Rage Against The Machine
Middelvingers op kerosine
Kevin Vergauwen
Sportpaleis, Merksem — 15 februari 2010
Toeval of niet, maar net voordat de poorten van het Sportpaleis opengaan, barst er een apocalyptische storm los boven Antwerpen. Een voorbode, zo blijkt enkele uren later, van de stomende terugkeer van Rage Against The Machine. Het communistische verzet weet na acht jaar afwezigheid in ware paracommandostijl het Belgische publiek probleemloos door elkaar te schudden. Al noteren we hier en daar toch enkele kleine schoonheidsfoutjes.
“We’re Rage Against The Machine from Los Angeles, California”. Als een sneltrein, gevoed door een bom kerosine barst de hel in ’s lands grootste concertzaal los met Testify. Het middenplein wordt al snel herschapen tot een slagveld waar jong en oud, dik en dun, man en - jawel, her en der - vrouw wild op elkaar inbeuken. Alsof hij nooit van het strijdtoneel verdween, spuwt Zack De La Rocha, tegen de achtergrond van een grote rode ster, schuimbekkend zijn politieke gal.

Nog voor de tweede splinterbom Bulls On Parade wordt ingezet heerst er een tropisch woestijnklimaat in het Antwerpse Sportpaleis, wat schijnbaar voldoende is om menig concertganger van een extra dosis testosteron en adrenaline te voorzien. Crowdsurfend, springend, proestend en schreeuwend geeft de massa zich over aan het briesende kwartet. Zelfs Tom Morello’s haarscherpe en loeiharde cross-over-riffs worden luidkeels meegebruld.
Al werd er ooit verkondigd dat een reünie volledig uitgesloten was, toch schijnt het viertal zich kostelijk te amuseren en wordt het door de kolkende massa probleemloos over de streep getrokken wanneer de onvermijdbare intro van Bombtrack door merg en been snijdt. Bullet In Your Head komt – naar Ragenormen – tergend traag op gang, maar werkt zich in geen tijd op tot hét absolute hoogtepunt van de set. Net wanneer het zaakje helemaal uit de hand dreigt te lopen, komt er even een einde aan het jukeboxgevoel.
Diehards zijn uiterst tevreden met Ashes In The Fall dat zelden tot nooit in een setlist verschijnt. En uiteraard kunnen wij niet anders dan wild worden van de uitmuntend gebrachte Clash cover Clampdown. Jammer genoeg zijn het net deze songs die de fel brandende toorts even omvormen tot een gezellig brandend kaarslichtje.
Al snel wordt duidelijk dat de La Rocha’s energie niet even oneindig is dan zo’n tien jaar geleden, maar is het vooral de schijnbaar onvermoeibare Tim Commerford die wild rondhuppelend de prijs krijgt voor dapperste der guerrillastrijders. Alles wat dan nog volgt is een half uur durende trip naar het hoogtepunt waarop iedereen wacht.
Zo’n 25.000 middelvingers die de lucht ingaan en moedig de stijdkreet van hun goeroe meebrullen: “Fuck You I Wan’t Do What You Tell Me”. Dat deze live-uitvoering van – het op plaat nog steeds ijzersterk klinkende - Killing In The Name een beetje rammelt, doet er dan al lang niet meer toe. Ons besluit staat dan immers vast. Rage Against The Machine poot met dit optreden één van de strafste liveprestaties van het jaar neer. Een tweede ronde zou dan ook enkel en alleen schade kunnen berokkenen aan deze mijlpaal.
