Rock Werchter 2017 Dag 3: op de dool

Werchter Weide, 29 juni 2017 - 2 juli 2017
Rock Werchter 2017

Dag drie was de dag van de nostalgische gitaren. Aan de Main Stage speelden de hele namiddag groepen die vijftien jaar geleden populair waren. Groepen waarmee we toen eigenlijk ook al niets hadden en die we dus nu ook grotendeels voorbij hebben laten gaan. Linkin Park zijn we gaan kijken wegens geen alternatief in het uurschema. En daar hebben we nu vooral spijt van. Zaterdag waren we vooral op de dool.

DAG 3

Tash Sultana: tikje teleurgesteld

Tash Sultana was één van de artiesten die we vooraf met stip hadden aangeduid op het schema. Ook al is ze hier nog niet zo bekend, er waren fans. Tot verbazing van Tash zelf, die op een gegeven moment tijdens haar concert vroeg: “Are there any of you here who know me?” Ja dus.

Het bijzondere aan Tash Sultana is dat ze alles zelf doet. Ze bouwt een nummer op met een loopstation, kan rappen en beatboxen en als ze gitaar speelt, dan klinkt ze als Prince die de solo in Purple Rain speelt.

Tash heeft nog geen duizend nummers in de aanbieding – één ep uit 2016 is voorlopig alles - en ze kreeg dus maar een half uurtje toebedeeld. Daarin etaleerde ze haar talenten en onderstreepte ze waarom we vooraf zoveel van haar verwachtten, maar dat ook nog doen voor de toekomst. Nieuwe single Murder To The Mind is allicht het beste dat ze ooit schreef. Het was dus erg jammer dat ze net dat nummer in de schuif liet, wat ons toch een tikje teleurgesteld achterliet.

J. Bernardt: de losgeslagen frontman

Warhaus had een dag eerder al diepe indruk nagelaten en dat was bij J. Bernardt niet anders. De twee zijn muzikaal totaal niet vergelijkbaar, maar het feit dat beide frontmannen van Balthazar zulke hoge toppen scheren, verklaart alleen maar waarom Balthazar zo'n straffe band is.

Jinte Deprez heeft zijn rol als enige frontman omarmd. Het laatste nummer van de set, The Other Man, kreeg een stevige verlenging mee. Eentje waarin Jinte Deprez zich naar het midden van de KluB C bewoog en daar op de PA ging staan. Vervolgens ging hij terug naar het podium en gaf hij zich over aan een stagedive. Dit was niets minder dan totale overgave.

In het half uur dat voorafging verkende een heel erg relaxte frontman met vertouwen in zijn materiaal de uithoeken van het podium in het gezelschap van een microfoon met een lange draad. De gitaren bleven grotendeels aan de kant; het concert was al halverwege alvorens er eentje werd omgegord. J. Bernardt is dansbaarder dan Warhaus of Balthazar en drijft vooral op elektronische ritmes.

De setlist telde maar zes nummers, waarvan drie singles. Het belangrijkste: de zes nummers waren goed en het laatste was het beste. Dan ga je dus met het juiste gevoel de tent uit.   

SOHN: Pater Damiaan ondergedompeld in elektronische melancholie

Glass Animals hadden afgezegd wegens ziekte en Machine Gun Kelly wilden we vooral graag aan ons laten voorbijgaan; dus was het wachten op SOHN. Die speelde een vlekkeloze set met genoeg variatie in de nummers om ons bij de les te houden. The Wheel is nog altijd met voorsprong onze favoriet, Tempest was een fijne opener en we waren blij dat Lessons er ook bij was.

Het zijn niet toevallig drie nummers uit de eerste plaat, want de relatie tussen ons en ‘Rennen’ loopt wat stroever. Het titelnummer vonden we nochtans fijn en naar het einde van de set toe bracht Conrad wat popgevoeligheid in de set, maar wij houden meer van de SOHN van de eerste plaat.

Chris Taylor deed vooral wat hij moest doen: mooi zingen. Zijn habijt had hij ingeruild voor een breedgerande hoed waardoor Taylor lachwekkend veel op pater Damiaan leek. Niet het beste concert dat we al zagen van SOHN; wel een vlekkeloze passage.

Milky Chance, Blink-182 en wachten: op de dool dus

En toen begon het dolen wegens niets echt interessants te ontwaren op het rooster. Een stukje Milky Chance meegepikt, dat verrassend goed was, maar toen moesten we vertrekken omdat de natuur ons richting toiletten riep.

Nadien richting Main Stage gewandeld om te zien of we daar iets misten. Dat bleek niet zo te zijn. Blink-182 speelde daar en tja, die waren vooral heel erg Blink-182. Toevallig pikten we All The Small Things nog mee; geen grote kunst, maar op zijn minst verdraagbaar.

Tot slot hebben we nog stukjes Kodaline en Passenger horen voorbij komen waar we nog nachtmerries van hebben (al was de cover van Fast Car, die Passenger bracht, niet vreselijk) en tot slot waren we blij dat het eindelijk tijd was voor Bonobo, want de voorbije uren hadden ons geleerd dat de tijd ook traag vooruit kan kruipen op een minder interessante Rock Werchter-dag.

Bonobo: bloemenmeisjes en frisgewassen krullen

Bonobo groeide onverwacht uit tot één van de absolute hoogtepunten van het weekend. Propvol stond het er niet, zeker niet toen de start van Linkin Park dichterbij kwam, maar wat een concert!

Bonobo is het project van Simon Green en sinds ‘Migration’ uitkwam – die nagenoeg helemaal voorbijkwam op Rock Werchter – is hij op tournee met een heuse liveband, bijgestaan door zangeres Szjerdene Mulcane. Die bracht bijvoorbeeld het prachtige Break Apart, dat op plaat door Rhye ingezongen is. Tijdens dat nummers zagen we rondom ons prachtige bloemenmeisjes wegdromen; wat een mooi contrast vormde met de tristesse die op het podium gebracht werd.

Ook in het publiek: bonkige jongemannen, die de zomer vierden met frisgewassen krullen. Bonobo brengt immers geen elektronica waar je op kan gáán, zoals ze zeggen, maar wel elektronica waarbij je kan dromen. Op het scherm werd de muziek dan ook vaak ondersteund door prachtige natuurbeelden.

Elektronicahelden, die moeite doen om hun universum op het podium te toveren, genieten van ons het hoogste respect. Dat daar bij Bonobo zelfs een dwarsfluitsolo bij hoorde, deed ons vallen voor de eigenzinnigheid van Green.

Linkin Park: volgende keer op Tomorrowland

Tot slot hebben we ons toch nog laten overhalen om naar Linkin Park te trekken. ‘Hybryd Theory’ staat in de kast (ook wij zijn jong geweest) en vinden we oprecht nog een goede plaat. Zet die plaat (uit 2000) eerst op en leg daarna op eigen risico ‘One More Light’ op en je hoort: dit is niet meer dezelfde groep.

Nu zijn wij de laatsten om te zeggen dat een groep niet mag evolueren, maar deze evolutie ruikt veeleer naar een wanhoopspoging of een marketingstrategie. Linkin Park is een gladde popgroep geworden die de nummers ondersteunt met een Oscar & The Wolf-achtige beat. Wat ons deed denken: waarom eens niet op Tomorrowland volgende keer?

Er waren lichtpuntjes; en dat waren dan vooral die momenten waarop er naar vroeger werd teruggegrepen. One Step Closer zat vroeg in de set en daarbij hebben ook wij onze stem schor geschreeuwd. De laatste zes, zeven nummers waren dan ook nog oudere nummers. Het moet zijn dat ze zelf ook wel weten dat dat hun prijsbeesten zijn.

Overigens: Crawling werd ergens halverwege in een melige, uitgeklede versie gebracht, die pijn deed aan de oren. Nooit meer doen, alsjeblieft.


4 juli 2017
Geert Verheyen (Foto's: Thomas Geuens)