SUUNS - Noise wordt dansbaar en omgekeerd

Botanique, 6 april 2018

SUUNS hebben het geluid verfijnd, puurden de topmomenten uit de vorige platen en maakten op basis daarvan een nieuwe. Het was dat 'Felt' dat ze kwamen voorstellen. En het zou een voorstelling worden, die nog even bij zal blijven.

 

 

Het is een begrafenisritueel, Obsequies, maar dus ook een elektronicafreak, die zijn verhakkelde brokken geluid (piano, samples, fieldrecordings, elektronicageneuzel,...) op dusdanige manier aan elkaar last dat je toch iets min of meer melodieus krijgt. Sfeer blijft de hoofdzaak, waarbij allerlei demonen uit de boxen opdoemen, maar tegelijkertijd heeft dit ook iets troostends. Alleen valt er op dat grote podium van de Orangerie uiteraard weinig te beleven als daar een tengere jongeman zichzelf verliest in de geluiden die hij produceert met enkel wat toetsen en een boel knopjes. En hij staat daar alsof de zaal helemaal leeg is. Tim Hecker zit in de buurt, maar dan nog. Check er zijn Bandcamp op na. Dan weet u wat we bedoelen.

 

Ook goed in het scheppen van sfeer zijn SUUNS. Maar in tegendeel tot het voorprogramma maken zij wel degelijk songs. De sfeer staat daarvan in dienst, terwijl het bij Obsequies eerder het tegenovergestelde lijkt te zijn. Het voordeel van een set met songs is dat je die in een dergelijke volgorde kan zetten zodat je zelf kan bepalen waar het optreden heen gaat. En net als hun muziek had de set, die de Canadezen voor ons voorzien hadden in de Botanique, ook iets golvends, iets pulserends.

 

Zoals steeds had het viertal ook voor een visuele verrassing gezorgd. Tijdens de vorige tournee waren dat de opblaasletters, die opdoemden in de achtergrond. Deze keer viel 'The Mirror Of Venus', een schilderij van Sir Edward Coley Burne-Jones uit de lucht. Met de vier heren, die op een kluitje tegen de rand van het podium stonden opgesteld, had het iets vertrouwelijks; alsof ze elk moment in het publiek zouden springen. Door dat gigantische schilderij bleef de belichting beperkt tot de randen en bleven de muzikanten de hele show onderbelicht. Maar dat droeg enkel maar bij tot die speciale sfeer, die er hing.

 

Dat alles droeg trouwens bij tot een spetterende show te zorgen, waarin het voortdurend opbouwen en ontspannen was, als een gigantische beademingsmachine. Van opvulsel was geen enkele sprake. Tussen de veertien songs zat geen enkele misser. Vanaf het moment dat zanger-gitarist Ben Shemie de triangels tegen elkaar aan klingelde (ter vervanging van de piano op plaat) en Control je langzaam bekroop tot het moment dat Peace & Love als tweede bisnummer wegstierf, werden je oren en blik vastgeketend aan het kwartet vooraan in de zaal.

 

Ook de opbouw was perfect uitgedokterd. Met Watch You Watch Me dat nog over het vorige hoogtepunt X-ALT (doffe beat, verslavend gitaarlijntje) ging en 2020 – die venijnige gitaarslide blijft magisch - dat ook al een iets meer voorspelbare topper werd, maar toch nog in het niet verdween bij het drum'nbass-ritme en de atonale noise van Daydream.

 

Het resultaat van dat alles was dat de golven, die op het podium geproduceerd werden, oversloegen op de goed gevulde zaal, die zich dit met plezier liet welgevallen en op en neer deinde. SUUNS maken noise – Sonic Youth was soms verraderlijk dichtbij – dansbaar en transformeren dansmuziek in noise. Het lijkt vanzelfsprekend, maar het is het niet. Dit was van het beste wat we dit jaar al gezien hebben.

7 april 2018
Patrick Van Gestel