Spidergawd Noorwegen boven

Magasin4, 12 maart 2017
Spidergawd

Dat je waar voor je geld krijgt, is in Magasin 4 een zekerheid. Niet zelden krijg je er drie of zelfs vier bands voorgeschoteld. De luttele acht euro, die je er in dit geval neertelde voor de drie bands, waren dan ook nog eens goed besteed. Voor twee derde van het programma dan toch.

Opener van de avond was Taïfun, één van de veelkoppige monsters, die Brussel rijk is met tentakels naar verschillende bands (waaronder het prettig gestoorde Casse Brique). Pompende indierock met hints naar Modest Mouse, meerstemmigheid en stotterende, sputterende gitaren werd er voorgeschoteld waardoor je al meteen in de juiste stemming zat. Tof ook dat deze jongens ter plekke cd’s en lp’s verkochten, waarvan je zelf de prijs mocht bepalen.

Meegekomen vanuit Noorwegen samen met het hoofdprogramma was Woodland, waarin Spidergawd-bassist Halvard Gaardlos dubbelde. Alleen liet hij hier de contrabas zinderen terwijl hij de elektrische bas voor het hoofdprogramma bewaarde. De verwantschap met Spidergawd ging trouwens verder dan enkel de bassist. Ook Woodland grossiert in seventiesbluesrock, waarin je Led Zeppelin kan terugvinden, maar ook The Black Keys en – vooral vanwege de stem van frontman en gitarist Gisle Solbu – Jack White. Alleen is de versie van Woodland iets properder dan die van de hoofdact en de songs zijn jammer genoeg ook iets eentoniger.

Meest prominent aanwezig bij Spidergawd was ongetwijfeld drummer Kenneth Kapstad, tot voor kort nog achter de kit bij Motorpsycho, maar tegenwoordig fulltime trommelend bij deze band. Dat had in de eerste plaats te maken met de opstelling van de band, waarbij het drumstel centraal vooraan was opgesteld. Kapstad hield zo van onder zijn zweetband en tussen de cimbalen het slagveld voortdurend met priemende blik in het oog, geflankeerd door bassaxofonist Rolf Martin Snustad aan de ene en zanger-gitarist Per Borten aan de andere kant.

Die Per Borten kwam eigenlijk het hele concert niet echt goed uit de verf, maar – zo legde hij later uit – dat had te maken met zijn stem, die het de dag voordien had opgegeven en nu was opgekalefaterd. Door omstandigheden – de eeuwige Magasin 4-curfew dus – was de set beperkt tot een tiental nummers, maar dat belette het gezelschap niet om meteen uit de krammen te schieten.

Wie dacht dat de saxofoon zou verdrinken in het geweld van gitaar, bas en drums, had het in elk geval grondig mis. Op gezette tijden soleerde het instrument de snarenplukkers naar huis als het, zoals in Heart Of The Sun Oder Caribou, al niet piepend en knorrend weerwerk bood aan de gierende zessnaar van Borten. Al even vaak ging dit duo trouwens samen de wereld te lijf in een gelijk oplopende solo.

Waar het voorprogramma worstelde om te blijven boeien, was dat hier geen enkel probleem. Tempowisselingen, “saxuele” intro’s (Into Tomorrow) of bonkige gevechten tussen de verschillende instrumenten en met blues geïnfuseerde stonerrock hielden het voortdurend spannend. Zelfs voor een liefdeslied (afsluiter Is This Love…?) draaide dit kwartet de hand niet om.


13 maart
Patrick Van Gestel