Sugar, J. Robbins

Nog minstens even zoet

Patrick Van Gestel
De Roma, Borgerhout14 juni 2026

Dertig jaar hebben we moeten wachten om weer de zoete smaak van Sugar te proeven. Maar het bleek het wachten waard.

Sugar, J. Robbins
Foto: Karel Uyttendaele

Jawbox, als u de nineties hebt meegemaakt, dan zegt het u misschien iets. Maar evengoed kan J. Robbins voor u (net als voor ons) een nobele onbekende zijn. De man blijkt naast zelf muziek te maken ook een hele resem platen geproducet te hebben. Om maar te zeggen dat deze jongen gepokt en gemazeld aan die support begon. En hij deed dat met passie, met emotie, met een stem, die opsteeg vanuit de onderbuik en zich onstopbaar een weg baande naar de talrijke vroeg aanwezige oren. Hij deed dat met eigen nummers (zoals het karaktervolle Exquisite Corpse), maar dus ook met nummers van Jawbox (Savory) en een persoonlijk favorietje (“One of the greatest songs ever written”) van Lungfish, Love Is Love. Het leverde een korte, maar intense opwarmer op.

Nochtans bleek dat opwarmen al heel snel overbodige luxe, want Sugar begon aan de vierentwintig nummers lange set aan een hels tempo, dat de hele avond eigenlijk enkel maar bij de songs van de hand van bassist Dave Barbe een tikkeltje werd teruggeschroefd. Als je natuurlijk een beest als Bob Mould in de rangen hebt, die de kunst verstaat van in de wildste noise toch nog een melodie te verstoppen, dan kan je moeilijk anders verwachten. Noblesse oblige nu eenmaal.

Met het eerste trio songs werd het ijkpunt gezet. The Act We Act, A Good Idea en Changes maakten meteen duidelijk hoezeer we dit trio gemist hadden. Mould holde zoals steeds over het podium als een veulen dat voor het eerst de wei ziet, de gitaar rondslingerend, rondjes makend, het gezicht onderhevig aan de typische sidderingen waarmee hij het zweet van zich af schudde. Uiteraard waren dit niet de plaatversies. Want Bob Mould is in se nog steeds de punker die hij ook al in Hüsker Dü was. En dat zouden we geweten hebben.

Maar tegelijk is die imposante figuur ook een bijzonder zachtzinnig man, die bassist Dave Barbe met plezier zijn momentjes gunde, waardoor B-kantjes als Company Book en Where Diamonds Are Halos werden opgevist, die eigenlijk de vaart een beetje uit de set haalden. Maar een zeurpiet die daarom maalt. Want dan nog viel er meer dan genoeg te smullen in deze set. Dan denken we bijvoorbeeld aan het geweldige Gift (inclusief pirouette van de frontman), Explode And Make Up, het instrumentale Come Around of Tilted met die geweldige vocale uitbarsting als toetje.

Drummer Malcolm Travis kreeg tussen de songs in soms amper de tijd om af te tikken en volgde in uiterste concentratie de gitarist terwijl zijn schaarse witte haren wapperden in de zucht van de ventilator. Die andere twee amuseerden zich duidelijk rot en knalden er de ene song na de andere door. Mould pijnigde de gitaar, die soms zo heet leek dat hij de handen eraan verbrandde, terwijl Barbe probeerde te volgen.

Pas naar het einde toe werden de volgende kleppers bovengehaald met het afsluitende trio Helpless, Gee Angel en – uiteraard – de song, waaraan deze tour werd opgehangen If I Can't Change Your Mind, één van de weinige songs, die min of meer de plaatversie benaderde.

Je kan je vragen stellen bij de setopbouw, maar achteraf bekeken, deed het er weinig toe. Sugar smaakte nog even scherp als toen. En wij konden weinig anders dan zwelgen in al dat zoets.

← Terug naar overzicht