Iron & Wine

De standaard

Patrick Van Gestel
Ancienne Belgique, Brussel8 november 2008

Eindelijk. De kerstvakantie mocht dan welkom zijn, het brengt ook met zich mee dat het cultureel leven zo goed als stilvalt. Tenminste als je die misbaksels van eindejaarsparty’s niet meerekent. Weinig of geen concerten dus. Ontwenningsverschijnselen begonnen zich voor te doen. We betrapten er onszelf al op luid applaudisserend om een bis te roepen als vrouwlief onder de douche van jetje gaf. Hoog tijd dus om concertjaar 2008 in te luiden. Iron and Wine is ideaal om mee te beginnen.

Chantal Acda, beter bekend als Sleepingdog, heeft een nieuwe plaat uit. ‘Polar Life’ heet hij en met die liedjes mag ze proberen het publiek al in de stemming te krijgen voor de hoofdmoot. Met een gitaar/banjo en een xylofoon op de achtergrond brengt ze haar songs op akoestische gitaar en vleugelpiano. Op de piano dwalen de gedachten onvermijdelijk af naar iemand als Satie, al zijn zijn meesterwerkjes veel intiemer en directer, maar met de akoestische gitaar hebben haar nummers iets meer karakter en zijn ze dan ook beter te pruimen. Laat die slapende honden toch maar rustig slapen.



Zeven muzikanten had Sam Beam van Iron and Wine bij zich. Zeven muzikanten die steeds opnieuw variatie brachten in een op zich al divers oeuvre. Op ‘The Shepherd’s Dog’ heeft Beams stem soms veel weg van het ruisen van de zee. In de Ancienne Belgique zong hij zijn nummers zonder technische of productionele snufjes terwijl hij wonderlijke klanken uit zijn assortiment akoestische en elektrische gitaren wist te toveren. Foutloos mocht het parcours dan misschien niet zijn (de aanloop naar het uitmuntende bisnummer He Lays In The Reins was stuntelig en ook in de reguliere set haperde de machine af en toe), maar geen schoonheidsfoutjes zonder schoonheid. En schoonheid was precies wat het publiek voorgeschoteld kreeg.



Vanaf opener Lovesong Of The Buzzard tot het hoger vermelde bisnummer zat de hele zaal op het puntje van de stoel te proberen de krop in de keel weg te slikken en de tranen van emotie te verbijten. Tot dit staaltje van muzikaal meesterschap droegen de uitstekende muzikanten uiteraard in de eerste plaats bij. Sarah Beam bijvoorbeeld, die zorgt voor de perfecte combinatie van stemmen en ook nog eens viool speelt. Of Paul Niehaus, die met zijn pedal steel zorgt voor de americana-toets. Wat ons vooral bekoorde was de rijkdom aan percussie die ook op het podium werd vertoond. Alle lof dus voor percussionist Ben Massarella, die met drummer Chad Taylor en de doorleefde bas van Matt Lux deel uitmaakte van een ritmesectie om duimen en vingers bij af te likken.



Ook opvallend was de manier waarop de nummers steeds opnieuw aan mekaar werden geregen. Zo liep House By The Sea na een lang uitgesponnen instrumentaal intermezzo speels over in The Devil Never Sleeps om uiteindelijk te eindigen met een (eerder matig gezongen) White Tooth Man. Dergelijke naadloze overgangen waren trouwens schering en inslag. Vanzelfsprekend was het vooral het meest recente album waaruit werd geput, maar ook ouder werk werd gespeeld. Weary Memory bijvoorbeeld of Sodom, South Georgia.



De standaard voor 2008 is gezet en als dit een voorteken is voor de kwaliteit die nog moet volgen, kunnen wij alvast niet meer wachten.

Iron & Wine
← Terug naar overzicht