Tom Wouters Trix, Borgerhout (Antwerpen) — 8 november 2008
Een mening hebben lijkt tegenwoordig het belangrijkste. De eerste vraag die je te horen krijgt na een optreden, is: “Hoe vond je het?” Er wordt gegoocheld met cijfers, punten, komma’s,... Zolang je maar een waardeoordeel klaar hebt. En ook van een recensie verlang je niets meer. De lezer krijgt waar hij voor komt: Sunset Rubdown was goddelijk.
Toegegeven, dit verslag is gespeend van ook maar elk zuchtje van objectiviteit. We hadden dit optreden al op voorhand uitgeroepen tot concert van het jaar, onze liefde voor het zijproject van Spencer Krug – zie ook Wolf Parade – indachtig.
Voor we compleet overdonderd werden, kwam Eagle*Seagull nog even het publiek opwarmen. Op hun gelijknamige album, intussen al zo’n drie jaar oud, hoorden we vooral klagerig gezongen pianoballades. Intussen blijkt de groep echter geëvolueerd naar een mengeling van alles wat tegenwoordig hip is in indie-land. Arcade Fire, Band of Horses en zelfs de foute elektrodisko van Electric Six, we hoorden het er allemaal in. Met een overenthousiaste gitarist en een frigide vrouw in jurk met luipaardmotief had deze groep alles om een parodie van zichzelf te zijn, maar toch kon de stevigere aanpak er over het algemeen wel mee door. Als geheel had het nochtans iets coherenter gemogen.
Drie kwartier later kwam Sunset Rubdown het podium op. Ze verontschuldigden zich voor de soundcheck – blijkbaar had de ferry vanuit Engeland vertraging opgelopen – en schoten wat aarzelend in gang. Krug klonk bij de eerste songs iets minder doorleefd dan op plaat en leek last te hebben van de vermoeidheid. Niet dat het niet goed klonk trouwens. De groep kwam alleen niet zo zelfzeker over, ook al vanwege de problemen met de soundcheck.
Over die eerste songs - onder andere Mending of The Gown en een paar nieuwe - willen we het dan ook niet hebben. Nee, het optreden begon voor ons pas echt toen Spencer Krug Shut Up I’m Dreaming Of Places Where Lovers Have Wings inzette. Op cd een minutenlange cascade van emotie, op het podium nog tien keer intenser, al was er dan wat gesnoeid in de lengte. Vanaf dan ging het, zo mogelijk, in stijgende lijn met een ronduit geniale versie van Three Colours als uitschieter. Het ene geweldige nummer werd gevolgd door het andere.
Ongetwijfeld vindt de meerderheid van de bevolking op aarde dat Krug niet kan zingen en dat zijn songs pathetisch en pretentieus zijn. Voor ons gaat er echter een soort oprecht oergevoel uit van de muziek van Sunset Rubdown. Dat kwam perfect tot uiting in het bisnummer Empty Threats Of Little Lord. Op gang getrokken door een ambienttapijt en uiteindelijk eindigend in een emotionele mokerslag. Wij waren murw en dankbaar.