. 'Wisselvallig' is dan ook het beste begrip dat dit plaatje typeert. Veel nieuwe volgelingen zullen hiermee niet geronseld worden. Anderzijds haakt de echte liefhebber hierop waarschijnlijk ook niet af. Volgende keer beter, en dan liefst zonder YMCA-taferelen graag!
