Two Gallants

Rednecks in de mist

Kevin Vergauwen
Botanique, Brussel8 november 2008

Er zijn zo van die bands die er in slagen doorheen de jaren hun eigen, unieke stijl te creëren. De sound van Two Gallants, het duo uit San Fransisco, herken je van mijlen ver. Gedreven door de blues, country, folk, een behoorlijk hoog gehalte noise en vooral een gezonde dosis dramatiek weten de heren ook nu weer een goed gevulde Botanique het mes op de keel te zetten.


Waar het in 2004 voor deze heren allemaal begon met het rauwe, macabere plaatje ‘The Throes’, legt songwriter Adam Stephens een tweetal jaar later de lat zowaar nog hoger, wat resulteert in ‘What The Toll Tells’. Zelden iemand zich zo zelfzeker, doch kwetsbaar weten uitdrukken in diepdroeve verhalen over vergane liefdes, nachtelijke zuippartijen en het geen aansluiting kunnen vinden in deze hedendaagse samenleving. Stephens etaleert zijn onnavolgbare songwritercapaciteiten andermaal op de - eerder dit jaar verschenen, akoestische - EP ‘The Scenery Of Farewell’. Vandaag ligt ook de derde en meest volwassen studioplaat: ‘Two Gallants’ in de winkelrekken. Een schijfje vol grillige melodielijnen, woeste noise-erupties en no-nonsense lyrics die steevast naar de keel grijpen.

Two Gallants
 
Gezellig keuvelend en zonder veel scrupules verschijnen drummer Tyson Vogel en Stephens zelf op het strijdtoneel om geheel relaxt hun beperkt instrumentarium, bestaande uit een schamel drumstel, een tweetal gitaren en een mondharmonica, op te stellen. Geen grootste soundcheck, geen hi-tech visuals of introtapes, wel een eenvoudige knip naar de lichttechnicus, waarop het circus zich, badend in rook, op gang trekt. Het wondermooie Two Days Short Tomorrow, op de voet gevolgd door de eerste single uit het nieuwe plaatje Despite What You’ve Been Told zetten de toon voor wat we een avondje van oerdegelijk episch, muzikale krachtpatserij zouden kunnen noemen. Verbijsterend om te zien hoe Adam Stephens zichzelf steeds weer verliest in het woeste ‘fingerpicken’ op zijn schelle gitaar. En hoe Vogel song na song zijn drumkit verder herschaapt tot schroot.
 
Eén van de vroege hoogtepunten in de set noteren we tijdens Reflections Of The Marionette. “I Don’t Wanna See You Fall, I Just Wanna See You Fail” weerklinkt schreeuwerig door een muisstille Orangerie. Begeesterd door ontgoocheling, woede en afgunst sleurt Stephens het publiek mee in zijn eigen vernieling. Van een heel andere orde is Fly Low Carrion Crow, of het gebed van een stervende die moedig zijn lot ondergaat. Voor de gelegenheid bijzonder aandoenlijk door beide heren op gitaar gebracht en aangekondigd als “a happy, folky song”.
 
Wanneer we even later het ijzingwekkende Seems Like Home To Me naadloos en zonder veel gêne horen overgaan in publiekslieveling Steady Rollin’, kunnen we niet anders dan besluiten dat deze rednecks stilaan naast grootheden onder de songwriters als Bob Dylan, Woody Guthrie en Johnny Cash kunnen geplaatst worden. Las Cruces Jail zorgt voor de laatste duiveluitdrijving, terwijl een heerlijk uitgesponnen Waves Of Grain het licht in de bisronde volledig uitdoet.
 
“Two Silhouettes Against The Sun”, om het met de heren hun eigen woorden te zeggen, zorgden alweer voor een bijzonder aangename, doch gevaarlijk stekelige zandstorm in de Botanische woestijn. Een doortocht om te koesteren!
← Terug naar overzicht