Play Festival
Come out and play
Lene Hardy
Muziekodroom, Hasselt — 8 november 2008
Het Play Festival is langzaam maar zeker ook buiten Limburg een begrip geworden. Tijdens de derde editie werden de zalen van de Muziekodroom vooral gekleurd door de talrijke Belgische en Nederlandse groepen. Toch waren het vooral de buitenlandse bands die voor dat beetje extra zorgden. Wij gingen op laatste dag een kijkje nemen en hadden het er best naar onze zin.
Om zes uur al op pad om Asta te zien. Het lijkt wel de avondvariant van heel vroeg opstaan voor Sinterklaas, want ook bij Asta valt er heel wat te rapen. Wouter Thyssen en zijn band brengen gevoelige popliedjes in het Nederlands en doen dat op een erg professionele manier.
Hoewel dit hun eerste optreden is in deze bezetting, durven we beweren dat Asta muzikaal gezien meekan met de groten in België. We houden van het stemtimbre van de zanger en zijn dictie is nagenoeg vlekkeloos. Een verademing in tijden waar de Fixkes en Kowlier alomtegenwoordig zijn. Soms raken de teksten, soms is er nog wat werk aan, maar deze band is er alleszins eentje om in de gaten te houden.
Hoewel dit hun eerste optreden is in deze bezetting, durven we beweren dat Asta muzikaal gezien meekan met de groten in België. We houden van het stemtimbre van de zanger en zijn dictie is nagenoeg vlekkeloos. Een verademing in tijden waar de Fixkes en Kowlier alomtegenwoordig zijn. Soms raken de teksten, soms is er nog wat werk aan, maar deze band is er alleszins eentje om in de gaten te houden.
Na het Limburgse Asta is het lang wachten op een band die ons nog kan bekoren. Hun opvolger Floris Francis Arthur onstijgt met moeite het slaapkamerniveau. Freaky Age rockt als vanouds, maar verrast op geen enkel moment. De Nederlanders van Mala Vita doen heel erg hun best om een opwindende en schreeuwerige mix van ska, punk en balkan te brengen, maar we vinden de avond daar nog iets te jong voor en het publiek is het daar duidelijk mee eens.
Gelukkig is er nog Savalas, die een glimlach op ons gezicht tovert met gratis singles voor de eerste bezoekers en een mooie, maar een beetje saaie set. Groot zien we deze band niet meteen worden, maar ze verdienen zeker een plaatsje in het clubcircuit.
Gelukkig is er nog Savalas, die een glimlach op ons gezicht tovert met gratis singles voor de eerste bezoekers en een mooie, maar een beetje saaie set. Groot zien we deze band niet meteen worden, maar ze verdienen zeker een plaatsje in het clubcircuit.
De slechtste leerling van de klas is Headphone, die vooral zichzelf heel erg interessant lijkt te vinden. Al na enkele nummers vluchten wij weg richting Rubik’s Cue en dat beklagen we ons geenszins. Het sfeervol verlichte Motives For Jazz podium vormt een oase van rust tussen al die groepen die zichzelf heel wat vinden. Rubik’s Cue ontdoet jazz van zijn intellectualistische jasje. Ze hebben zelfs een nummer dat gebaseerd is op Snoop Doggs Drop It Like It’s Hot.
Voor het eerste feestje van de avond is het wachten op The Brunettes. Met een hoop zelfrelativering, dansbare nummers en een Belle & Sebastiansfeertje pakken ze het publiek helemaal in. Ergens onderweg krijgen ze de slappe lach. Alleen al daarom kunnen ze op onze sympathie rekenen.
Het feestje wordt even later verder gezet door The Whitest Boy Alive. Zanger Erlend Oye bewijst dat deze band veel meer is dan zomaar een zijprojectje van Kings Of Convenience. Het publiek heeft de boodschap begrepen: dansen! En dat doet het ook met veel overgave tot de laatste noot.
Het feestje wordt even later verder gezet door The Whitest Boy Alive. Zanger Erlend Oye bewijst dat deze band veel meer is dan zomaar een zijprojectje van Kings Of Convenience. Het publiek heeft de boodschap begrepen: dansen! En dat doet het ook met veel overgave tot de laatste noot.
Na deze band duurt het wachten wat lang - wij hebben nu eenmaal geen geduld - en gaan we een kijkje nemen in de kelder bij De Jeugd Van Tegenwoordig. Tegen alle verwachtingen in blijven we hangen. De Hollandse rappers zouden niet verstaanbaarder zijn als ze Swahili spraken, maar leuk zijn ze alleszins. Ze hebben een hele lading sixpacks mee die ze gul uitdelen aan het publiek en laten ons “Hollandse hoeren” scanderen alvorens Watskeburt in te zetten. Complexloos plezier.
Nadien zijn we net op tijd om de laatste liedjes van Tim Vanhamel mee te pikken, maar hij kan ons enkel een langgerekte geeuw ontlokken. En dat ligt niet eens aan het late uur.
Op één of twee uitzonderingen na was “onze Vlaamse trots” niet om over naar huis te schrijven. Als je het echt naar je zin wou hebben op Play was je vooral op de buitenlandse groepen aangewezen. Die volbrachten hun opdracht gelukkig wel met verve.
