Babyshambles - Shotter's Nation

EMI

Kevin Vergauwen8 november 2008

Shotter's Nation

Nog maar achtentwintig jaar op deze aardkloot ronddolen en al meer in de pers geweest zijn dan alle Amerikaanse presidenten tezamen, het is niet iedereen gegeven. Hoe überjunk Pete Doherty erin slaagt om tussen al die zwelg-, spuit- en braspartijen een dozijn nummers van dergelijk cachet op één schijfje te persen, het blijft ons een raadsel. Feit is wel dat ‘Shotters Nation’ zowat de beste stuff bevat die hij ooit naar onze kop slingerde.


Kate of Courtney, coke of brown sugar, rehab of gewoon op een appartement bij Shane MacGowan, op de cover van NME of Joepie, ... ons kan het allemaal weinig schelen. Doherty bewijst dat hij in deze bezetting met zijn Baby Shambles Carl Barât niet meer nodig heeft om voor vuurwerk te zorgen. En dat is het enige wat op dit moment telt.


Opener Carry On Up In The Morning zet het nieuwe schijfje meteen op de kaart en geeft een bijzonder strak beeld van het geheel. Catchy en doorspekt met een waaier aan invloeden, gaande van smerige Britpop over 70s Clash-sounds en 80s Smiths-tunes. Ja, we menen zelfs een streepje motown te bespeuren. Het geheim van Baby Shambles schuilt in het feit dat ze zich weten te onderscheiden van die andere vloedgolf aan NME-bandjes door hun eigen rommelige, slome nozemsound. Neem nu de eerste single, Delivery. In het vaarwater van de revolutie die Fuck Forever op ‘Down In Albion’ predikte, spuwt Doherty weemoedig en met menig hot potato in the mouth zijn lijfspreuk “I had a lick, it caved my skull in like a brick” uit. De song rammelt langs alle kanten, maar de hoekige riffs en het uitermate pakkende gitaargepingel blijven toch weer mooi uren onder onze schedelpan galmen. In diezelfde categorie noteren we het stekelige You Talk, waarbij we ons haast laten verleiden om met instituten als Debbie Harry en The Stone Roses te goochelen.

Het tweeluik UnBilo Titled en Unstookie Titled etaleert een vertwijfelde en bijzonder kwetsbare, naar zichzelf zoekende junk. Pete kleedt zich uit tot op het blote vel, iets wat we niet meteen verwachten van zijne majesteit bigmouth. Lijnrecht daartegenover staat dan weer Side Of The Road, waar Doherty zijn uitermate zelfdestructieve Sid Vicious-alter ego van onder het stof haalt. Gezellige chaos tijdens Crumb Begging met een glansrol voor het catchy Hammond-orgeltje in de outro. Driewerf hoera! Catchy garagerockriffs, ze bestaan nog!
 
Het heeft ons menig luisterbeurten gekost, maar tijdens There She Goes menen we het aanstekelijke - zij het in een iets meer bezopen kleedje - Cure-bassloopje van The Lovecats te herkennen. Het perfecte nummer om, vergezeld van een fles Scotch, die zware zondagochtendkater weg te spoelen. French Dog Blues, genoemd naar het door Doherty getekende hondje op de cover van ‘Down In Albion’, neemt ons dan weer mee naar de early 60s, waar pakweg The Byrds dezelfde heldenstatus als Baby Shambles ambieerden.
 
Dat er her en der (vooral naar het einde toe) een schijfvuller op het album te bespeuren is, vergeven we de heren graag. ‘Shotter’s Nation’ is een meer dan waardige opvolger voor ‘Down In Albion’ geworden, waarop Doherty en de zijnen een zeer standvastige en zelfzekere indruk nalaten. Nooit gedacht dat we de woorden ‘Doherty’, ‘standvastig’ en ‘zelfzeker’ in één zin zouden gebruiken. What’s next, Pete als misdienaar?
← Terug naar overzicht