White Denim - Blitzkrieg-rock

Trix, 17 november 2018

Met White Denim klapte de Trix de saloondeuren open voor een Texaanse zandstorm. James Petralli, die zijn nieuwe wildemanslook afkeek van Jimmy Page anno 1971, raasde met zijn band door tien jaar funky garagerock, proggy blues en fuzzy soul. En geen cactus bleef overeind.

Brian Christinzio, de BC uit BC Camplight, baande de weg. In deze beladen Brexit-week kwamen zijn antipathie voor Theresa May en de woede over zijn verbanning uit de UK extra scherp over. (Zie ook de recensie van 'Deportation Blues' voor meer achtergrond).

Met Deportation Blues trapte hij de avond bulderend af. Christinzio zong de woorden "Let me in" even zoet en verlangend als George Harrison op 'All Things Must Pass'. Even later boog hij zijn stem om naar falsetto. En na een gulzige slok gin, waarbij de druppels hem van de kin liepen, wekte hij de innerlijke Pavarotti tot leven - alleen de witte zakdoek ontbrak. Even later, in een solo-ode aan zijn hond Frankie, maakte hij de grote gebaren van een concertpianist.

De set bestond uitsluitend uit meesterlijke songs. Zes in totaal: vier van de nieuwe, twee van voorganger 'How To Die In The North'. Alleen Just Because I Love You smaakte wat over datum. Maar algemeen schoot BC met scherp. Vooral in slotsalvo Fire In England ("My love letter to Theresa May") en een van uitzichtloosheid doordrongen I'm Desperate. Christinzio, een kolos van een man, kroop op handen en knieën en beukte met de ginfles in op zijn klavier. BC Camplight bracht ouderwets onvoorspelbare rock-'n-roll.

Maar nu om nu te zeggen dat we daarmee volledig voorbereid waren op de overrompeling van White Denim? Nee, dat niet! De band bracht een heel ander soort entertainment: minder ironisch, sentimenteel en dramatisch; meer Blitzkrieg. Rauw, snel en meedogenloos.

Real Deal Momma ontplofte meteen in je gezicht. Maar nu komt het: White Denim deelde niet zomaar hier en daar een prikje uit. Onder leiding van Petralli voerde de band een constante reeks precisiebombardementen uit. En het was raak, raak en weer raak. Je kreeg nauwelijks tijd om adem te happen. En was er toch even enkele seconden stilte, dan hield het enthousiaste publiek het toch bij een zuinig applaus. Alsof het zich alvast schrap wilde zetten voor de volgende volle laag.

White Denim laste geregeld twee, drie of vier songs tot een wild heen en weer slingerende moker. Het woord "medley" schiet te binnen, maar zou de montagemagie van de band oneer aandoen. De band zaagde met die complexe puzzels onze verwachtingen deskundig doormidden. Het begrip "setlist" kwam op de helling te staan. Dit was muzikale architectuur, live opgevoerd vol vuur, quasi foutloos en toch zeer bescheiden.

Het kwartet speelde als een pletwals. Steve Terebecki (de andere overblijvende oprichter), getooid in blauw denim, haalde het onweer binnen met zijn zwarte Rickenbacker - zie Lemmy, Geddy Lee en vooral John "Thunderfingers" Entwistle. Drummer Greg Clifford bleek de juiste livematch voor White Denim - al leken sommige meer jazzy passages van 'Corsicana Lemonade' hem net iets moeilijker af te gaan.

De "stille" kracht was toetsenman Michael Hunter. Hij ving moeiteloos het gemis van een tweede gitarist op. Ondertussen had Petralli zijn spastische trekken, gekke bekken en I love everyone-glimlach nauwelijks onder controle. Een magnetische présence heeft die man.

Toen vlak voor At Night In Dreams één van Petralli's snaren brak, kreeg de spanningsboog een deukje. Petralli moest in ijltempo een gitaar uit de koffer halen die al de hele toer had liggen niksen. En op het allerlaatste puntje van slotsong Pretty Green ging het nog even mis met de gitaareffecten.

Het maakte niet uit. White Denim liet een indruk van monsterlijke proporties na. Konden we al die energie maar omzetten in elektriciteit, dan was dat hele gedoe met Doel en Tihange al lang vergeten. Gelukkig hebben we White Denim nog als straks het licht uitgaat

White Denim & BC Camplight @Trix 17/11/2018

19 november 2018
Fabian Desmicht (Foto's: Patrick Van Gestel)