Woven Hand

De Duivels Uitgedreven

Lieselot D\'Hoest
Handelsbeurs, Gent8 november 2008

Het moet al meer dan tien jaar geleden zijn; de dag dat Sixteen Horsepower ons met ‘Sackloth ’n’ Ashes’  –en de daarbij horende dosis verstomming- voor de eerste keer om de oren sloeg. Nummers als Black Soul Choir en Coal Black Horses maakten de pubertijd meteen een stuk draaglijker. Sixteen Horsepower was tot onze grote spijt niet het eeuwige leven gegund, maar de voormalige frontman David Eugene Edwards ging onder de noemer Woven Hand gelukkig op hetzelfde elan verder. Vanavond mag hij, bijgestaan door een drummer en gitarist, nog eens zijn bekeringsdrang op het Handelsbeurs-publiek botvieren. 


Winter Shaker, meteen één van de meest beklijvende nummers op het in 2006 verschenen 'Mosaic', mag de set openen. Denk aan verschroeiende hitte, brandend woestijnzand en een opzwepende sjamanistische rondedans die aanzwelt terwijl Edwards met opgeheven hoofd een bezwerend “All His Glory” en “Hallelujah” scandeert. De bezetenheid waarmee Edwards de duivels uitdrijft, contrasteert met zijn teksten. Dat hij een diep religieus mens is, leidt immers geen twijfel. Wie er zijn vertelkunst op naleest, wordt met meer dan gemiddelde regelmaat bestookt met sermoenen over God, Verlossing, Verdoemenis, Schuld en Boete. De vergelijking met Nick Cave is op dat punt dan ook niet volledig uit de lucht gegrepen.  Toch kan Woven Hand (of Wovenhand, de lijn wordt zelfs op de CD-hoezen niet consequent door getrokken) zich beroepen op een ontegensprekelijk uniek, bijna oergeluid dat nu eens in een folklorebad lijkt gedompeld om daarna weer bol te staan van de tribalinvloeden.  


Woven Hand
Woven Hand staat voor emotioneel, rauw en puur: muziek uit de spreekwoordelijke buik. Wie in David Eugene Edwards zijprojecten graaft, stoot vroeg of laat ook op zijn magistrale samenwerking met de danscompagnie Ultimaz Vez van Wim Vandekeybus wat resulteerde in schitterende dansvoorstellingen en de opmerkelijke CD’s 'Blush Music' en 'Puur' (met niet te versmaden trailers van de dansvoorstelling).

De kracht schuilt bij Woven Hand vaak in de mysterieuze en bijna mystieke sfeer die zijn muziek en teksten uitademen. Edwards laat je ronddolen in de donkere krochten van mystieke klanklandschappen. De ietwat hardhandige aanpak van de nummers waarvoor vanavond duidelijk geopteerd wordt, werkt echter niet onverdeeld. Bij Dirty Blue en Deerskin Doll gaat de vlieger nog op maar bij andere nummers gaan de subtiliteiten in klank en tekst op die manier verloren in de geluidsbrij. Het gevolg daarvan is dat de nummers snel eenvormiger en eentoniger klinken dan ze in werkelijkheid zijn. We moeten geregeld ons best doen om bij de les te blijven. Het duurt tot Whistling Girl tot de banjo vanonder het stof gehaald wordt. Liefhebbers van muziek in deze traditie: intense vertelkunst, een rauwe stem, banjogepluk en een dosis voetengestamp, kunnen we zeker ook William E. Whitmores ‘Song Of The Blackbird’ aanbevelen. 
 
Tijdens de bisnummers bewijst de banjobard uit het sinistere plaatsje Elktooth in Colorado, gezeten op een houten kruk onder een diffuus lichttapijt, dat hij nog steeds de juiste snaren weet te beroeren.  De authentieke folkloretoets komt meteen boven drijven en tijdens Wayfaring Stranger en Straw Foot, beiden bewerkte traditionals en telgen uit Sixteen Horsepowers ‘Secret South’-plaat zindert Edwards nasale stem met een dreigende ondertoon.  
 
Woven Hand blijft spek naar onze bek, hoewel hij deze keer nog meer echte solo-momenten mocht inlassen. Vanavond zouden we ons niet onverwijld laten bekeren.  Maar geen nood, daar was hij in het verleden al meer dan eens in geslaagd.
 
← Terug naar overzicht