At Wetherby - At Wetherby

Sound In Silence

Johan Giglot — 27 oktober 2026

At Wetherby

"I really like how the album oscillates between not having songs and almost having songs." Howla. Dan gaat er bij ons een oranje lampje knipperen.

Want dat betekent dat dit album de grenzen gaat aftasten. Op zich niets mis mee, maar zo weet je alvast dat het debuut van At Wetherby je zal uitdagen.

Misschien van het begin: Philipp Bückle (Teamforest) ontmoette postrocklegende Richard Adams op één van zijn Hood tournees doorheen Duitsland in 1999. Dankzij een uniek cultureel samenwerkingsproject tussen Dortmund en Leeds twintig contactjaren later, gingen beide heren eindelijk samen op pad. Op zoek naar bijzondere geluiden en veldopnamen die Bückle nadien doorheen zijn machinerie draaide en door Adams tenslotte van overdubs werd voorzien, nadat derde gast Katie English accenten van cello en fluit toevoegde.

Dat levert zes murmelende, wat doffe klankavonturen op, meestal bestaande uit wat wazig zoemende drones en een dichte roes van ondefinieerbare geluiden. Zoiets als een voortdurend bewegende droom waar je geen orde of structuur in krijgt. Een toonbeeld van spontaniteit en improvisatie met weinig echte houvast. En dan zijn we aan het knipperlichtje.

Feit. Het trio houdt je wel in spanning. Niet enkel bieden vervlochten noten van cello of fluit een dankbaar herkenningspunt in The Sutton Street Subway Tunnel Walz (wat een titel!), maar je wilt vaak ook weten wat net niet verstaanbare stemmen vertellen of waarom plots je luidsprekers beschadigd lijkt vol luid gekraak. En ja, we hebben zelfs mechanisch getransformeerde, alarmerende merels of een vink ontdekt, die roept doorheen een ruisende bosbeek. De kracht van de natuur.

Wat niet ontneemt dat At Wetherby ontzettend desoriënterend is. Soms zelfs ronduit oncomfortabel, met uitgerafelde, atonale tonen of nerveus getik en getak. Het is dus best een tandenbijtertje. Zoals we verwacht hadden. Op zich misschien niet slecht in tijden van artificieel gegenereerde "intelligentie" zooi zonder enig artistiek karakter.

Misschien nog een tip: bij een tweede en derde luisterbeurt kregen we plots wat meer zicht op de samenstelling en orde in deze composities. Maar je moet het natuurlijk aandurven.

← Terug naar overzicht