Les Nuits 2016: SUUNS, Duane Serah Schakeringen van grijs tot zwart

Botanique, Brussel
Les Nuits 2016: SUUNS, Duane Serah

SUUNS is een band, die erin slaagt om het mysterie enkel maar te doen groeien, telkens opnieuw. En dat doen ze met het nodige machtsvertoon en door elk nummer weer als een ballon vol verf in alle schakeringen van grijs tot zwart te doen ontploffen met een onvoorspelbaar, donker patroon tot gevolg.



Vergelijk het met een oom, die je amper kent en die je ongevraagd op bezoek krijgt. Zo omschreef iemand ooit het fenomeen voorprogramma. Maar dat bezoek kan soms best interessant uitdraaien. Zoals bij Duane Serah. Hij had zijn inspiratie duidelijk gezocht in de new wave ten tijde van Joy Division en consoorten, maar had daar tegelijkertijd ook een eigen draai aan gegeven. Dat had te maken met zijn ijle, soms amper boven de muziek uitkomend, maar ook met zijn songs, die boeiend en rijk aan leuke ingevingen waren en duidelijk de hele zaal konden bekoren. Deze oom mag in elk geval nog op bezoek komen.

Voor oude bekenden als SUUNS staat de deur dan weer altijd open. Trouwens, als ze binnenvallen zoals ze dat tijdens Les Nuits deden, zou een stormdeur hen niet eens tegen kunnen houden. Beginnen deden ze nochtans met de nodige omzichtigheid. En met Infinity, dat het moest hebben van Shemie's zang en een soort van Vangelis-achtergrond.

Even herkenden we zanger Ben Shemie niet, zo met zijn fris geschoren en van krullen ontdane kopje, maar als hij dan zijn teksten in de microfoon siste, werd er algauw orde op zaken gesteld. Hij kronkelde ook als een slang achter zijn microfoon, klaar om onverbiddelijk toe te slaan en zijn giftanden in je oren te zetten.

De opbouw van de set was uitgekiend. Met de onmiddellijk herkenbare riff van 2020 en de venijnig geschreeuwde en oneindig herhaalde "Die die die"-mantra was de reusachtige kogel aan het rollen gebracht om met een fantastisch Translate al meteen tegen topsnelheid aan te schurken. De zaal deinde op en neer op de golven die Liam O'Neill met zijn drumstel en bijhorende, elektronische percussie door de Orangerie stuurde. Drie nummers ver en het concert kon al geslaagd genoemd worden.

Intussen was op de achtergrond, in reusachtige, witte opblaasletters, de naam van de band opgedoemd, langzaam groeiend vanuit wat aanvankelijk leek op schijnbaar achteloos op een verhoog uitgestrooide lakens. Samen met de verder erg beperkte belichting zorgde het toch voor een zeker visueel spektakel.

En de kogel, hij rolde verder, ook al was het terrein niet overal even effen. Nu en dan met Shemie, die, voorovergebogen tot op het podium, zijn gitaar folterde en ze dan weer liet janken als hyena’s in de nacht. Ook met zijn stem zette hij de songs kracht bij. Voor Resistance leek het wel of hij met een prop in de mond zong en voor een aantal songs werd de vocoder nog eens bovengehaald.

Die teksten zijn trouwens altijd de moeite, al versta je er door de manier waarop Shemie zingt vaak erg weinig van, iets wat eigenlijk best jammer is als je er een tekst als die van UN-NO op naleest. Aan de andere kant draagt net zijn vaak aggressieve, gemoffelde zangstijl ook bij tot het geheel dat SUUNS tot SUUNS maakt.

Tot en met de onvervalste met gitaargeram opgeluisterde, ultieme bis Powers Of Ten, bleef het steeds weer een genot om deze band aan het werk te zien. En stilstaan is er al helemaal niet bij, zelfs al is het enkel je hoofd dat telkens weer van de terugslag moet bekomen.

Vol ondefinieerbare, virtuele, donkere verfspatten verlieten wij de Orangerie. Het zal best wel even duren eer we dat hebben afgespoeld. Voor zover we dat al willen.


May 23, 2016
Patrick Van Gestel