Lambchop De man met het petje

Lambchop

Lambchop, the most fucked up countryband uit Nashville, tekende in de Orangerie (Botanique) voor een oprecht en intrigerend concert. Al jaar en dag staat de bende rond frontman Kurt Wagner steevast garant voor zacht knisperende soul en tijdloze klasse. Dat ervoeren we eerder tijdens een passage in de AB en ook deze keer in de wat kleinere, maar des te gezelligere Botanique was het prijs, zij het deels om andere redenen. 

Op 'Flotus' slaat Lambchop namelijk een heel andere en verrassende richting in. Momenteel is de groep bezig aan een drie maanden durende Europese tournee die de groep gisteren tot in de Orangerie bracht. Bijzonder was vooral dat frontman Kurt Wagner en zijn troepen in een uiterst minimale bezetting aantraden. Gestript tot een kwartet (Matt Swanson op bas, Wagner op gitaar en vocoder/zang, Tony Crow op piano en de van Wye Oak geleende drummer Andy Stack) bracht Lambchop desalniettemin een uitstekend concert.

Eerst was er een dj-set van de Belgische Nooni waarin onder meer dromerige ambient, etnische, Afrikaans geïnspireerde percussie, audiosamples,Tortoise en een shot cool jazz door de mixer gehaald werden. Hij vormde het ideale voorprogramma voor de gelaagde en innovatieve muzikale texturen van de groep uit Nashville die zichzelf comfortabel tussen warme altcountrysoul, Americana, r&b en kale, maar bijzonder effectieve beats nestelde.

Meer dan ooit maakt Lambchop vandaag de dag hedendaagse, zij het wat onconventionele gemoedsmuziek. Noem het overigens gerust een bijzonder kunstzinnige vorm van muzikaal minimalisme dat de groep tegenwoordig bedrijft. Inspiratie voor het nieuwe album 'Flotus' vond Lambchopfrontman Wagner, de man met het petje, onder meer bij evoluties in hiphop. Vraag Wagner naar hedendaagse inspiratiebronnen en hij verwijst enthousiast naar Kendrick Lamar, Frank Ocean en - welja - Kanye West, al laat hij zich evengoed beïnvloeden door de geluiden van zijn buren in Nashville.

Het geeft aan dat de frontman aanvoelt wat er zowel in de onderbuik van de muziekwereld als in de buitenwereld leeft. Ook elders experimenteert men immers volop met technologische mogelijkheden (vocoders) en met de menselijke stem (Björk, Bon Iver) in het bijzonder. Nieuw? Niet helemaal. Wie Lambchop volgt, weet dat frontman Wagner met HECTa eerder al experimenteerde met electronische geluiden.

Op de huidige tour gaat de groep voor beats, loops, drones en auto-tune. En voor het vocale werk is er ook de voicebox-machine, die een weergaloze filter vormt voor Wagners unieke stem. Dat leverde het slechts schijnbaar minder toegankelijke 'Flotus' op. Moedig, want misschien haken vele verstokte Lambchop fans hier af. Het blijft immers altijd - zo gaf de groep achteraf aan - een gok. Het klinkt anders, is nieuw en daagt zowel groep als publiek uit. Wat meer mag je overigens verwachten?

Nochtans hoefde die hen zo kenmerkende, schuchtere onzekerheid niet, want de band bracht veel liefde in de Botanique. Liefde, die je in de titel van het nieuwe album kon ontwaren ('FLOTUS' = For Love Often Turns Us Still, al is er er naargelang de bron ook een politiek geïnspireerde betekenis), maar ook in de hoes van het album, een door Wagner geschilderd portret van diens vrouw. Kortom, het door experiment gekenmerkte 'Flotus' behandelt als vanouds de politics of love.

Zowat het hele, nieuwe album kwam aan bod, al werden er ook een handvol oudere klassiekers opgedolven zoals Poor Bastard (uit de 'Hank'-ep), The New Cobweb Summer en het steevast ontroerend mooie Gone Tomorrow. "The production was shutting down", zong Wagner, al gold dat zeker niet voor de groep.

Opmerkelijk was dat ze de langere stukken op het album danig inperkten zodat het publiek zich nergens verveelde. Op het album houdt de gedurfde weird ambient van The Hustle achttien minuten aan; live bleven er jammer genoeg slechts een handvol over, zij het verdeeld over twee iets compactere, meer behapbare stukken.

Het dynamische, door krautrockbeats en piano aangedreven NIV (de afkorting voor, al naargelang de bron, New International dan wel Inspirational Verse) bracht het publiek probleemloos op het spoor van de beweeglijk croonende Wagner en zijn bende in de zoektocht naar een hernieuwd, actueel en relevant groepsgeluid.

Toch bleef de groep, zo bleek tijdens de heerlijke titeltrack, ook deze keer naar de keel grijpen. Een pakkend moment dat uitgroeide tot onze favoriet in de set. Maar ook op andere momenten als Old Masters, Howe (een hoogtepunt van jewelste) of JFK (hiphop met een freejazztoets), waarin herhaaldelijk "I talk too much'', naar voren kwam, raakte Lambchop onze ziel. En ter afwisseling waren er een handvol grapjes van Tony Crow (over Trump, maar ook over Canada), die deze keer schitterde in bondigheid. En met een bijzondere, weergaloos mooie cover van When You Were Mine bracht de groep eer aan het (pop)genie van Prince.

Wagner, een dichter die zowel een lach als een traan op je gezicht kan toveren, speelde meer dan ooit met taalkundige vondsten en zocht een speelse, spontane en creatieve uitweg (door het gebruik van de vocoder) via een stream-of-consciousnessachtige aanpak (In Care Of: 8675309). Op die manier deed hij recht aan wat tekstschrijvers en songbarden als Cave en Dylan soms ook doen, namelijk ellenlange teksten in een bijzondere, muzikale vorm gieten.

De man met het petje en zijn makkers deden het weer.

Foto: Creeping Mac Kroki


February 12, 2017
Philippe De Cleen