Les Ardentes

Doe de regendans

Tom Weyn
Parc Astrid van Coronmeuse, Liége8 november 2008

Je moet in deze tijden waarin al een overaanbod aan festivals heerst wel goed van lotje getikt zijn om nog een nieuw festival uit de grond te stampen. In Luik dachten ze daar drie jaar geleden duidelijk anders over en na deze derde editie van Les Ardentes kunnen we daar alleen maar gelukkig om zijn. Met een gerust hart mogen we dan ook zeggen dat het festival zich tot de groten van ons land mag rekenen.


Wie zich geen beeld kan vormen van Les Ardentes, aan de oever van de Maas, denkt best aan een mengeling van het Cactusfestival (het gezellige openluchtpodium in het park tussen de bomen en de diverse standjes), Dour (de sfeer, gelukkig niét de organisatie) en I Love Techno (de twee hallen transformeerden ’s nachts in een heus dance-, elektro- en technofeest). Met andere woorden, er is geen muziekliefhebber die zijn gading niet vindt op Les Ardentes. Reken daarbij nog eens een fijne aankleding, toiletten die zo proper zijn dat je ervan zou kunnen eten, een eindeloze rij van tientallen eetstandjes uit diverse hoeken van de wereld én het feit dat alles op een boogscheut van elkaar ligt en u begrijpt dat wij Les Ardentes gerust een aanrader kunnen noemen.

 
En dan was er natuurlijk ook nog de muziek. Die stelde op de eerste dag, met opvallend veel vrouwen op de affiche, aanvankelijk niet veel voor. Sheeduz mocht in de enorme HF6, een aangeklede maar sfeervolle hangar, de aftrap geven. De drie meisjes zijn met hun puberale hard-rock naar ons oordeel iets te vroeg uit papa’s garage ontsnapt. Heel andere koek was de Brusselse Auryn die met een a capella opener en innemende stem aanvankelijk onze aandacht wist te trekken maar die zou even later weer even snel verdwijnen. De combinatie van klassieke, experimentele muziek en pop met strijkers leek nochtans veelbelovend.
 
Ook hierna volgden nog drie optredens die we liefst zo snel mogelijk uit ons geheugen bannen. Victoria Tibblin, een zelfgewaande en krijsende Patti Smith, en haar groep verloren zo dikwijls de richting dat zelfs wij niet meer wisten waar ons hoofd stond. Artiesten die zichzelf veel meer wanen dan ze effectief voorstellen kunnen overigens maar zelden op onze sympathie rekenen. Daarna kregen we nog de Ierse boerenpretfolkpunk van Flogging Molly in onze maag gesplitst, waarbij zanger Dave King het nodig vond om de tijd tussen elk nummer vol te lallen met de reinste zever. Wij stonden ons dan ook luidop af te vragen hoe lang een groep als dit het nog kan uitzingen.
 
Dan hadden we maar al onze hoop gevestigd op de Amerikaanse Brisa Roché, maar alweer werden we teleurgesteld (we hielden ondertussen ons hart al vast voor de rest van het festival). Wat Roché en haar groep juist brengen, kunnen we niet zeggen. Vooraf hadden we vergelijkingen met PJ Harvey en Björk horen vallen en er zou ook een gezonde portie folk in haar optreden gezeten moeten hebben, maar wij vonden niets van dat alles terug in deze bevreemdende performance.
 
En dan was er plots onze redding! Het Frans-Finse duo The Dø, versterkt met een drummer, wist ons eindelijk bij ons nekvel te grijpen. Terwijl de charmante Olivia Bouyssou Merilahti tijdens de opener Playground Hustle nog met veel overgave “We are not crazy” stond te zingen, bewees ze zelf het tegendeel. Alleen al het gevaarte dat als een gigantische lampenkap boven het hoofd van de drummer hing, suggereerde de groep hun gevoel voor humor. De bescheiden hype die rond de groep heerst, werd met glans bevestigd. Het grote podium leek nochtans gevaarlijk voor hun bij momenten breekbare muziek. Nummers als At Last, het schitterende nieuwe Bohemian Dancing of het van een misleidende intro voorziene On My Shoulders hielden echter probleemloos stand. We kunnen al niet meer wachten tot Pukkelpop.[pagebreak]
Dat grote podium bleek al een heel stuk minder geschikt voor de Frans/Israëlische Yael Naim, waar we overigens dikwijls op verschillende vlakken Norah Jones in meenden te herkennen. Haar wel heel zachte muziek, we zouden het bijna ‘voorzichtig’ noemen, had beter tot zijn recht gekomen in een intiemere omgeving, maar men moet roeien met de riemen die men heeft en Naim maakte al veel goed met haar innemende persoonlijkheid én haar bijzonder fijne Toxic cover van ons aller Britney Spears. Naast die cover kennen we Naim uiteraard van de hit New Soul, die plots een hele horde festivalgangers deed wakker schieten. Aangenaam zonder meer maar het kabbelde allemaal iets te gemakkelijk voorbij.

Zullen we Sébastien Tellier eens vergelijken met onze eigenste Daan? Ze staan allebei met dezelfde allures op het podium, ze wisselen hun optredens allebei af met pompende floorfillers en intieme ballads, ze verleiden hun publiek allebei op subtiele wijze en ze zijn allebei in staat om heel diverse optredens neer te zetten. Op Les Ardentes resulteerde dat in eindeloos uitgesponnen nummers, een verknipte versie van het Eurovisie Songfestivalnummer Divine en een dubbele versie van La Ritournelle. Met andere woorden: alle ingrediënten voor een afgrijselijke show maar Tellier kwam er wonderwel met glans mee weg. Zeker wanneer de bebaarde Fransman languit op zijn piano ging liggen om nummers te zingen alsof hij verhaaltjes vertelde, waren we helemaal verkocht. Een eerste hoogtepunt.

Na een bloedheet én bloedstollend goed optreden van Arsenal in de HF6 werden we weer de koude en de regen ingestuurd naar onze favoriete electro-Deen Trentemøller. Zijn muziek leek de perfecte soundtrack bij het gigantische onweer dat tijdens zijn optreden losbarstte. De wind, gietende regen en vooral kletterende bliksem vlak boven het podium gaven een extra dimensie aan de sowieso reeds sublieme show. Terwijl er met man en macht geprobeerd werd om de elektronica en instrumenten, Trentemøller had weer een gitarist en drummer meegebracht, te beschermen tegen de regen ging het publiek volledig loos op een opvallend dansbare set. Dit was overigens ook het enige optreden van het weekend waarbij we originele visuals te zien kregen in plaats van monotone hypnotiserende draaikolken. De afsluitende cover Seven Nation Army vonden we een beetje overbodig maar wie onze aandacht er in deze helse omstandigheden vijfenzeventig minuten lang kan bijhouden, mag al eens een foutje maken.

Op geen enkele moment gedurende het hele weekend stond de HF6, de grootste van de twee zalen, zo vol als bij Cypress Hill. Misschien stond de meerderheid er, net als ons, enkel om de regen te ontvluchten maar die meerderheid zal, eveneens net als ons, niet kunnen ontkennen dat wat het zeventien jaar oude hiphopgezelschap donderdag neerzette, zonder meer straf was. Het viertal grasduinde in hun goed gevulde backcatalogue en haalde daar uiteraard voornamelijk de vele hits uit waar het ongeduldige publiek op zat te wachten. De show bleef niet gespaard van de nodige clichés (we zouden haast high geworden zijn door het constante gepalaver erover) maar ging er nooit over. En dat is voor hiphoppers vandaag een hele prestatie.

Ondertussen was Laurent Garnier aan zijn drie en een halfuur durende dj-set begonnen. De dwazen die het de hele tijd uithielden verdienen ons eindeloos respect. Dit omwille van de aanhoudende regen die de hele wei getransformeerd had in één gigantische modderpoel. Bovendien slaagde Garnier er niet in om zijn set écht op gang te trekken. Bij momenten werd het zelfs ronduit saai, alsof het slechte weer ook een invloed had op hem. Dan verkozen wij, en met ons vele anderen, uiteraard ons droog tentje.
← Terug naar overzicht