Herman Düne
Just a band?
Mieke Meskens
Ancienne Belgique, Brussel — 10 januari 2009
Late Of The Pier werd deze zomer gehypet als een zeer beloftevolle revelatie uit het Verenigd Koninkrijk. Maar belofte maakt schuld. Op Pukkelpop stelde de band teleur. In de AB waren de batterijen van de jongens opnieuw opgeladen. Ze smeten zich van in het begin helemaal in hun muziek. Tevergeefs, want het niveau van de set bleef hangen rond de middelmaat.
Voorprogramma Dan Le Sac vs. Scroobius Pip is ook afkomstig uit Groot-Brittannië, maar behoort tot een heel andere scene: hiphop. Muzikaal zijn ze helemaal geen hoogvlieger. Scroobius Pip kreeg niet meer dan platte beats met weinig melodieuze tonen uit de (nochtans magische) Mac-computer getoverd. De weinig originele ritmes die eindeloos herhaald werden, gingen het ene oor in en logischerwijze het andere uit.
Het accent van dit duo ligt natuurlijk op de teksten van Dan Le Sac. De jongeman met lange jezusbaard, hiphoppet met pompon erbovenop en deftige das heeft een duidelijke troef: droge ironie. Die vinden we onder andere terug in Thou Shalt Always Kill, een nummer waarin hij naast het opsommen van ridicule geboden, groepen als The Pixies of Led Zeppelin ‘just a band’ noemt. Iedereen scandeerde deze woorden dan ook lachend en vol enthousiasme mee.
Een andere opmerkelijke song was de cover van de welgekende Sugababeshit. Die moest hij, naar eigen zeggen, van de Britse regering opvoeren om mensen in contact te brengen met de echte - oh ironie - Britse cultuur.
Een andere opmerkelijke song was de cover van de welgekende Sugababeshit. Die moest hij, naar eigen zeggen, van de Britse regering opvoeren om mensen in contact te brengen met de echte - oh ironie - Britse cultuur.
Bij Late Of The Pier draait het wel degelijk om de muziek. Het viertal begon met veel energie aan zijn set. Opener Space And The Woods gaf meteen prijs waar de band zo goed in is: energieke synthpop die de grenzen van het genre verkent. Late Of The Pier houdt niet van eenvoudige structuren. Ze plukken graag stukjes uit elektronica, rock, punk en synthpop om dan aan de hand van songs vol variatie het publiek op te hitsen.
Dat lukte maar gedeeltelijk. Late Of The Pier bleek te vervallen in platte rocksongs, gedomineerd door een gitaar, schreeuwerige stem, drums en basgitaar. Op een bepaald moment was de baslijn zo dominant dat de songs naar metal neigden. De originele sound was plots zoek. Maar op het einde beloonden ze het publiek toch voor zijn geduld en brachten ze hun meest bekende en waanzinnige (goede) nummers Focker en Bathroom Gurgle op bijna perfecte wijze. Dat bewees meteen dat Late Of The Pier wel degelijk veel talent bezit.
Late Of The Pier… Just a band? Als de jongens nog veel repeteren tot ze echte mannen zijn, zullen ze zeker en vast in het lijstje van Dan Le Sac belanden.
Late Of The Pier… Just a band? Als de jongens nog veel repeteren tot ze echte mannen zijn, zullen ze zeker en vast in het lijstje van Dan Le Sac belanden.
