Moses Sumney - Moses de almachtige

Botanique, 20 november 2017

Ironisch hoe de Botanique volgepakt zat met verliefde stelletjes, stuk voor stuk wachtend tot niemand minder dan de Heer der Liefdeloosheid het podium zou betreden. Dat laatste deed Moses Sumney trouwens met stijl. Gehuld in zijn ruime, zwarte toga blies hij ons, letterlijk en figuurlijk, en met behulp van drie micro's en twee multi-instrumentalisten, helemaal van de sokken. En hoe!  

Moses Sumney brengt het type muziek dat vooral bestemd is voor rokerige achterzaaltjes of schemerige podia: nu eens heerlijk ingetogen en hartverwarmend, dan weer vol druipende melancholie die tot diep in de vingertoppen reikt. Zijn muziek komt dan ook het best tot zijn recht op plaatsen waar veel interactie met het publiek mogelijk is; de Botanique, bijvoorbeeld. Al vanaf de eerste minuut hingen alle concertgangers aan zijn lippen, en daar maakte hij gretig gebruik van. Meer dan eens liet hij de bezoekers meezingen, klappen, naar adem snakken en zuchten (van tevredenheid, natuurlijk). Moses Sumney is een geboren performer.

"This is my first ever performance in Brussels", klonk het, toen de laatste noot van de nogal experimentele opener Self-Help Tape nazinderde. "Experimenteel" is trouwens de beste beschrijving die we aan zijn passage in Brussel kunnen geven. Zowat alle nummers die hij bracht, voornamelijk afkomstig uit zijn jongste plaat ‘Aromanticism’, had hij in een eigenzinnig, ruw jasje gestoken. Zo bleef er nagenoeg niets over van de warme sound die Quarrel zo typeert, en was ook Make Out In My Car veel ruwer dan de delicate versie op het album.

Maar dat hoefde dus zeker niet negatief te zijn, integendeel. Veel van de nummers kwamen, met dank aan die extra power, live erg goed tot hun recht. Zo werd het sowieso al iets dynamischere Lonely World bijna een dansplaat en werd Worth It herleid tot een krachtdadig, verhit nummer vol aangename verrassingen. Natuurlijk was niet heel de show zo dynamisch. Sumneys cover van Björks Come To Me was een ingetogen, maar desondanks uiterst intense luisterervaring; en ook Plastic en Doomed, waarmee het concert werd afgesloten, schitterden in eenvoud.

Oh ja, ook nog een welverdiende shout-out naar Tawiah. "I know you are all waiting for Moses, but first you'll have to listen to me", lachte ze. En dat deden we. En we hoorden dat het goed was. Meer dan goed, eigenlijk. Moederziel alleen stond ze daar op het podium; met een cassettespeler die de rol van band toegewezen kreeg. En toch stond ze haar mannetje. Ze maakte haar eigen koor door de vocals te loopen, manipuleerde drumpads en tokkelde op een gitaar. Waarom zou je in hemelsnaam dan nog een band nodig hebben?

21 november 2017
Jeroen Poelmans