Live Is Live

Dag 2 - Oorlog met enkel overwinnaars

Johan Giglot
Middenvijver, Linkeroever28 juni 2026

“Live is Life, na naaaa na na na”, aldus de onvergetelijke eendagsvlieg van Opus halfweg jaren tachtig. Dat mag je veertig jaar later op verschillende manieren zingen: met de handjes in de lucht samen met teenagerebel Robbie Williams, met demonische gitaren aan de hand van rockgod Nick Cave of met heavy-metal-meezingers van Iron Maiden.

Live Is Live
Foto: Live Is Live

Want na een sabbatjaartje pakt het vrij jonge parkfestival op de Middenvijver aan Antwerpen uit met drie dagen waarbij bovengenoemden respectievelijk de headliners waren. “Voor elk wat wils”, was duidelijk het opzet. Kort door de bocht categoriseren we dit even in de muziekhokjes als een “popdag”, een “alternatieve dag’ en een “metaldag”.

Op zondag 28 juni - de alternatieve versie – daalde het kwik na een historisch zware hittegolf een beetje. En laat dat nu even goed van pas komen op een festivalmiddag en -avond waarbij singer-songwriters voor een meer gerijpt publiek de grote plak zwaaiden. We lieten de zoveelste heropstanding van Bent Van Looys Das Pop dan ook graag over aan de vroege fans.

Een naam, die ergens in ons jaren-negentig-achterhoofd rondcirkeld, is die van de Britse Beth Orton, liefst in één adem met bands als Red Snapper, Chemical Brothers of The Sabres Of Paradise. In de bigbeatsector, zeg maar. Later filterde de dame eigenhandig de zogenaamde folktronica daaruit: een kruisbestuiving van (akoestische) folkmuziek en vederlichte elektronica. De recente, nogal onopgemerkte zesde plaat van de dame, ‘Kidsticks’, bleek de reden om het hoofd boven het water van de bijna uitgedroogde middenvijver te steken.

Een intieme set, waarbij vooral de wel erg typerende, donkerblauw hikkende stem van Orton centraal stond, deed eerder snakken naar een latenightmoment in een donkere club dan naar een groot festivalpodium midden op de dag, een plek waar de triobegeleiding van piano, schuifelende drums, bas en gitaar beter tot zijn recht zou komen. We noteerden counrtyfolkklassiekers, een doezelend She Cries Your Name en het mooie en broze titelnummer van de nieuwe plaat als lichtpuntjes in een set die verder nogal naar de achtergrond verdween.

Benjamin Clementine mocht aanrukken als nog minder gekende opvolger. 's Mans poëtische teksten, diepe stem en mooie crossover van soul, pop en licht-klassieke muziek voorzagen debuut ‘At Least For Now’ van een heuse Mercury Mucis Prize. Noem het een soort van expressieve kunstvorm die de half-Ghanese performer op podium brengt: deels gesproken met a capella ritmen, deels expressief achter de piano. De langverwachte vierde plaat en de huidige bijbehorende tour zouden trouwens het laatste muzikale wapenfeit van Clementine kunnen zijn. “Tijd voor andere horizonten”.

Ook deze opmerkelijke ster, die solo het podium moest vullen, kreeg te kampen met een te grote kloof tussen de intimiteit en een massaal, verhit en afwachtend publiek. Niet dat een volledig wit ingekleed podium als contrast met de geheel zwarte man zijn effect niet had. Maar het mooi golvende pianospel, de soms enorm sterk uithalende stem en de leuke singalongmantra’s misten hun impact een beetje, aangezien enkel de “gouden zone” vooraan gevuld geraakte met publiek. Zonde trouwens, want wij werden wel getroffen door de emotioneel doorleefde soulzang en poëtische teksten des levens. Memorabel: vijftig keer “nothing is final, nothing is final / everything’s gonna be fine”, dat door het publiek als ritmestem moest herhaald worden, waar Clementine dan vocaal doorheen kronkelde en dat toch niet overkwam als tijd rekken.

Erg last minute liet de Zweedse popkoningin Lykke Li verstek gaan. “Mentale problemen”, luidde de officiële uitleg. De roddelmolen liet weten dat Nick Cave als curator van deze festivaldag wenste dat talent van de Lage Landen meer ruimte kreeg. En dus sprong Eefje De Visser in het gat. Ergens kregen we ook niet het gevoel dat de Nederlandstalige satirepop meer aansluiting zou vinden bij het Belgisch-Nederlandse publiek.

Wat bleek: de geavanceerde, pompende percussiebeats gladde melodieën en driestemmige inkleuring van de “meidenband” zweefden mooi over de weide. Als een soort van hypnotiserende mantra via topper Bitterzoet (een ode aan drummer Nicky Hustinx!) of met een complexe choreografie in het nieuwe Tikkend met het fraaie vraag- en antwoordspel (“We rennen / mijn hart is een tijdbom / tikkend”). Helaas bleek het contrast met de rest van de line-up ietwat vreemd. Want hoe rijm je dit nu met een alternatief publiek van ready-to-rockers? De Visser sloot af met single Vlammen. Maar echt vlammen was er niet bij met een bedwelmde, ingezonken en enigszins overspoelde menigte.

Als we het over echte grote festivalnamen hebben, komen we uit bij Johnny Marr, de befaamde gitarist van het iconische The Smiths naast front-rebel Morrissey. Maar intussen ook al een solostudioplaat of zes berucht als legendarisch gitaarspeler en begenadigd songwriter. De vorig jaar verschenen dubbelaar ‘Look Out Live’ bleek dan ook een unieke opwarmer voor de passage in Antwerpen.

Met Oasis-looks en de gitaar stevig omgord, bestond meer dan de helft van de seltist uit songs van The Smiths en gelegenheidsproject Electronic (met Bernard “New Order” Sumner). Van akoestische ballade Please, Please, Please Let Me Get What I Want tot het iconische How Soon Is Now met de fantastische new-wave-grooves. (“I am the sun / I am the air”). Zonder de begenadigde stem van Morrissey dan en met iets meer klemtoon op het fantastische snaargeram en -getokkel van de nieuwe frontman.

We lieten ons meeslepen in de lange instrumentale, psychedelische Pink Floyd-roes van Getting Away With It en krulden tegelijkertijd de tenen bij de makke cover van The Passenger, want meer dan twee akkoorden hou je hier zonder de iconische Iggy Pop niet over. Spijtig genoeg gunde Marr zich iets te veel pauzes tussenin om echt te kunnen knallen en zat er niet echt een opbouw of verhaal in het optreden. Een mooie, nostalgische trip was het resultaat, niet echt een sprankelende live set.

Ondanks de vele kwaliteitsvolle foodtrucks, was onze honger nog steeds niet echt gestild. Net zoals bij driekwart van het publiek trouwens. Want dat iedereen voor de hoofdact komt, spreekt voor zich. Dat die de naam Nick Cave draagt en met de tienkoppige Bad Seeds zich de ruimte toeëigende van een volledige concertshow, zijnde tweeënhalf uur, te spelen, maakte meteen ook de verwachtingen torenhoog. Moeiteloos ingelost, zo bleek nadien.

Over Nick Cave en diens concerten zijn natuurlijk al boeken geschreven. Daar is hij trouwens zelf ook mee begonnen, het schrijven van (morbide) boeken. Maar woorden vinden om de muzikale hoogmis te omschrijven, die de Australische rockgoeroe neerzette, blijkt niet zo eenvoudig. Van broos en teder achter de piano tot furieus en grimmig in donkere dreigmomenten. “Antwerpen, I love you”, klonk het meermaals. En dat klonk oprecht. Net zoals elke afgewerkte noot van de als gitaarverkrachtende vioolcapriolen van rechterhand Warren Ellis of de heerlijk meerstemmige vibrato's van het vierkoppige gospelkoor.

Het was een schouwspel met kippenvelmomenten, zoals de mooi gedragen singalong van het broze Oh Children (“Lift up your voice / rejoice”), maar ook vol nostalgische knallers van de onbezonnen, eerste levensadem. Vijf minuten te vroeg (!) knalde Nick Cave meteen al furieus binnen met Get Ready For Love, om al even verwoestend door te gaan naar de monsterlijke publiekslieveling From Her To Eternity. En dan moesten er nog meer dan twee uur Bad Seeds intensiteit volgen. Van een soulvol Jubilee Street tot de hakkende erupties van Red Right Hand. Van het zoet zweverige Bright Horses tot de noodzakelijke meezingmantra van Mercy Seat. Tot en met een laatste snik, waarbij Cave heel het publiek de adem liet inhouden, toen de allerlaatste noot van een solo op piano gebracht Into My Arms uitstierf. Je kon een speld horen vallen tussen een dertigduizendkoppige, verstomde menigte.

“There is a war coming”, werd Antwerpen halfweg gewaarschuwd (Hiding All Away). Het werd een oorlog met enkel overwinnaars.

← Terug naar overzicht