Blaenavon That's Your Lot

Transgressive
That's Your Lot

April was de perfecte maand om een boeketje narcissen op onze deurdrempel te droppen en dat was wat Blaenavon deed.

Blaenavon passeerde hier een paar maand geleden in het voorprogramma van Two Door Cinema Club en rondde zijn tournee af begin april. Vreemd genoeg kwam de debuutplaat pas een week later uit. De Britse indierockers doken in de loop van 2016 wel al een paar keer op onze radar op met de singles Let’s Pray, I Will Be The World en Your Bark Is My Bite, allemaal perfecte voorbeelden van hoe opwindend deze band klinkt.

De teksten zijn redelijk Smiths-iaans te noemen en de gitaren klinken nog altijd even fris als in het Morrissey-Marr-tijdperk. “Sanity won't pay for me to drink the drink when devils clink their glasses to forgotten blues on days in the nude”, zingt Ben Gregory met zijn zalvende stem en welke tiener herkent zich nergens in de tekst?

Blaenavon is dan ook nog altijd een jonge band. Een eerste platendeal sloten ze in 2012, maar toen was het trio nog maar halfweg de tienerjaren en sindsdien werd naar deze plaat toegewerkt. Een eerste versie verdween in de prullenmand en de band hield het dan maar bij een handvol ep’s. Die eerste plaat miste richting volgens het label en dat zou wel eens kunnen, want ook nu nog aarzelt het trio tussen catchy meezingers en diepgaande, messcherpe tracks.

Recente singles als Orthodox Man en Lonely Side zijn vertegenwoordigers van de eerste categorie en waarschijnlijk nummers waarbij elke platenbaas al vooraf dollartekens van in zijn ogen krijgt. Al dat singlemateriaal staat ook netjes vooraan op de plaat.

Net halfweg krijg je dan nog een serieuze singlekandidaat met het Tom Odell-achtige Let Me See What Happens Next, maar dan gebeurt er ook werkelijk iets. Met Alice Come Home lijkt de band lekker verder te keuvelen, maar na een minuut tuimelen we in een wervelende vortex van gitaargeweld. De song maakt deze golfbeweging in de zes minuten durende levenscyclus nog een paar keer en doet zo muzikaal wat aan de recente plaat van Daughter denken.

Ook in Ode To Joe neemt de band de tijd. De sfeer wordt nog donkerder en zeker aan het eind wordt de spanning bijna ondraaglijk. Lappen geluid worden steeds hoger opgestapeld, Gregory’s stem wordt door een vervormer gehaald en de boel dreigt elk moment met donderend geraas in te storten. Maar dat gebeurt niet. Integendeel zelfs, op het eind klinkt verdient applaus. En dan moet het duo Prague ’99  en Swans nog komen.

Die twee zijn goed voor een muzikaal orgasme van dertien minuten. De eerste moffelt een Vampire Weekend-gitaartje weg onder hartstochtelijke zang en een tsunami waarin gitaren, drums en bas kotsend en proestend boven water proberen blijven. De tweede, een acht minuten durende, epische track, geschreven toen Gregory nog maar zestien was, combineert alle ingrediënten van deze plaat: eerlijke emoties, spanning, kracht en twijfels. Het is geen song die lekker weg luistert, maar wat ons betreft, is dit Blaenavon op zijn best.

We hebben al teveel indierockbandjes zien komen en gaan om meteen de loftrompet af te steken, maar als Blaenavon de juiste weg kiest, dan zou het uitzicht wel eens fantastisch kunnen zijn, als ze terugkijken over een jaar of tien.


29 april 2017
Marc Alenus