Herman Düne

Schoonheid bij de Fleet

Hannes Dedeurwaerder
Ancienne Belgique, Brussel10 januari 2009

Buiten de AB regeerden die avond de studenten. Om één of andere reden waren de Brusselse straten overspoeld door jolige, lallende en zwalpende jongeren in witte jassen. Wat een contrast met wat zich even later in de grote zaal zou afspelen: een naadloos samenvloeien van prachtige stemmen en weerbarstige melodieën, getekend: Fleet Foxes.


Fleet Foxes, dat in 2006 nog EP’tjes in eigen beheer moest uitbrengen, is in geen tijd uitgegroeid tot een bescheiden hype. Hotshot op Studio Brussel, te gast bij David Letterman en nu van de rotonde in de Botanique naar de ietwat imposantere AB. De vraag was dan ook: zou die snelle opmars de authenticiteit in de weg staan? En zou die warme sound wel gedijen in die grote zaal?

Het antwoord werd al snel gegeven. Net zoals Sigur Rós van Vorst Nationaal een luchtkasteel wist te maken, bouwden de Foxes de AB om tot een gezellige blokhut. Wars van enige franjes. Vettig haar en bouwvakkershemden bepalen nog steeds de look.

Herman Düne
Het voorprogramma kon ons minder bekoren: J. Tillman, drummer van de Foxes, mocht zijn ding doen op gitaar, verraadde daarbij een heel mooie stem, maar helaas ook nogal eentonige liedjes. Zijn fenomenaal grappige bindteksten waren gelukkig wel raak. Niettemin zagen we hem liever achter de vellen aan het werk.
Want Fleet Foxes, dat was wel raak. Vanaf opener Sun Giant was het opnieuw duidelijk wat voor een ongelooflijke stem - om nog te zwijgen van zijn stembereik - zanger Robin Pecknold heeft. Voeg daarbij de vaststelling dat de samenzang live zo perfect zat en je kon niet anders dan ademloos toekijken naar wat zich op het podium afspeelde.

Hoogtepunten genoeg, maar als we er iets moeten uitpikken, gaan we toch voor de momenten waarop Pecknold geheel alleen met zijn gitaar op het podium stond. Hoe hij met zijn stem die hele zaal wist te vullen, was indrukwekkend. Dat resulteerde in bloedmooie versies van Tiger Mountain Peasant Song en Oliver James.

Bij de bis Katie Cruel ging Pecknold zelfs van bij de microfoon vandaan om in het midden van de zaal – naakt op zijn kleren na – te gaan zingen. Nog maar eens het bewijs dat een gitaar en een stem soms genoeg zijn om de wereld heel even een tikkeltje beter te maken.
Het was overduidelijk dat Fleet Foxes zich te pletter amuseerden op het podium en dat ze de beste maatjes zijn. Dat zorgde er af en toe voor dat de magie even zoek was als de heren aan het moppen tappen sloegen. Bijwijlen was dat misschien hilarisch, maar het vloekte met de muziek die volgde en dit soort ongein maar nauwelijks verdraagt.
Zonder die intermezzo’s was dit van begin tot einde een haardvuur van een concert geweest, waar meer dan 2000 zielen zich aan konden verwarmen. Jammer dat de Foxes er af en toe in moesten plassen. Niettemin: schitterend concert.
← Terug naar overzicht