Pukkelpop 2016
Whitney
Joris Roobroeck
Festivalterreinen Kiewit, Hasselt — 17 augustus 2016
Whitney boeken en beseffen dat hun populariteit sneller steeg dan voorzien, dat is wat Pukkelpop beleefde gisteren in een volgepakte Lift. En toch leek er nog wat volk bij te kunnen. Wat op voorhand de ontdekking van het festival leek te worden bleef voer voor een select groepje mensen. Maar dat we genoten hebben staat buiten kijf.

Naar Whitney luisteren is als spelen met je hond in slow-motion. Naar Whitney luisteren is zoals zonder kater naar de bakker rijden op zondagochtend om een vers geurend brood te kopen. Naar Whitney luisteren is zoals voetballen in het park, maar beseffen dat je de longen er niet meer voor hebt. Naar Whitney luisteren is zoals het gevoel van een troostende zonnestraal op je gezicht, nadat je een begrafenis hebt bijgewoond van een goede kennis.
Naar Whitney luisteren vergt veel van je emoties. Wij hebben het geluk gehad Whitney te mogen aanschouwen in de Botanique eerder dit jaar, en werden daar op slag weggeblazen. Hoog waren de verwachtingen dus, maar die werden niet helemaal ingelost. Terwijl in de Botanique het publiek tussen de nummers muisstil bleef van verwondering, gonsde het in de Lift van het gekakel en dronken gejouwel. Jammer, maar dat is nu eenmaal het kenmerk van een festivalpubliek. Veel meer toevallige passanten dan echte toeschouwers.
Maar de band stond er wel - een ongelijk gevecht aangaande tegen een slopend tourschema - maar eenmaal de eerste klanken uit hun instrumenten kwamen zo betoverend als het vinden van een doos oud speelgoed. Het duur niet lang vooraleer je begon te dagdromen over lang vervlogen tijden, maar even de aandacht erbij houden is ook al de moeite.
Whitney is dan misschien niet de ideale festivalband, het blijft wel een steengoeie live band. Met open mond hebben we opnieuw de wisselwerking tussen de gitarist en de toetsenist bewonderd. Of de breekbare stem van Julien Ehrlich, die constant een dunne lijn bewandeld tussen hoop en ondraaglijke twijfels over het leven. Zelfs het fragiele Light Upon The Lake kreeg nu wel een plaats in de set, maar miste, deels door het soms ongeïnteresseerde publiek, de nodige ballen.
De iets meer uptempo nummers als Golden Days, No Matter Where We Go en de afsluitende No Woman waren dan wel een succes, waarbij het laat avond publiek eindelijk nog eens de dansbenen kon boven halen. Maar iets rustigere nummers als Red Moon of Dave's Song - nummers die op plaat niet misstaan bij schemerlamp, glaasje port en knetterend vuur - smeken op een festival naar schwung en opdringerigheid.
Kortom: Whitney is nog steeds een band die je live moet gezien hebben. Een festivalgroep zijn ze nog niet helemaal, maar geef ze nog wat jaren en we zijn ervan overtuigd dat ze een hele main stage kunnen boeien.
