Seasick Steve
Een perfecte balans
Bram Beelaert
Ancienne Belgique, Brussel — 8 november 2008
Na een leven op de straat geniet de Amerikaanse bluesman Seasick Steve op zijn oude dag van het succes. Zijn optreden in de AB doet de vraag rijzen hoe het zo lang heeft kunnen duren voordat de man ontdekt werd.
Ook al hebben twee verschijningen in het nieuwjaarsnachtprogramma van Jools Holland op de BBC van Seasick Steve nog geen échte household name gemaakt, zijn ster is tegenwoordig redelijk rijzende. Wanneer men het over zijn muziek heeft, vallen steevast namen als The White Stripes en R.L. Burnside. Vooral die laatste vergelijking is terecht. Seasick Steve staat voor compromisloze trance- en countryblues: nummers van één akkoord, maar met een bezwerende groove die onweerstaanbaar op de onderbuik inwerkt. "Blues gespeeld met een punk-attitude", durft de kenner het wel eens noemen, vergetend dat de originele punks uit de jaren ’70 zelf de mosterd haalden bij de oude meesters. Maar kom, we begrijpen waar hij naar toe wil.
Nu is het wel zo dat, zeker hier te lande, de meeste bluesconcerten maar slappe kost zijn. Seasick Steve biedt een welkom tegengif. Zijn optredens bulken van de energie en intensiteit. Op het podium staat een authentieke artiest, die zingt, speelt, danst, vloekt en preekt met gans zijn ziel. Hij doet dat in zijn ééntje, zichzelf bedienend van tot de verbeelding sprekende hulpstukken als “The Mississippi Drum Machine” (een houten bak waar hij met zijn linkervoet de maat op stampt) en zijn “Three String Trance Wonder” (een krot van een gitaar met drie snaren in plaats van zes).
Zo ook in Brussel. De manier waarop hij met zo weinig middelen een hele zaal meer dan een uur in zijn greep kan houden, dwingt respect af. Zijn bedrieglijk eenvoudige gitaarspel (wat een rechterhand-techniek!) en raspende stem vullen moeiteloos de ruimte. Seasick Steve weet dat het voor hedendaagse oren lastig luisteren is naar muziek zonder nadrukkelijke beat. Op gezette tijdstippen houdt hij dan ook halt om één of ander straf verhaal te vertellen. Ook dat kan Seasick Steve als geen ander. Zo verneemt een geamuseerd publiek hoe het komt dat hij één van zijn gitaren tegen een veel te hoge prijs gekocht heeft (75 dollar, kun je nagaan), en krijgt het nuttig huishoudelijk advies over het behandelen van insectenbeten.
Pièce de résistance maandagavond is Dog House Boogie, een magistrale lap primitieve dansmuziek waarop Seasick Steve zijn leven vertelt. En dat mag er zijn. Zo mag zijn stiefvader hem graag door het gesloten (!) raam gooien. De jonge Steve onderhoudt een tijdje moordgedachten, maar besluit uiteindelijk om verstandig te zijn en in plaats daarvan van huis weg te lopen. Er volgen jaren van rondzwerven, dikwijls aan de zelfkant van de maatschappij, een leven “on the road” dat nu nog altijd voortduurt. Dat verhaal bevat de kern van de blues van Seasick Steve. Het is een heerlijk destructief gevoel, dat hij met zwier en geloofwaardigheid op zijn toehoorders weet over te brengen.

