Rock Werchter
Prettig gestoord met buikkrampen
admin
Werchter Weide, Werchter — 8 november 2008
We hadden beter met voorbedachten rade een file opgezocht. De eerste 150 minuten van Werchter waren alleszins niet om over naar huis te schrijven. Het enige wat we kwijt kunnen is dat Air Traffic ons op single Charlotte al met een vunzige kater leek op te zadelen en dat Milow dankzij de geluidsmensen op mainstage met You Don’t Know en het oogstrelende One of It tweemaal zeer verdiend boven pretpunkers Billy Talent uitkwam. We voelden echter plaatsvervangende buikkrampen in zijn plaats om tussen zo’n resem hyperkinetische emo-kids post te moeten vatten.
Soit, we kunnen nog zoveel pogingen doen, we zullen de programmeringskeuzes van de Schuer wellicht nooit kunnen doorgronden. Wat de ware reden was om Air een spot te geven op de affiche terwijl het nog volop licht was, we hebben er het raden naar. In elk geval deed het tijdstip de dromerige, uitgesponnen klanktapijten die Air zo typeren geen goed. Maar ook de eigenzinnigheid van het Franse duo speelde hen parten. Een wisselvallige songkeuze, met (teveel) de nadruk op mak uitgevoerde instrumentaaltjes, wrong het laatste beetje sfeer uit de set. Nochtans namen ze een goede start met een vroege passage langs Venus en Cherry Blossom Girl, beiden uit de pop-pastiche ‘Talkie Walkie’. Opvallend was wel hoe weinig het recente ‘Pocket Symphony’ onder de aandacht werd gebracht, enkele instrumentale nummers als single Napalm Love en het etherische Mer du Japon niet te na gelaten. In de plaats daarvan teerden de Franse wonderboys op een grillige keuze van minder gekend materiaal om op het einde uit te pakken met een klassiek slottrio. Doorbraakalbum ‘Moon Safari’, tot dan quasi schaamteloos genegeerd (met uitzondering van instrumental Talisman), kreeg dan toch de tent in gang. Kelly Watch The Stars begon de zegetocht, Sexy Boy bracht hem tot een hoogtepunt, en La Femme d’Argent deed het optreden uitbollen. Wat wij zagen, was geen Franse grand cru, eerder een chateau migraine van een minder jaar. De eigenzinnigheid van de heren van Air is bewonderenswaardig, maar blijkt op een festival allesbehalve een succesformule. De band teert bij het grote publiek nog altijd (te)veel op het onsterfelijke ‘Moon Safari’, wat afbraak doet aan de rest van hun oeuvre. Maar het is niet met sets als deze dat men mensen zal aansporen om die andere albums eens een kans te geven.
Rufus Wainwright liet zich door Marilyn Manson niet uit z’n lood slagen in de strijd om meest idiote outfit van de avond. Voor de gelegenheid had hij zichzelf en z’n zevenkoppige band langs de kleerkast van wijlen Papa Chico laten passeren. Cabaret is nooit ver weg, als Wainwright met band speelt. Muzikaal kunnen we onze homoseksuele god weinig verwijten, met schitterende versies van Art Teacher Going To A Town en het aangrijpende Do I Disappoint You. Iets later ging hij helemaal loos wanneer hij in badjas La Complainte de la Butte brengt, gevolgd door totale hilariteit tijdens een playback-versie van Judy Garlands Get Happy. Afsluiter Gay Messiah is zijn eigen originele manier om ons uit te nodigen voor zijn concert in het najaar. Wij zitten alvast op de eerste rijen.
En net wanneer wij wél zin hadden in een uurtje kolken met de Beastie Boys kregen we het derde concert van Muse in één jaar tijd voorgeschoteld. Ja, het was wederom geweldig, fantastisch en vul zelf gerust aan met alternatieve superlatieven maar wij zijn hun jukebox ondertussen al zo beu als de nieuwe zomerhit van Laura Lynn, tijd voor nieuw materiaal jochies.
