Black Lips - Good Bad Not Evil

Vice Records

Lene Hardy8 november 2008

Good Bad Not Evil

Met ‘Good Bad Not Evil’ is Black Lips al aan zijn vijfde cd toe. Toch betreft het een Europees debuut. De Amerikaanse band staat vooral bekend om zijn vieze, vuile optredens, waarin naar hartelust gekust, geprovoceerd, geblasfemeerd en geürineerd wordt. Geen heilig huisje blijft overeind. Het mag niet verbazen dat Vice Records achter deze release zit.


De songs op ‘Good Bad Not Evil’ liegen er ook niet om: de mannen van Black Lips zijn smerig, immoreel en sarcastisch. Maar zo hebben we ze graag. Door de typische, aanstekelijke ritmes en de schelle zang is het gemakkelijk om in deze plaat enkel rechttoe rechtaan punk te horen. Deze jongens hebben echter meer in petto en ze kennen hun klassiekers. Zo pikten ze hun cd-titel uit een liedje van The Shangri-Las. Ook hun nummers vormen een amalgaam aan klanken. Black Lips combineert de krachtige pretpunk van The Dwarves met psychedelische klanken en rauwe garagerock uit de jaren zestig. Het resultaat noemen ze zelf 'flower punk'.

 
Black Lips heeft van politieke incorrectheid een levenswijze gemaakt en dat hoor je ook heel duidelijk in hun songs. In Veni Vidi Vici wordt de heilige oorlog belachelijk gemaakt voordat hij goed en wel begonnen is. Zowel joden als moslims en christenen krijgen er zwaar van langs. Oh Katrina! is dan weer een poppy liefdesliedje voor de orkaan die New Orleans verwoestte, maar de band komt er goed mee weg. En ook de indrukwekkende opsomming van indianenclichés in Navajo is vreselijk fout – er klinken zelfs kreten op de achtergrond - maar het nummer is catchy as hell. Daar ligt meteen ook een van de grote sterktes van Black Lips: de simpele, sympathieke meeslependheid van de nummers.
 
Bad Kids heeft alles om het anthem van een hele generatie hangjongeren te worden. Het is bovendien meezingbaar vanaf de eerste luisterbeurt: “Bad kids, all my friends are bad kids/ Product of no dad kids/ Kids like you and me”. Deze pièce de resistance van de plaat blinkt uit in zijn eenvoud: gewoon een versneld doo-wop ritme, een vraag-antwoordstructuur en de verheerlijking van jeugdcriminaliteit als thema. De jongens van Black Lips hebben hun jeugdzonden nog niet verleerd. Het pompende Step Right Up echoot zonder gêne Run Run Run van Velvet Underground en de heerlijke song Veni Vidi Vice was maar half zo goed geweest zonder die sample van The Swamp Rats.
 
Het is echter niet allemaal zonneschijn, regenbogen en witte pony’s op deze cd. Een nummer als Slime and Oxygen probeert eveneens af te kijken van Lou Reed, maar komt nooit verder dan de middelmaat. Ook It Feels Alright is een pijnlijk gemiste kans. Het schiet enorm sterk uit de startblokken, maar daarna is het wachten op een climax die nooit zal komen. Zelfs een behoorlijk refrein kan er niet vanaf.

En dan heb je ook nog de absolute kutnummers. Hekkensluiter Transcendental Light drijft eerst twee minuten lang op een leuke Weezerachtige riff, hult zich dan twee minuten lang in stilte om af te sluiten met twee minuten esoterisch kattengejank. Wij zagen er niet meteen het nut van in. We vinden het wel leuk dat de jongens zichzelf niet te serieus nemen, maar in de tenenkrullende cowboy-countryballad How Do You Tell a Child That Someone Has Died gaat de onnozelheidsmeter ver in het rood.
 
Ondanks de politieke incorrectheid en de psychedelische invloeden waar we het al eerder over hadden, speelt Black Lips muzikaal gezien op veilig. Het punkgeluid is vrij mainstream, een beetje plat zelfs op momenten waarop de jongens de slapstickkaart uitspelen. Al bij al speelt de band volledig binnen het verwachtingspatroon. En áls ze erbuiten kleuren, zoals tijdens de eerder genoemde stinker Transcendental Light, draait het op een fiasco uit. Toch vonden wij dit een zeer genietbaar plaatje. Er kan niets op tegen het simpele plezier van liedjes van twee minuten. Op 13 april onteert Black Lips het AB-podium op het Dominofestival. Wij zullen zeker van de partij zijn.
← Terug naar overzicht