Rock Werchter 2019 - Dag 1: P!nk gijzelt Rock Werchter

Werchter Weide, 27 juni 2019 - 30 juni 2019

Tent ingepakt, huiswaarts gekeerd, douche genomen, het zand uit de schoenen geschud, de blaren doorgeprikt, aftersun gekocht en een dutje gedaan. En dus wordt het nu stilaan tijd om terug te blikken op Rock Werchter 2019. Een vreemde, eclectische affiche waarbij er meer vraag was naar dagtickets dan naar combitickets. Elke dag was er dus wel één act – nog meer dan de anderen – die het volk naar de weide wist te lokken. Op dag één was het P!nk die de Main Stage een hele dag gegijzeld hield.

Rock Werchter stond dit jaar één week vroeger op de kalender dan gebruikelijk en dat had allicht te maken met het tourschema van P!nk. Rock Werchter is immers het enige festival in Europa waar de zangeres deze zomer geprogrammeerd staat. Dat de zangeres tegenover die exclusiviteit ook best wat eisen mocht stellen, was duidelijk: de Main Stage begon er later aan en elke act, die daar stond, hoorde eigenlijk bij P!nk. Tussen de acts door speelde een dj om god weet welke reden.

Ons schema en dat van heel de weide begon dus in de tenten en daar stond Black Box Revelation (KluB C) voor ons als eerste op het programma. Geen idee wat de groep Rock Werchter misdaan heeft, maar het was vreemd om Jan Paternoster en Dries Van Dijck hier zo’n vroege set te zien verzorgen, terwijl ze al hoger op de affiche hadden gestaan. Otto-Jan Ham kondigde de band dan ook subtiel aan met de zin: “Vandaag spelen we in omgekeerde volgorde: de headliners eerst.” De drie heren – tegenwoordig hebben Jan en Dries versterking van een zekere Jasper – lieten het niet aan het hart komen en begonnen aan de set met oudjes High On A Wire en Never Alone, Always Together. Het was een tikje aan de slome kant allemaal, net als het publiek. En pas ergens halverwege, bij War Horse, hadden we het gevoel een eerste kopstoot te krijgen. Een beetje laat om een memorabel optreden af te leveren, maar onze sympathie hebben deze heren altijd. Graag zouden we tijdens de clubshows dit najaar wel weer meer horen uit platen nummer twee (‘Silver Threats’) en drie (‘My Perception’), die nu al enige tijd nogal stiefmoederlijk behandeld worden.

Daarna was het tijd voor Mogwai. We kunnen daar relatief kort over zijn: ze deden het niet beter of slechter dan de eerdere keren dat we de Schotten aan het werk hebben gezien. De gitaarstormen waren aanwezig, net als de lange vaak instrumentale nummers. Heel imponerend allemaal, maar na een klein uurtje begon het allemaal op elkaar te lijken.

Dat Rock Werchter deze week niet is weggebleven van de meer gewaagde boekingen bewijzen de namen van Ólafur Arnalds en Charlotte Gainsbourg. De eerste is een IJslander en te plaatsen in de neo-klassieke scene die dezer dagen zo populair is. We hadden voor Ólafur heel erg graag de loftrompet laten schallen, maar het was eerder een slag in het water. De lieve man startte met het bloedmooie, maar heel erg zachte Árbakkinn. Hij en de vier strijkers gaven het understatement een nieuwe invulling; alleen wilde de tent daar niet meteen van weten en overstemden de babbelaars vaak de subtiele pianomuziek. Het was pas bij afsluiter 3055 – die wat luider was – dat we het gevoel hadden dat dit ook heel goed had kunnen zijn... in een zaal. Het mooiste moment van deze show: het lieve lachje dat Ólafur gaf, toen hij het eerste applaus kreeg. Zijn antwoord op de vraag of er misschien ook mensen aan het luisteren waren. Zo werd één van de optredens waar we op voorhand het meest naar uitkeken één van de grootste afknappers.

In de andere richting kan het ook: zonder al te veel verwachtingen naartoe getrokken, maar Charlotte Gainsbourg was een grote meevaller. Het is al van de samenwerkingen met Beck en Air geleden dat we nog eens echt aandachtig naar haar muziek hebben geluisterd, maar intussen bleek Gainsbourg, dochter van Serge Gainsbourg en Jane Birkin, haar muziek te hebben omgetoverd tot een discoshow. Visueel was het podium erg knap aangekleed, met zowel witte lichtgevende kaders boven als op het podium. Ze gidste ons langs – voornamelijk – het nieuwe album en vond daarbij perfect het midden tussen sexy poses en kitsch, tussen Kylie Minogue en LCD Soundsystem. Wij hadden ook geen idee hoe dat klonk tot we het hoorden.

De topper die ons persoonlijke beste optreden van de dag serveerde heette Richard Ashcroft. “Voor de jeugd is Richard Ashcroft gewoon nen ouwe vent”, debiteerde het gezelschap waarmee wij ons op de weide richting The Barn hadden begeven. En hij geeft hen allicht gelijk, maar het muzikale vakmanschap en de nineties-nostalgie-sound, die Richard Ashcroft serveerde, bleef geweldig klinken. Perfect was het concert niet. Daarvoor werd een song al eens te lang uitgerekt, maar wie kan beginnen met Sonnet heeft kostbaar materiaal in huis. Music Is Power had iets compacter gemogen, The Drugs Don’t Work werd een beetje van de magie beroofd, toen de band inzette voor de finale, terwijl Ashcroft de eerste minuten van de song op zijn breekbaarst had gebracht: akoestisch, in zijn eentje. Dat was het topmoment van de set. Het festivaltoppunt van de dag was ongetwijfeld Bitter Sweet Symphony dat de tent bijna deed ontploffen. We hoorden veel nummers, die we hadden willen horen, niet. Zo had Ashcroft nog veel dieper kunnen duiken in zowel het oeuvre van The Verve als zijn solowerk, maar hij had helaas maar een uurtje speeltijd gekregen en dat bleek veel te weinig.

Bastille lieten we koppig en gewild aan ons voorbij gaan en vanop de camping hoorden we niets dat ons ongelijk bewees, behalve dan misschien World Gone Mad, het enige nummer waarin frontman Dan Smith net iets dieper in de ziel begon te graven. Bastille is al een jaar of zes de ene plaat na de andere aan het uitbrengen: het lijkt veel langer en ze mogen er zo onderhand mee ophouden.

En dan was het dus aan de diva van de dag: P!nk. De laatste keer dat Alecia Beth Moore in Werchter had gespeeld was in 2010. Toen speelde ze net voor Rammstein en had ze iedereen aangenaam verrast: een goede popshow, van een zangeres die effectief kon zingen en wel wat showelementen voorzien had, maar nooit de show de bovenhand liet nemen op de muziek. Negen jaar later kregen we precies het omgekeerde geserveerd: een show, geweldig om naar te kijken, waarbij het muzikale aspect vergeten werd.

P!nk kwam op vanuit het publiek op de tonen van Get This Party Started. “Op de tonen van”, inderdaad, want zelf vond ze het vaak niet nodig om hele zinnen te zingen. De zinnen, die er wel uitkwamen, waren dan nog niet geheel toonvast. Nadien kwam Beautiful Trauma, de titeltrack van de nieuwe plaat. En daar kwam het pijnpunt duidelijk boven: de show was te afgelikt. Te fuckin’ perfect.

Ja, er was werk gestopt in de podiumaankleding, maar de act had veel van die van een afgelikte musical. De beste optredens zijn die waarin de artiest of band de illusie kan voorhouden dat er iets spontaans gebeurt op het podium. Dat is zelden het geval, maar het zo doen lijken is al voldoende. P!nk slaagde daar geen seconde in. Tijdens Just Like A Pill en Who Knew, twee van haar beste songs, gingen die showelementen min of meer liggen, maar de zang bleef ondermaats. En de mash-up van Funhouse en Just A Girl (van No Doubt) was niet alleen redelijk chaotisch, maar ook redelijk voorspelbaar. Dat er vier tussenfilmpjes waren, die telkens het tempo weer uit de show haalden (want een kostuumwissel bleek noodzakelijk) en dat die soms zo snel op elkaar volgden als na twee nummers, gaf voor ons de doodsteek. Waar P!nk in 2010 nog één van de verrassingen van dat jaar was, was ze nu één van de grootste teleurstellingen.

Donderdag was globaal beschouwd een matige dag, mede omdat P!nk de hele dag de Main Stage gegijzeld had gehouden. Maar geen nood: vrijdag had alles en meer waar deze donderdag een tekort aan had. En dat begon al met Fenne Kuppens.

2 juli 2019
Geert Verheyen (Foto's: Website Rock Werchter)