Gent Jazz
Dag 1 - Virtuositeit is nog geen concert
Kristof Van Landschoot
Bijlokesite — 2 juli 2026
Het langst durende festival van België is van start gegaan. In Gent kan je vijftien festivaldagen lang terecht voor een programma waar jazz nog steeds de hoeksteen van vormt.
De eerste avond was gericht op de pure jazzliefhebber. Je kent ze, de mensen die voor de virtuoze solo's komen, en die beleefd applaudisseren na elke individuele inspanning van een muzikant in een gezelschap. Onder het publiek werd veel Engels en Hollands gesproken. Blijkbaar hebben de meerwaardezoekers uit het buitenland na vijfentwintig jaar ook de weg naar de Bijlokesite gevonden.
Op de twee podia waren er zes optredens in totaal. Bij het binnenkomen was Lakecia Benjamin aan de set bezig. Door een fout in de communicatie tussen de medewerkers mochten we vooraan zitten. Nadien werd dat gecorrigeerd en werden we naar onze plaats op het balkon verwezen, waar we concerten vooral op het grote scherm beleefden. Die beleving was een stuk minder, maar daar hadden we dus bij Benjamin nog geen last van. We zagen een vinnige muzikante, die het festival wou omdopen tot Gent Funk Festival. Ze rapte op een moment een indrukwekkende dialoog met de drummer, wat al helemaal zin gaf om van je stoel te springen en uitbundig te dansen.
Op de Garden Stage zorgde Bodem daarna voor een heel introspectief moment. Adia Vanheerentals is een opkomend talent en in deze formatie werkt ze samen met gitarist Willem Malfliet en drumster Anke Verslype. De gitaar legde bij momenten bijna psychedelische accenten bij de sobere, mooie composities voor saxofoon of klarinet.
Er zijn nog enkele gerespecteerde jazzmuzikanten die niet te oud zijn om te touren. Het is een dingetje, zei presentatrice Lies Steppe, dat die muziek mensen jong lijkt te houden. Twee jaar geleden was Kahil El'Zabar nog het kranige oudje dat indruk maakte, nu deed Stanley Clarke daaraan terugdenken. Clarke verlegde ooit grenzen met zijn basspel. Hij gebruikte een kenmerkende speeltechniek en beïnvloedde daarmee hele generaties jazzmuzikanten. Als de Thundercats en Squarepushers ergens de mosterd vandaan haalden, dan zagen we hier de leverancier van de mosterdzaadjes aan het werk. Zijn spel op de contrabas was inderdaad indrukwekkend.
Ook met elektrische basgitaar kon hij goed overweg, maar gaandeweg verloren we de draad van de composities en hoorden we enkel nog een aaneenschakeling van virtuoze solo's. De muzikale samenhang verdween en wat overbleef was een wedstrijdje soleren tussen individuele muzikanten. Bij Goodbye Pork Pie Hat gaf hij als context nog mee dat het door Charles Mingus werd geschreven bij het overlijden van zijn goede vriend Lester Young. Het is een jazzstandard, en allicht kon een kenner er interessante details in horen, die aan ons voorbijgingen. Het leek of we een stevig stuk muziekgeschiedenis misten om dit te appreciëren.
Stanley Clarke had ons wel op het hart gedrukt dat vooral de jonge muzikanten moeten gesteund worden, hetgeen wel moeiteloos lukte. Brahja Trio, dat twee slots mocht vullen op de Garden Stage, roepen we op basis van dat eerste slot uit tot ontdekking van de avond. De uit New York afkomstige saxofonist Devin Brahja Waldman speelde samen met Georgia Wartel Collins op contrabas en Joakim Heibø Johansen op drums. De repetitieve baslijnen waren aanstekelijk in al hun eenvoud en zorgden voor een hypnotiserend ritme waartegen de soms hectische, soms melodische lijnen van de saxofoon prettig afketsten. Het zorgde voor het nodige energie-opstootje op exact het juiste moment.
Nog een les muziekgeschiedenis volgde met het optreden van Terence Blanchard & Ravi Coltrane. Blanchard zei dat hij graag in Gent speelde, omdat hij hier het gevoel kreeg dat het publiek altijd van een goede muzikale opvoeding had genoten. Het mocht geen nostalgisch concert worden, want de muzikanten die hier zouden geëerd worden - Miles Davis en John Coltrane - zouden nooit toegestaan hebben dat er achterom werd gekeken. Vooruit dan maar, met een set die opnieuw virtuoze rondjes draaide rond enkele muzikale frasen. Op één moment herkenden we een stukje, het bleek om een stukje uit de soundtrack van sneeuwwitje te gaan: Someday My Prince Will Come. De melodie werd geïntroduceerd, gerepeteerd en geïnterpreteerd gedurende tien minuten. Het was één van de momenten, waarop we even wakker schoten op ons stoeltje, daar achteraan op het balkon. Snel daarna waren we opnieuw verloren in de zoveelste solo. De regie bracht vooral details in beeld, waardoor een zicht op het samenspel ook nog eens verdween.
Het Sun Ra Arkestra toonde hoe het anders kon. Eerst en vooral waren ze uitgedost in glitterpakjes, die gemaakt leken uit isolatiedekens, en droegen ze absurde hoofddeksels. Alles deed denken aan Egypte en aan Ra, de zonnekoning. Zangeres Tara Middleton zag eruit als een zonnegodin, met gouden kroon, gouden kleed en blauwe lippenstift. En het beste van al: ze had een stem als een klok. Het Arkestra speelde wel degelijk solo's. Er was plaats onder de zon voor elk van het dozijn muzikanten, maar ze zaten organisch in de nummers verwerkt. Het publiek leek even ontredderd, toen het moeilijk bleek om er applausjes tussen te plaatsen. Vooral speelden ze heel gevarieerde muziek, die soms aan New Orleans deed denken, soms aan spirituele soul, en bij momenten zelfs aan gospel. En steeds was er een gezonde dosis humor om de sfeer erin te houden, die aansloot bij het beeld dat ze onderhielden van muzikanten, die van voorbij Mars uit de ruimte tot bij ons waren gekomen om te entertainen. Het had een hoog 'Wally in Space'-gehalte, maar uiteindelijk slaagden ze er wel beter in dan de onsterfelijke aardbewoners die hen op dit podium vooraf waren gegaan.
