Gent Jazz 2017 Dag 5: Shabakamasi

Bijloke, 6 juli 2017 - 15 juli 2017
Gent Jazz 2017

De affiche van Gent Jazz is rijk genoeg om nog een vers blik jazzgeweld aan te laten rukken. Enter King Shabaka en zijn Ancestors en de Grote Vriendelijke Jazzreus Kamasi Washington. In hun kielzog was er nog wat goed volk zoals drum & beat scientist Makaya McCraven, Robert Glasper Experiment en het sensationele Stuff! Daarom: Hoera!

Hoera! ook, omdat de Antwerpse broers Bert en Stijn Cools (Book Of Air,...) met Gentse basbroeder Dries Laheye van de partij waren. 'Beestentijd' scoorde bij ons net als het wondermooie debuut 'Pracht' hoge ogen. Dat heeft te maken met het intimistische karakter van de muziek van deze jongens. Stille waters, diepe gronden, zeg maar. Voor de set op Gent Jazz werd geen werk van die albums opgedist, maar werd de wereldpremière van een volledig nieuw project gehouden. Voor 'Emimo' slaan ze de handen in elkaar met elektronicakunstenaar Hiele en het vierentwintigkoppige, Litouwse Jauna Musica Choir.

De intieme, zijdezachte klanken zitten hen in het DNA, maar met de samples van een Litouws koor erbij werd al gauw uit een heel ander vaatje getapt. Het werd een verstilde jazzset; traag, dromerig en fantasierijk, met vele ijle klanken waarin je al eens een vinylkraakje hoorde, maar evengoed verrijkt door de knisperende elektronica van Hiele. Het trio, nu een kwartet, teert in grote mate op improvisatie en maakt bijzonder intrigerende muziek. Jazz, maar zoals u die nooit eerder hoorde. Bert Cools bespeelde zijn gitaar bijvoorbeeld onorthodox als een cello, terwijl hij verderop een eerder sacrale folkinsteek aanbracht.

Tussen de nummers was vrijwel geen pauze voorzien, alsof de groep de hen toegestane tijd volledig wilde benutten en een totaalervaring wilden aanbieden. Begeleid door subtiele visuals, liet Hoera! voor een aandachtig luisterend publiek de kans niet varen om te bewijzen dat ze die Jong Jazztalent Gent-prijs dik verdiend hadden.

Op de Garden Stage gaf beat scientist en potig drumbeest Makaya McCraven vervolgens drie uiteenlopende sets ten beste. Ook nu maakte de drummer uit Chicago vooral indruk met composities afkomstig uit 'In The Moment', net zoals hij dat eerder in de Rataplan deed.

Makaya liet zijn pretty wacked-out drumskills hier de vrije loop en dat bekoorde duidelijk. Ook ging hij aan de slag met door elektronica gestuurde samples en improviseerde hij vrijelijk van het ene naar het andere hoogtepunt.

Zijn eerste set trapte hij af met een vrije herwerking van Coltrane's After The Rain, maar dat was slechts een aanloopje om tot eigen werk te komen. Met de trompet van Marquis Hill, de solide bas van Junius Paul en het bluesy gitaarwerk van Matt Gold kreeg hij algauw het publiek op zijn hand. Ook tijdens de latere sets viel op hoe het publiek maar al te graag naar de Garden Stage terugkeerde om er McCraven aan het werk te zien. Wij onthouden vooral de immense polyvalentie; enerzijds hield hij de aandacht vast, anderzijds was hij vrijgevig genoeg om ook zijn collega's zoals trompettist Marquis Hill te doen schitteren.

Intussen was Robert Glasper aan zijn set begonnen. Voluit heet dat dan The Robert Glasper Experiment, een meer uitgebreide setup dan zijn trio. Glasper werkte zich onlangs in de kijker met een neosoulode aan Miles Davis, maar verwierf vooral bekendheid met 'Black Radio', African-American music met jazz- en vooral gospelwortels en terend op groovy vibes.

Glasper ging vooral op de piano en toetsen tekeer en liet zeker geen slechte indruk na, al kan je opmerken dat zijn muziek soms net iets te veel richting muzak uitging, hetgeen deels te wijten was aan de vocoderstemmetjes van zanger Casey Benjamin (die ook nog eens de saxofoon en de keytar hanteerde). Samen met zijn collega's bracht Robert Glasper een steriel klinkende set met onder meer achtergrondloungemuziek, die zo lui en mellow van aard was dat je als luisteraar soms echt in slaap sukkelde.

Wat hij of zijn band ook probeerden, er kwam maar bitter weinig respons uit de zaal. Op Benjamin na had je niet echt de indruk dat deze groep zich daadwerkelijk amuseerde. Veeleer leek het op een verplicht nummertje. Aan het einde van de set werd er iets meer vaart gemaakt, maar ook dat bleek een maat voor niets. Een streepje Sade (Sweetest Taboo), een flardje If I Was Your Girlfriend (Prince) konden de zaak niet redden. En de hemeltergende cover van Smells Like Teen Spirit (Nirvana) deed er ook al geen goed aan.

Glasper gaf tijdens zijn set op Gent Jazz niet de indruk echt voluit te gaan. Als er iemand de show stal tijdens diens optreden, was het wel drummer Justin Tyson, die de drumgrooves lustig rondstrooide.

Dan maar terug naar de side stage waar onze drumvriend Makaya McCraven alweer van jetje zat te geven ("This festival is dope", zo introduceerde hij zijn set). De Garden Stage liep weer snel vol, wat de aantrekkingskracht van de vrije improvisatie van McCraven nog eens beklemtoonde. De tweede set van McCraven deed de al te mellow sounds van Glasper wegsmelten en bleek een ideale inleiding tot de prikkelende elektronica van...

STUFF., dat was een bijzonder straffe, verfrissende set vol sci-fi psychedelica, waarin alleen maar het allerbeste werd bovengehaald en het stof van de Belgische jazzgeschiedenis werd afgeblazen. Dit was hybride liefde voor oude en moderne technologie. Al van bij aanvang bleek hoe zij vol zelfvertrouwen zitten. Met Lander Gyselinck hebben ze een mirakeldrummer in huis en Dries Laheye haalde zijn meest funky baslijnen boven.

De elektronicagetinte sound met zwierige grooves was een genot, maar tegelijk bleef het ook organisch en was er meer dan voldoende ruimte voor forse improvisatie. Minstens zo belangrijk was geheime wapen Mixmonster Menno en de EWI (Electronic Wind Instrument) van de beweeglijke Andrew Claes, die mee het specifieke STUFF.-geluid bepaalde. En dan waren er nog de keys van Joris Coluwaerts.

De mix van elektronische fusionjazz, funk, soul en hiphop (met invloeden van Weather Report) was onweerstaanbaar en nodigde uit tot dansen. Hoogtepunten? Een kolkend Strata dan maar of Colibri (vogels vangen voor gevorderden). Begeleid door een stevige lichtshow bracht STUFF. veel spektakel. Maar er waren ook lichtere sfeermomenten. Deze jongens zijn klaar voor buitenlandse avonturen, zoveel was duidelijk. Benieuwd welke onverwachte wendingen de al stevig gelanceerde carrière nog gaat nemen.

De groep nam het talrijke publiek mee op een spacey trip. Op het einde leek het wel of ze terug in de zweterige White Cat in het Patershol zaten te spelen, waar alles ging ontploffen. Een stevige bisronde volgde nog. Game, set and match voor STUFF. dus.

En toen was het de tijd voor Mr. Kamasi Washington, eminent lid van de West Coast Get Down, die je zo zou omarmen; een warme mens, een spirituele soulbrother die love, harmony and peace predikt. Net zo warm en spiritueel is zijn muziek, ook al gaat die soms gepaard met een stevige portie rebellie.

"Let's have some fun", waren zijn eerste woorden. Met twee drumstellen en veel peper in zijn saxofoon bleek al snel dat het publiek gulzig uit zijn handen at. Washington stond eerder al op Gent Jazz, maar liet toen een te makke indruk na. Dat kan gelegen hebben aan het feit dat hij voor een zittend publiek speelde. Deze keer ging hij er op de Main Stage, voor staande toeschouwers, net iets te voluit voor. Niets tegen een artiest, die je zin doet krijgen om mee dat podium op te klauteren en een stukje vrolijk mee te toeteren, maar iets meer nuance en subtiliteit hadden niet misstaan.

De ellenlange nummers, de bombast en de epiek zijn eigen aan Kamasi. Maar tezelfdertijd gaf hij veel ruimte; zijn vader Ricky Washington (dwarsfluit, sopraansax) kreeg bijvoorbeeld een gastrol. Ook drummers Jonathan Pinson en Robert Miller, trombonist Ryan Porter, pianist Brandon Coleman en bassist Joshua Crumbly gaf hij meermaals de gelegenheid voor erg lang uitgerokken solo's, die sterk de vaart uit de set haalden.

Uiteraard greep hij met tracks als Askim grotendeels terug op 'The Epic', maar gelukkig werd ook nieuw werk aangesneden zoals het door Brandon Coleman gepende en met de soulstem van Patrice Quinn verrijkte Black Man. Jammer genoeg bleef het bij een enkele, zij het lang uitgerokken flits.

Heel even maar kregen we een flard fenomenale jazzmagie te zien. Hij speelde met veel bezieling, maar ons favoriet moment uit de set bleek een enkele, intieme solo op saxofoon. Te weinig om een headlinerslot te verantwoorden.

Op de Garden Stage was het dat de enige echte headliner van Gent Jazz stond: Shabaka And The Ancestors. Hij creëerde een zalig stukje Afrika in Gent; een rijke geluidenwereld waarin je niet enkel de muzikale geschiedenis van de Ethiopische jazzster Mulatu Astatke, maar ook de invloed van Orlando Julius en zijn Heliocentrics ontwaarde. Rond zich had hij een hemelse bende Zuid-Afrikaanse muzikanten verzameld. Mee aangevuurd door trompettist Mandla Mlangeni bracht Hutchings muziek die urgent klinkt. Hedendaags, maar universeel Afro-futurisme, zoals te horen was in nummers als Joyous.

Halverwege kon de pret niet op toen pa Ricky Washington in de coulissen zijn opwachting maakte. Het duurde even, maar Shabaka liet hem maar al te graag een stukje meetoeteren. En alsof dat niet genoeg was, kwam ook zoon Kamasi Washington zich nog even moeien. Op een festival, zo legde Hutchings uit, gaat het om verbroedering, om banden smeden. Zijn roots lagen dan wel deels in de Caraïben, deels in London, maar hij zag er geen graten in om kennis te maken met de West Coast Jazz sounds van Kamasi Washington. En nu de mogelijkheid zich aandiende, maakte hij daarvan maar al te graag gebruik.

Nadat Hutchings eerder met Sons Of Kemet Gent Jazz op stelten zette, deed hij dat hier met zijn Ancestors nog eens rijkelijk over. Met passie en met de intentie om iedereen overstag te doen gaan, zorgde hij voor een hoogtepunt van een rijkelijk gevulde dag.

Tussendoor hoorden we tribal percussie en poëtische gedachtenstromen die soms pamfletterig leken ("The republic of the mind, the republic of the heart" om te eindigen met het verstillende "Black Lives Matter") en soms duidelijk politiek getint waren (een oproep tot gelijke behandeling van vrouw en kind en kritiek op materieel bezit). Toch sloeg de boodschap aan dankzij die geweldige geleider die muziek heet.

Dit was voedsel voor de ziel. Geen commercieel menu, maar waarachtig, diep spiritueel comfort food voor eenieder die luisterde. Een heerlijk concert om deze fijne festivaldag mee af te ronden. Een magistraal hoogtepunt.

Ook nog even vermelden dat Steiger de Jong Jazztalent Gent Award 2017 won. Zij zullen dus volgend jaar te zien zijn op Gent Jazz. En ook de nog jonge band Hast viel in de prijzen. 


16 juli 2017
Philippe De Cleen