Villagers - De beste van drie

La Madeleine, 1 november 2018

Er zijn zo van die dagen dat we ons in drieën zouden moeten kunnen splitsen. Op 1 november moest iedere concertgaande muziekliefhebber een bijna onmogelijke keuze maken tussen Father John Misty (De Roma), IDLES (Botanique) en Villagers (La Madeleine). Het zegt veel over de rijkdom van het muzieklandschap en van het concertaanbod in ons kleine landje. Uiteindelijk kozen wij voor Villagers, omdat van deze drie die groep ons het dichtst aan het hart ligt. En we hebben de (voor ons) beste keuze gemaakt. 

Villagers is zo één van die groepen waarvan het ons oprecht verbaasd dat niet iedereen ze ondertussen kent. We willen er de hele tijd over praten en tegelijkertijd ook niet, want hoe minder we dat doen, hoe minder mensen Villagers kennen en hoe dichter we ze bij onszelf kunnen houden, waardoor ze concerten kunnen blijven geven in een zaal zoals La Madeleine.

Ten tijde van ‘(awayland)’ stonden ze dichtbij een grote doorbraak, maar die is er nooit helemaal gekomen. Waar het aan ligt? Geen idee. En heel even zijn ze ons kwijtgeraakt, toen ze op ‘Where Have You Been All My Life?’ (2016) de eigen nummers gingen herwerken, terwijl wij helemaal geen andere versies wilden horen. Wij dwaalden: het is een prachtige plaat.

Het was met de nieuwe plaat ‘The Art Of Pretending To Swim’ onder de arm dat Conor O’Brien nu stond te glimmen van trots. Hij liet meteen al weten dat ze heel het nieuwe album zouden spelen, aangevuld met enkele oudere nummers. De eerste vier nummers waren dan ook nieuwtjes, die stuk voor stuk toevoegingen brachten aan de toch al zo mooie originele. Daarna één oudje en weer een reeks nieuwe. Het stoorde niet eens, want dat nieuwe werk is prachtig.

Tijdens het soulvolle Sweet Saviour liet O’Brien meteen al horen dat hij voor een klein ventje toch best veel lawaai uit zijn strottenhoofd en uit zijn akoestische gitaar kon krijgen. Op Fool viel er nog net zachtjes te slowen, terwijl we op A Trick Of The Light mee konden deinen op het ritme. Love Came With All That Brings werd aangekondigd als “very depressing”, waarna een gejuich in de zaal opstak. Fans, het zijn rare beestjes.

Voor Love Come With All That Brings werd de bugel (of flugelhorn) bovengehaald die het nummer van een warme outro voorzag. Ook oudere nummers kregen trouwens de bugelbehandeling. Voor het breekbare Courage was de outro met de bugel zelfs een meerwaarde.

Het concert kon soms zacht en subtiel zijn, zoals bij Courage, Hot Scary Summer of Hold Me Down, volgens de frontman het meest intieme nummer dat hij ooit schreef. Of het verschil kon worden gemaakt door kleine details, zoals een vingerknip in Long Time Waiting of O’Brien die met zijn knokkels op de gitaar begon te kloppen tijdens Memoir. Maar tegelijkertijd konden alle registers opengetrokken worden. Tijdens een lange versie van Real Go-Getter was het een plezier om te zien hoe euforisch O’Brien in het rond aan het springen was. Het volume steeg tot honderdenzes decibel (wat perfect af te lezen was op de meters die in La Madeleine links en rechts aan het podium ophangen) en dat was geweldig voor even.

Oudere nummers waren dus beperkt in aantal, maar I Saw The Dead was er verrassend genoeg wel bij. Als laatste had Villagers Nothing Arrived in petto, de enige afgevaardigde uit ‘(awayland’), toen plots de boel haperde. Er werd van gitaar gewisseld, maar dat bracht geen soelaas. Bleek de PA stuk. Waarna O’Brien besloot dat ze het nummer dan wel gewoon onversterkt zouden brengen.

Het was één van die momenten die op voorhand niet vallen in te calculeren, één van die momenten die een concertbeleving zo magisch kunnen maken. De onversterkte afsluiter kwam er na Hold Me Down en Courage. En het paste om het geheel zo in stilte af te sluiten.

Villagers is een wereldband. Alleen heeft het grootste deel van de wereld dat nog altijd niet door. Als het aan ons ligt, willen we dat nog graag even zo houden en we vermoeden dat het voor Conor O’Brien op deze manier ook wel ok is.

2 november 2018
Geert Verheyen