Moses Sumney Aromanticism

Jagjaguwar
Aromanticism

Moses Sumney had voor zijn debuutplaat geen betere titel kunnen bedenken dan ‘Aromanticism’, het onvermogen om romantische liefde te ervaren. De plaat spit liefde tot op de bodem uit en neemt vooral het taboe liefdeloosheid onder de loep. Dat is eens iets anders dan het klassieke gewauwel over "de ideale liefde", dat we tegenwoordig met de paplepel ingegeven krijgen.  

Na een kort stukje samenzang op Man On The Moon (Reprise) - het lijkt wel een kerkkoor dat hemelse liederen zingt - opent Sumney met Don’t Bother Calling. Onder begeleiding van een tokkelende, akoestische gitaar brengt hij het verhaal over onbeantwoorde liefde, verpakt in een perfect falsetto. “But all I know is I can’t go away with you with half a heart”, klinkt het.

Ook op Plastic weet Sumney aangenaam te verrassen. Het nummer verscheen al eerder op de ep ‘Mid-City Island’ en is sindsdien maar weinig veranderd. Desondanks blijft het een dijk van een nummer. Met een knipoog naar de mythologie van Icarus waarschuwt Plastic ons voor de gevaren van de hoogmoed. “But nobody told me / Do never let it go too far”, luidt het.

Quarrel is dan weer een tegenstrijdig nummer. Instrumentaal geeft het een warme en weelderige indruk, maar schijn bedriegt. Lyrisch wordt namelijk een ijskoude oorlog uitgevochten: “If I don’t have tools to fight / Calling this a lovers’ quarrel isn’t right”, betekent zoveel als: “Noem het geen ruzie tussen geliefden als er geen liefde is”. Het nummer eindigt uiteindelijk met een laatste stukje liefdevolle piano, dat zowaar alle wonden ten gevolge van de ruzie lijkt te helen.

Intermezzo Stoïcism, een parlando over de onbeantwoorde liefde tussen moeder en zoon, vloeit vervolgens naadloos over in Lonely World. En die titel lijkt perfect gekozen. Inderdaad: lijkt. “And the sound of the void flows through your body undestroyed”, klinkt het eerst nogal aarzelend, alsof hij de enige overlevende op aarde is. Tot die eenzaamheid plots wordt doorbroken door een stevige beat, die steeds luider wordt en uiteindelijk de overhand neemt. Sumneys “Lonely” blijft weerklinken, maar nu klinkt hij alles behalve eenzaam; hij heeft gezelschap gevonden in de eenzaamheid.

Make Out In My Car zegt lyrisch dan weer erg weinig, maar is desondanks een genot voor het oor. De zachte beat, de vocale keelklanken en het amusante fluitdeuntje, dat doet denken aan Flume’s Helix, zijn echt muzikale snoepjes om je vingers bij af te likken.

Na opnieuw een kort intermezzo (The Cocoon-eyed Baby) breekt eindelijk Doomed aan. Onder begeleiding van aanzwellende synths snijdt Sumney met die brekende falsetto vragen over leven zonder liefde aan. “Am I vital if my heart is idle / Am I doomed?”, klinkt het. Sumney sleurt ons mee naar het oog van de storm, waar we opgesloten zitten met onze donkere gedachten terwijl allerlei vragen om ons heen vliegen. Naarmate het nummer vordert, werken de synths naar een hoogtepunt toe, maar er is geen opluchting. Enkel duisternis en leed.

Indulge Me, het voorlaatste nummer van het album, is anders dan de rest; Sumney lijkt vrede te hebben gevonden in zijn eenzaamheid. “All my old lovers have found others”, zingt hij, “I don’t trouble nobody / Nobody troubles my body.” Het nummer heeft een verzoenende werking en geeft je eindelijk de mogelijkheid om opnieuw adem te halen. Iets wat ons sinds Don’t Bother Calling nauwelijks gelukt is.   

Self-Help Tape maakt uiteindelijk een einde aan ‘Aromanticism’. Opvallend: het is een instrumentale afsluiter, waarbij gitaren en onbeduidende vocale uitroepen de hoofdrol spelen. Hij propt je dus niet nog snel wat lyrics door de strot die te lang op de maag blijven liggen, maar laat ruimte voor eigen interpretatie en sluit op een eerder positieve, maar nog klaaglijke manier af.

Er resten ons nu nog maar drie woorden: beluister deze plaat!  


21 september 2017
Jeroen Poelmans