Raphael Saadiq - De voorbeelden geëerd

Het Depot, 28 oktober 2019

Raphael Saadiq</b> - De voorbeelden geëerd

Heel even vreesden we dat het allemaal iets te steriel zou blijven. Maar uiteindelijk bleek dat Raphael Saadiq zijn leermeersters naar de kroon stak, daar in Het Depot.

WAYI was haar naam en ze was op meer dan één manier kleurrijk. Het glitterrode pakje verlichtte het grote podium, maar de schitterende gospelstem deed dat zo mogelijk nog meer. En toch draaiden de liedjes bijna allemaal rond stukgelopen liefdes, maar die parelwitte lach deed alle miserie zo oplossen als rijm voor een krachtige winterzon. Ze deed ons denken aan Lianna La Havas, ook omdat de omkadering beperkt werd tot akoestische (en een enkele keer elektrische) gitaar, maar het waren vooral die stembanden, die ons betoverden. Raphael Saadiq had zijn voorprogramma met zorg gekozen.

Het vorige optreden van Raphael Saadiq, waarvan wij getuige mochten zijn, was er eentje dat indruk had gemaakt; door de levensvreugde, door de klasse, misschien ook een beetje door de omstandigheden (Het Depot werd toen gerenoveerd en het optreden vond plaats in een verlaten schoolgebouw). Maar de toon van ‘Stone Rollin’’, waarrond die show was opgebouwd, was helemaal anders dan die van ‘Jimmy Lee’. Want op die laatste plaat is Saadiq heel persoonlijk en heel erg diep gegaan. Dat had ook zijn effect op de show. Het leek hoe dan ook allemaal iets te proper te worden, maar naarmate het concert vorderde, werd de toon steeds uitbundiger en werd het steeds moeilijker om stil te blijven staan.

Het was Walter Hawkins, niet toevallig een dominee, die ons met I’m Going Home moest voorbereiden op wat komen zou. Jezus werd al geloofd (in beide betekenissen) nog voor de band één noot had gespeeld. En hoewel dit bij ons steeds een beetje een wrange smaak in de mond geeft, konden we ook niet ontkomen aan de overtuiging waarmee de Heer hier werd geprezen. Dat was al zo met opener Sinners Prayer, dat nog voorzichtig schuifelend werd ontvangen, terwijl het refrein (“God, help me make it”) steeds met een fel, hemels licht gepaard ging. Dat geloof zou als een rode draad door de show lopen en met de rasechte gospel van Belongs To God (op plaat is er trouwens een dominee te horen) een hoogtepunt kennen, waarna toch ook de meer wereldse nummers werden bovengehaald.

Saadiq liet ook niet na om toe te lichten waarom en hoe de nummers van zijn meest recente album ontstaan waren. Maar die uiteenzettingen werden dan doorspekt met kwinkslagen. Ook al was het onderwerp ervan (het verlies van zijn broer(s) aan drugs en alle bijhorende problemen) vaak bijzonder triest, het was de hoop die sprak uit deze songs. En dat mocht verkondigd worden. Niet alleen door de band zelf, maar het publiek werd ook verzocht om te participeren (zoals in I’m Feeling Love), eerst nog een beetje schuchter en terughoudend, maar naarmate de set vorderde, steeds enthousiaster en met meer vuur.

Op het album waarde de geest van Marvin Gaye, niet toevallig één van Saadiqs voorbeelden, al door de muziek. Op het podium was dat nog meer zo. We zijn te jong om dat echt te hebben meegemaakt, maar dichter bij een concert van de soulgrootheid als daar in Het Depot gaan we waarschijnlijk nooit komen. Vooral in het tweede gedeelte kwam dat naar boven, wanneer de strakke teugels van de nieuwe nummers werden gevierd. En ook Prince keek ongetwijfeld goedkeurend toe, met name als de leadgitarist (en Jimi Hendrix-lookalike) zich verloor in een solo zoals in Let’s Take A Walk.

Met een medley van songs door Saadiq geschreven en/of geproducet (voor onder meer Bilal, Lucy Pearl en Erykah Badu) werd de vlam in de pan gebracht, waarna het vuur nog werd aangewakkerd met Love That Girl en Keep Marchin. Weg was het strakke keurslijf van het eerste gedeelte van de show. Er diende plaats geruimd voor improvisatie (Saadiq nam ook even de basgitaar over, het instrument waarmee hij zijn carrière ooit inzette), liet zich gewillig filmen door de fans op de eerste rijen en trok zelfs een jongedame op het podium.

Een bisronde was overbodig. Het publiek lag al lang aan de voeten van de soulman, die hiermee bewees dat er nog wel degelijk leven kan zitten in een genre dat al een paar keer was doodverklaard.

30 oktober 2019
Patrick Van Gestel