The Veils

Intieme intensiteit

Kevin Vergauwen
Ancienne Belgique, Brussel8 november 2008

Waar we in 2004 behoorlijk gecharmeerd waren door hun debuutplaat ‘The Runaway Found’, bliezen The Veils ons vorig jaar deze tijd volledig omver met het bijzonder straffe ‘Nux Vomica’. Waarom we dit collectief onderscheiden van de zovele andere “The-bandjes”? Vrij eenvoudig: Finn Andrews, zanger, songsmid en bezieler van de band weet als geen ander het charisma van Nick Cave te combineren met de vastberadenheid van Tom Waits en de blues van David Eugene Edwards. Wanneer we daarbij vermelden dat zijn vader XTC-toetsenist Barry Andrews is, zijn verdere referenties volledig overbodig.


Alvorens Andrews en de zijnen de bühne van de ABbox beklimmen mag het jonge Gentse viertal van Arquettes bewijzen dat ze de 100% Puur hype waard zijn. Frisse powerpop met hier en daar een knipoogje naar pakweg Pixies, Placebo en The Posies om het bij de letter P uit de grote pop- & rockarchieven te houden. “Bedankt om zo vroeg met zovelen naar ons te komen kijken, Veils volk” grappen de heren Wijnant (zang/gitaar) en Borremans (zang/keys) voor een halfvolle zaal. Wat volgt is een frisse, poppy maar bovenal strakke set waarvan vooral eerste bescheiden radiosingle It’s A Relief en het catchy Feehler blijven hangen. Aanstormend indierocktalent, klaar om de wereld te verbeteren. Wij houden een oogje in het zeil en krabbelen deze bandnaam alvast neer in ons rijk gevuld ‘in het oog te houden boekje’.

The Veils
 
Omstreeks negen uur, onder de betoverende sterrenhemel van een ondertussen goed gevulde ABbox, wandelt Finn Andrews en zijn vierkoppig gevolg uiterst relaxed doch zichtbaar vermoeid het podium op. Als een briesende leeuw krijst de jongeman de set in gang met Nux Vomica. De toon is gezet. Gedurende een dik uur wordt het publiek overdonderd met een mix van loeihard gitaargeweld over gladde popsongs afgewisseld met de dreiging van enkele ijzersterke bluesriffs. Opvallend is de overgave van de band enerzijds, de valse bescheidenheid anderzijds. “We zijn dergelijke zalen met zo'n groot podium niet gewoon, het is een beetje wennen” prevelt Andrews. The Tide That Left & Never Came Back uit hun debuutplaat ‘The Runaway Found’ zorgt voor een eerste publieksclimax. Finn zet de zaal volledig naar zijn hand en kronkelt als een ratelende slang, wild op zijn snaarinstrument slaand, over het podium. Bij het geweldige Jesus for the Jugular lijkt het even alsof de vleesgeworden reïncarnatie van de jonge Nick Cave door de micro keelt.
 
Tijdens het haarscherpe en vooral onweerstaanbare Advice For Young Mothers To Be tonen The Veils zich dan weer van hun zeemzoetste kant en kunnen wij het niet laten om spontaan de heupwiegende bewegingen van de prima bassende Sophia te imiteren. Midden in de set wordt ons een nieuw nummer voorgeschoteld, wat doet vermoeden dat de volgende ontmoeting met dit gezelschap wel eens in een veel grotere zaal zou kunnen zijn. Ook Bruce Springsteens State Trooper gaat er vlotjes in, op de voet gevolgd door een perfect uitgebalanceerde versie van Calliope!. Nog meer van dat moois horen we in de wondermooie ballade Under The Folding Branches. Een vertederd publiek, verstijfd van de intensiteit bedankt met luid gekeel. De brede glimlach en het spontane applaus van de bandleden spreekt boekdelen. Dit was een magische avond, die met stijl wordt afgesloten door het loeiharde en allesverwoestende Not Yet.
 
Wanneer Finn voor de bisronde helemaal alleen het podium opwandelt wordt er vanuit enkele zaalhoeken luidkeels Lavinia gescandeerd. “Time for requests? Why not!”. Alweer wordt de AB muisstil. Met One Night On Earth worden we op de stoep van de Anspachlaan gezet. “We’ll be back in a couple of months”. Wedden dat we op het einde van de zomer schrijven over The Veils als één van dé absolute festivalhoogtepunten?!
← Terug naar overzicht