Sonic City dag 1: Heerlijk grensoverschrijdend

Diverse locaties, 11 november 2017 - 12 november 2017
Sonic City

Als je Thurston Moore kan krijgen als curator, dan zeg je geen neen; zelfs al noopt dat tot een kleine logistieke revolutie. Het was uitkijken naar de nieuwe locatie en nieuwe formule (twee podia). Maar onze man keerde tevreden terug van de eerste dag in the sonic city that never sleeps, waar grensoverschrijdend gedrag nog een deugd is.

 

"Dit is ons vroegste concert ooit", stelden de Finse meisjes van Olimpia Splendid rond één uur 's middags vast. Ze leken verrast door de bemoedigende opkomst en gaven de vroege vogels in Kortrijk overschot van gelijk. Ook wij hadden de wekker gezet om dit veelbelovende trio aan het werk te zien en we kregen er geen spijt van. Met zijn drieën (de drummer zat in een doosje) zetten ze een bezwerende, haast verdovende sound neer. Nu eens slowcore-gewijs bijna stilvallend, dan weer lekker rammelend ("This is our punk song"). Om halftwee op een zondag een nieuw favoriet bandje oppikken... niet echt een lazy Sunday...

Tijd om een eerste keer te verkassen naar het andere podium (we zouden dat daarna nog elf keer doen). In een kleinere zaal was Ashley Paul net aan haar set begonnen. Lieflijk, breekbaar gezang (denk aan Annelies Monséré) werd afgewisseld met kinderljk dissonante geluidjes. We zagen en hoorden een gitaar, penselen, schroeven, een strijkstok en een saxofoon. Wat ons betreft mocht vooral die sax iets vaker achterwege blijven.

James Sedwards kennen we sinds een paar jaar als gitarist in de Thurston Moore Group. De curator zocht het voor een keertje niet ver en nodige Sedwards uit om met zijn band Nøught naar Sonic City af te zakken. We kregen gedreven, hectische noiserock die al bij al toegankelijker was dan we op voorhand gevreesd hadden. Leuk om Sedwards eens uit de schaduw van Moore in zijn eigen biotoop aan het werk te zien.

Terug naar Stage 2 voor Marcia Bassett en Samara Lubelski. Die laatste werkte vroeger nog samen met curator Moore in zijn band Chelsea Light Moving, vandaag bracht de violiste met Bassett (op gitaar) mooie, gelaagde stukken die grotendeels geïmproviseerd leken. Allerlei attribuutjes legden leuke accentjes in de geluidszee. Alweer een band die we heel even gingen uitchecken, maar toch weer tot het eind geboeid hield. Ten voeten uit Sonic City!

Steve Gunn zagen we eerder deze week aan het werk en we vroegen ons vooral af of zo'n korte set zou werken. Dat deed het wonderwel. Vanaf de eerste song ging Kortrijk een paar centimeter boven de grond zweven op de langgerekte, heerlijke gitaarsongs van Steve Gunn en zijn band (incluis Tommy "Les Ateliers Claus" Denys op basgitaar). Ergens halfweg de set kwamen zowel gitarist Cian Nugent als een lokale roadie ter hulp gesneld om zijn gitaarband te fixen. Gunn keek verbaasd op bij zoveel efficiëntie en noemde het zijn Bon Jovi-moment ("and it felt good"). Bon Jovi behoort wellicht niet tot Steve Gunns muzikale helden, maar hij droeg wel Way Out Weather op aan zijn (en onze) rock-'n-rollheld Fred Cole; een mooie hulde.

In de voorbeschouwing hadden we MAG erg vetjes aangestipt. Met pijn in het hart moesten we daardoor zelfs het parallele event van Madensuyu in De Kreun laten schieten. Gelukkig begreep de Zweedse de situatie en leverde ze terstond een hoogtepunt van de dag aan. Haar eenpersoonsorkest bespeelt de trombone, doet human beatbox door een megafoon en frunnikt aan allerlei knopjes. Haar anarchistische konijn (ja, een anarchistisch konijn!) doorzeefd met knopjes en draadjes mag wat ons betreft volgend jaar Sonic City cureren. Erg leuke ontdekking die we graag binnenkort opnieuw zien. Ze had trouwens ook leuke merch-ideetjes: daar stond een legertje speelgoedvarkentjes met rond de nek een downloadcode (zes euro). Wij betaalden graag negen euro meer voor de fysieke elpee.

Eén van de grotere sterren op de affiche was misschien wel Nels Cline. Zegt de naam je niet meteen iets, dan klinkt diens werkgever Wilco je wellicht wel bekender in de oren. Het leek ons vooral op een richtingloze vingeroefening. Dit was eerder voer voor gitaarfetisjisten; voor ons eindelijk een gaatje om onszelf te gaan voederen aan één van de eetstandjes.

De set van Marisa Anderson was al halfweg toen we terug in de kleine zaal aanbelanden. We hadden even nodig om in haar eerder rootsgetinte gitaarset te komen, maar gaandeweg geraakten we toch in de ban van de sobere artieste uit Portland. Getooid in een Dead Moon-T-shirt - Ha! wij waren niet de enigen! - bracht ook zij met het nummer Resurrection een ode aan haar net overleden stadsgenoot Fred Cole. Mooi en welgekomen rustpunt zo ergens halfweg de festivaldag!

Evenmin grossierend in vrolijke liedjes is Sun Kil Moon. 's Mans set leek een lange slowcore woordenwaterval. Mark Kozelek was eerder verhalenverteller dan zanger. Vaak brommerig, maar al even vaak ongelooflijk grappig en sarcastisch. Vanuit het standpunt van een tamme kat gaf hij in House Cat, een nieuw nummer, zijn mening over de stand van de wereld en zijn president. "De relaties tussen de VS en Moskou kunnen me niet schelen. Miauw miauw. Waarom is de mensheid hier nog? Om naar hun telefoon te staren en de kont van hun baas te likken tot hun neus bruin ziet? Miauw miauw". Hij ging niet alleen (verbaal) in de clinch met iemand op de eerste rij (hij zou zich later excuseren voor zoveel "grumpiness"), toen Nels Cline werd uitgenodigd om een paar songs mee te spelen, declameerde Kozelek alsmaar: "I hate Nels Cline". Alweer een erg innemende set van onze favoriete, geniale brompot.

Intussen was Sonic City volgelopen en werd het soms toch drummen om van de ene naar de andere zaal te raken. Als je met je affiche mikt op de nieuwsgierige, muziekminnende medemens, dan wil iedereen ook elke band zien om toch maar niets te missen. Het enige minpuntje van Sonic City 2.0 was dan ook dat Stage 2 stilaan te klein werd. Toch geraakten we telkens wel binnen en, mits enig gekronkel door de zaal, tot ergens voorin. Kronkelen door de zaal, dat was ook wat Pharmakon deed. Ze stuurde ondraaglijke beats richting publiek om daarna zelf door een microfoon schreeuwend tussen ons te komen stormen. Wij moesten noodgedwongen touwtjespringen over haar kabel. Kan Sinterklaas haar misschien een draadloze micro bezorgen?

Wie dacht dat we met Pharmakon het bizarste van de dag achter de rug hadden, had buiten Angus Andrew van Liars gerekend. Tenzij je een roze trouwjurk als podiumoutfit voor een man al eerder zag? De extremistische elektronica (denk aan LCD Soundsystem in serieuze overdrive) beukte hard, erg hard.

De oldskool freejazz van James Brandon Lewis Trio klonk na het brute (t)rouwfeest van Liars bijna als een verademing. Het trio hield netjes de balans tussen buiten de lijntjes te kleuren en niet te wild de freejazztoer op gaan en werd zo een geknipte band voor Sonic City. Een pluim voor de curator om ook dit genre te serveren aan een publiek dat eerder op gitaar, noise en bleeps afkomt. Na een half uur droop het zweet letterlijk van de drummer af en hield de band het voor bekeken. Kort, onversneden en fantastisch, zo hebben we het graag op een drukke dag!

Na twaalf uithoeken van het muzikale spectrum te hebben verkend, klonk de Thurston Moore Group ei zo na braafjes. Anderzijds, nadat onze zintuigen bijna twaalf uur lang waren geprikkeld, was het aangenaam thuiskomen bij Thurston, Deb, Steve en James. Openers Ceasefire en Speak To The Wild brachten een sacrale vibe door de propvolle zaal. Een held van meerdere generaties liet ons meegenieten van zijn tweede jeugd. Moore genoot ervan ("ik heb nog maar zelden zo'n publiek gehad"0) en werd alsmaar losser. Rond halfeen 's nachts een kwisje over filmquotes? Check!

Na een dik uur greep de band terug naar de eerste solo-plaat 'Psychic Hearts' om een punt te zetten achter een zalig optreden en een al even zalig dagje muzikaal snoepen op Sonic City. Benieuwd wat Thurston Moore op de laatste dag Sonic City uit zijn hoed tovert samen met Stephen O'Malley en Mats Gustafsson. Wij zijn al onderweg!


12 november 2017
Christophe Demunter