Martha Wainwright
Niet groots, wel geslaagd
Patrick Van Gestel
Botanique, Brussel — 8 november 2008
Doordeweeks is nu niet meteen een beschrijving die past bij Martha Wainwright. Is het niet omwille van haar familie, dan wel omwille van het blad dat ze weigert voor de mond te nemen. Niet dat ze een grote mond opzet, maar een liedje een titel als Bloody Motherfucking Asshole meegeven, is toch niet meteen alledaags.
Op de tafel aan de ingang van de Rotonde liggen vanavond niet alleen de gangbare t-shirts en cd’s. Er is ook een plaatsje voorzien voor de Martha Wainwrightslipjes. Hoewel de verkopers ons ervan proberen te overtuigen dat ze wel degelijk gebruikt zijn, blijken de maten jammer genoeg niet overeen te stemmen met onze rondingen. Dezelfde ironie komt ook tot uiting in haar tweede album ‘I Know You’re Married But I’ve Got Feelings Too’. Intussen staat het erg verscheiden publiek mooi in de rij – iets wat ook al zelden voorvalt - aan te schuiven om een plaatsje in de goed gevulde zaal te bemachtigen.
De band van de flamboyante jongedame bestaat voor twee derde uit het wat onopvallende voorprogramma Dovehead, aangevuld met echtgenoot en producer Brad Albetta op bas en Jim Campilongo op elektrische gitaar. Zelf hanteert ze uiteraard de akoestische gitaar, waarbij ze haar hooggehakte laarzen wijd uit elkaar zet en zich in allerlei bochten wringt voor de microfoon.
Als ze de avond in haar eentje inzet met I Wish I Were, is al duidelijk dat dit een goede show gaat worden. Martha geeft zich volledig, maakt af en toe een muzikaal schoonheidsfoutje, maar slaagt er desondanks moeiteloos in om de aandacht vast te houden. Dat doet ze in de eerste plaats door haar klasseliedjes, maar even vrolijk maakt ze een praatje – onbewust overschakelend van Frans naar Engels en terug - met de amateurfotograaf op de eerste rij of legt ze uit dat The George Song over de zelfmoord van een vriend gaat.
Naast haar eigen songs, waarvan vooral Comin’ Tonight, de machtige single You Cheated Me en de soloversie van de “ode” aan haar vader (Bloody Motherfuckin’ Asshole) imponeren, heeft ze zich ook nummers van Piaf (Adieu Mon Coeur), het Pink Floyd van Syd Barrett (See Emily Play) en de obscure Franse chansonnière Barbara (Voilà Combien De Jours, Voilà Combien De Nuits) eigen gemaakt.
Het publiek lust er allemaal pap van en smeekt de jonge Canadese tot twee maal toe om een bis te komen spelen. Daaraan geeft ze maar al te graag gehoor. En achteraf is er ook nog tijd voor een handtekeningsessie en een praatje met de fans. Dit was misschien geen groots concert, maar een geslaagde en erg onderhoudende avond was het in elk geval.

