Sonic City 2018 - Chaos is de toekomst

Depart Evenementenhal, 9 november 2018 - 11 november 2018

Sonic City breidt uit - vorig jaar een nieuwe locatie met een extra podium, dit jaar alweer een podium erbij - en krijgt de allures van een concertmarathon voor hen, die alle bands willen ontdekken. Toch loonde het ook op de slotzondag om vroeg op post te zijn. En om tot de allerlaatste noot te blijven.

Onze eerste afspraak was met Dream Wife. “Het is pas twee uur ’s middags maar het voelt alsof het middernacht is”, Rakel Mjöll had overschot van gelijk. Onze ochtendkoffie was amper binnen en het was al meteen een dol feest met dit knotsgekke poppunktrio uit London. De drie dames hadden ook een boodschap te brengen, want Somebody kondigden ze aan als "een grote fuck you tegen gendernormen. Gender is een construct. Zullen we het allemaal samen afbreken?”. Terwijl de zangeres amper verstaanbare flarden tekst spuwde, raasden de bassiste en drumster door de setlist. Niet alle materiaal was even goed, maar een wake-up-call was het alleszins. En o ja, we hoorden ook nog nooit iemand zo lief, met de glimlach op het gezicht, “I’m gonna cut you up / I’m gonna fuck you up” zingen (F.U.U.), dan nog wel mooi ingeleid door de Spice Girls-knipoog: “I’ll tell you what I want, what I really really want”. 

Intussen was de tweede zaal goed volgelopen (het was amper halfdrie!) voor Jen Cloher, de partner van curator Courtney Barnett. Fans van singer-songwriters (om niet te zeggen fans van Joni Mitchell) kwamen dit jaar erg aan hun trekken met de Sonic City line-up. Zo ook Jen Cloher, die met haar muziek en verhalen het publiek vasthield tot en met afsluiters Needs en Strong Woman. Ze kreeg de zaal aan het lachen, toen ze bij Fear Is Like A Forest, vorig jaar door Kurt Vile en Courtney Barnett gecoverd, droogjes opmerkte dat het vreemd voelde om “Kurt & Courtney” te zeggen.

Bij Black Midi wisten we niet goed wat te verwachten; funk uit Londen, was ons gezegd. We zagen een drummer die zijn kit van het podium had geramd, had een roadie zijn basdrum niet gestut met stalen gewichten. En we zagen twee gitaristen en een bassist die verstrengeld leken in een moeilijke keuze tussen mathrock, jazz en funk. Kiezen is verliezen, en dus werd alles op een (heerlijke) hoop gegooid. Je zou het kunnen vergelijken met het gitaargefringel dat we ook van Foals kennen, maar da’s eigenlijk een te enge vergelijking. Benieuwd wat we de komende maanden en jaren nog van deze jongens mogen verwachten. Shame was al fan, wij nu ook wel een beetje.

Voor nog meer gitaargeweld konden we achteraf nog even terecht aan het derde podium waar Whorses zich - letterlijk - smeet, een van de meest woeste performances die we dit weekend meemaakten (maar helaas dus veel te kort wegens het overlappen met Black Midi…).

Het gaatje dat Goat Girl op de affiche gelaten had wegens afzeggen werd te elfder ure ingevuld door Sylvie Kreusch. Wat ons betreft ietwat fout gecast op Sonic City, en ondanks de twee drummers, hadden we vooral de indruk te kijken en luisteren naar de reden waarom we het Eurovisiesongfestival tegenwoordig niet meer volgen. Dan maar gauw naar Snail Mail, wiens debuutplaat ‘Lush’ een van de meest gehypete platen van 2018 moet zijn. We hoorden indie gitaarpop die we al honderd keer eerder hoorden, maar toch hield Lindsey Jordan het publiek geboeid voor haar podium. Dat publiek ging ook massaal in op haar verzoek om de Sonic City-crew eens met een ferm applaus te bedenken. Hoe attent! Ook naar ons toe was ze heel attent, want ze raadde ten stelligste aan om Stella Donnelly uit te checken. Het bleek een gouden tip want Donnelly zorgde voor één van de mooiste optredens van het weekend.

Die Stella Donnelly beweerde dat ze aan de laatste show van vier maand touren gekomen was. Vermoeid zag ze er niet uit. Integendeel, de goesting in het optreden straalde van haar gezicht. Of ze nu de hemelse singer-songwriter was of de boze protestzangeres, steevast sierde een glimlach haar jonge gezicht. Luchtige thema's als het vervelende kerstfeest in familieverband werden afgewisseld met songs over het aanwakkeren van doodlopende relaties, over slachtofferblaming (Boys Will Be Boys) of over alles wat misgaat in haar thuisland Australië (Beware Of The Dogs), telkens weer ingeleid met één of andere hilarische anekdote. Ook grappig was de verwondering over haar eigen succes: "ik maakte aanvankelijk dertig cassettes van mijn ‘Thrush Metal’-ep en zette mezelf op de hoes met een hap noedels uit mijn mond hangend; omdat ik dacht dat mijn ma, mijn pa en hun achtentwintig kennissen dat leuk zouden vinden"… Enfin, dit was een optreden om van begin tot eind van te genieten. Zijzelf genoot met volle teugen van het hele festival, want aan het einde van de show zei ze doodleuk dat ze volgend jaar zeker terugkomt: "Ik koop gewoon een ticket!"

Ryley Walker hield het op flauwere grappen als daar zijn: "ik heb voor het eerst sinds het begin van de tournee propere sokken aan; dus alles komt goed". Zijn bindteksten leken te bestaan uit inside jokes tussen hemzelf en zijn band, maar de humor sijpelde toch ook een beetje door naar het publiek. Dat zorgde voor een tegengewicht voor het op zich saaie concept "muzikanten die musiceren". Toch zorgden Walker en zijn band voor een aangename trip die je nog het best consumeerde met de ogen dicht (Dat deed hij trouwens zelf ook). Hoe verder in de set, hoe meer duidelijk werd welk talent er schuilgaat achter de nonchalante slacker Ryler Walker.

Van rustig uitgesponnen gitaarnummers naar 22n van de meest opzwepende concerten van Sonic City; laten we zeggen dat het op zijn minst een grote sprong was naar de wereld van WWWater. Zonder dat we erg in hadden, verleidde Charlotte Adigéry de zaal, terwijl haar vaklui op synths en drums de benen murw probeerden te krijgen; de oren ook trouwens, want dit optreden was echt wel luid!

Daarna werd het heel wat braver met Poliça; alsof we stilaan begonnen uit te bollen naar het einde van het festivalweekend. De Amerikaanse kondigde aan dat ze in Kortrijk wat nieuwe songs wilde uitproberen. Dat werk liet de toevallige passant nogal onberoerd, maar ook de fans, die voor Poliça naar de zaal waren afgezakt, lieten het allemaal wat over zich heen komen. Een onderhoudende maar weinig memorabele passage van de eigenzinnige synthpopband.

Op zaterdag was Beverly Glenn-Copeland het oudere buitenbeentje op de affiche, op zondag was die plaats gereserveerd voor Lonnie Holley. De achtenzestigjarige Afro-Amerikaan begon pas een jaar of tien geleden muziek te maken nadat hij een tweedehands Casio op de kop tikte. Geflankeerd door het duo Nelson Patton op drums en trombone met loopstation leken ze erop los te improviseren. Echt opzwepend werd het nooit; daarvoor leken de muzikanten toch niet zo op elkaar ingespeeld, maar de aanwezigen die tot het eind van het optreden bleven hangen, gaven het trio een daverend applaus (misschien wel uit eerbied voor de grijze dreadlocks van Holley?).

Nog één act scheidde ons van de eindmeet. Het was zondagavond en dat merkte je aan het uitdunnende publiek. Melanie De Biasio doet tegenwoordig alle zalen te lande vollopen, Sonic City sloot ze af voor een vijfhonderdtal volhouders en, hoewel ze alles behalve een makkelijke set bracht, bewees ze zichzelf alsnog als verdiende afsluiter van het festival. De spanning, die ze opbouwde tijdens Let Me Love You, hield ze moeiteloos aan tot bij afsluiter I’m Gonna Leave You. Onderweg leek ze de touwtjes erg strak in handen te hebben middels subtiele instructies aan de muzikanten als was ze de dirigente van een voltallig orkest. Bloednuchter kon ze zelfs een tegen de vloer van de zaal kaatsend bekertje op zijn plaats zetten. Een knallende afsluiter werd het nooit, maar een zalige uitloper na twee (of drie) dagen intens muzikaal genieten was het des te meer.

Zo zit de elfde editie van Sonic City erop. We konden ons dit weekend niet van het gevoel ontdoen dat het festival volwassen wil worden. We zagen een dertigtal bands waarvan de teleurstellingen op een halve hand geteld konden worden. Aan de ene kant kan je dan gerust “missie volbracht” zeggen, maar aan de andere kant misten we soms toch een beetje het onstuimige, zoekende karakter van de vorige curatoren. We zagen amper "slechte" bands, maar de bands, die ons van onze sokken bliezen qua durf en experimenteerdrang, waren ook zeldzaam. Dit jaar leerde Courtney Barnett ons dat de toekomst vrouwelijk is, maar leverde de curator van vorig jaar niet de uiterst wijze woorden: “Chaos is the future and beyond it is freedom”? Ach, we zien vol vertrouwen uit naar Sonic City 2019. Ook dan vind je ons weer op de eerste rij, ongetwijfeld geflankeerd door Stella Donnelly…

Mogen we tot slot nog onze chouchous van Sonic City 2018 meegeven? Moeilijk kiezen, maar namen die zullen bijblijven, zijn alleszins Emma Ruth Rundle, Peuk, Black Midi en Stella Donnelly.

13 november 2018
Christophe Demunter