Emir Kusturica
Muzikaal Circus
Carl Ivens
Ancienne Belgique, Brussel — 20 december 2005
Een stevig gevulde AB mocht zich vergapen aan het bonte gezelschap dat [b]Emir Kusturica[/b] met zijn [b]No Smoking Orchestra[/b] -zijn eigenste muzikale circus- op hen losliet. De band liet van meet af aan verstaan dat zij niet naar Brussel kwamen om zichzelf en het publiek in slaap te wiegen.

Wie Emir Kusturica zegt, denkt al meteen aan film. Visioenen van carnavaleske soms wat bevreemdende filmthema?s doemen in mij op. Van de dromerige visser uit Arizona Dream, de ontroerende zigeunertragedie Time of the Gypsies, over de twee (wereld)oorlogen omvattende prent Underground tot de prettige gestoorde lovestory Black Cat, White Cat: allen doen ze mij glimlachen bij het voorbijgaan aan mijn netvlies, als geesteskinderen van het gelauwerde regisseursbrein Kusturica. Vorig jaar nog kwam zijn jongste film in de bioscoop. Life is a Miracle kende verrassend genoeg niet het verwachtte succes en verdween vrij snel uit de zalen.
Minder bekend en wat recenter is dat Kusturica ook (film)muziek maakt. In eerdere prenten liet hij zijn films schitterend muzikaal begeleiden door niemand minder dan balkangrootmeester Goran Bregovic. Sinds de twee heren na Underground een dijk van een meningsverschil uitvochten, is de breuk compleet.
Vanaf dan nam Kusturica ook het luik van zijn filmmuziek volledig in eigen handen. Hij kreeg en krijgt hiervoor bijstand van een wat prettig gestoord korps van geschoolde balkanmuzikanten dat de naam No Smoking Orchestra draagt, jawel zij die in Black Cat, White Cat nog vrolijk in de bomen hangen.
Met dit eigenaardige gezelschap trekt Kusturica ook op tournee, wat op het podium resulteert in een lichte weerspiegeling van het wat geschifte, carnavaleske circusgebeuren uit Kustirica?s films. Gek verklede muzikanten die namen als The Judge en The Pope meedragen, theatrale muzikale parades en spelletjes, en een rondstormende zanger Karajlic die zichzelf ten voeten uit parodieert. In dit vrolijke geweld bevond Kusturica zich wat op de achtergrond. Hij liet het vooral aan zijn band over om de muzikale zigeunerpunk-meets-balkanfolk ten tonele te brengen. In een show van ruim twee uur, bleek dit net iets van het goede teveel. De boodschap had al wel eerder haar doel bereikt.
Hoe onderhoudend en geanimeerd de vertolking in de AB ook was, muzikaal stelde het niet zo heel veel voor. Als regisseur van originele balkanfilms valt Kusturica vast niet te kloppen, muzikaal bekleedt hij echter de grijze middenmoot. Ik kan mij dan ook niet geheel van de aloude gedachte ontdoen: schoenmaker, blijf bij je leest.
Minder bekend en wat recenter is dat Kusturica ook (film)muziek maakt. In eerdere prenten liet hij zijn films schitterend muzikaal begeleiden door niemand minder dan balkangrootmeester Goran Bregovic. Sinds de twee heren na Underground een dijk van een meningsverschil uitvochten, is de breuk compleet.
Vanaf dan nam Kusturica ook het luik van zijn filmmuziek volledig in eigen handen. Hij kreeg en krijgt hiervoor bijstand van een wat prettig gestoord korps van geschoolde balkanmuzikanten dat de naam No Smoking Orchestra draagt, jawel zij die in Black Cat, White Cat nog vrolijk in de bomen hangen.
Met dit eigenaardige gezelschap trekt Kusturica ook op tournee, wat op het podium resulteert in een lichte weerspiegeling van het wat geschifte, carnavaleske circusgebeuren uit Kustirica?s films. Gek verklede muzikanten die namen als The Judge en The Pope meedragen, theatrale muzikale parades en spelletjes, en een rondstormende zanger Karajlic die zichzelf ten voeten uit parodieert. In dit vrolijke geweld bevond Kusturica zich wat op de achtergrond. Hij liet het vooral aan zijn band over om de muzikale zigeunerpunk-meets-balkanfolk ten tonele te brengen. In een show van ruim twee uur, bleek dit net iets van het goede teveel. De boodschap had al wel eerder haar doel bereikt.
Hoe onderhoudend en geanimeerd de vertolking in de AB ook was, muzikaal stelde het niet zo heel veel voor. Als regisseur van originele balkanfilms valt Kusturica vast niet te kloppen, muzikaal bekleedt hij echter de grijze middenmoot. Ik kan mij dan ook niet geheel van de aloude gedachte ontdoen: schoenmaker, blijf bij je leest.
