Makaya Mc Craven In het moment

Makaya Mc Craven

Makaya McCraven, drummer-componist uit Chicago, had wat vrienden opgetrommeld om een bijzonder stomende set te spelen in het door financiële zorgen geteisterde Rataplan. Hij presenteerde er 'In The Moment', een album dat tot de allerbeste jazzalbums uit 2015 gerekend  mag worden. En hoewel McCraven in de Rataplan met een uitgedunde bezetting aantrad, liet hij een erg krachtige indruk na.

De avond werd in een bijna volgelopen Rataplan voor open verklaard door de eveneens uit Chicago afkomstige gitarist Jean-Paul Bourelly (Stone Raiders, Citizen X, Il & Wah), die samen met Far From Earth (Olivier Stallon op bas, David Thomaere op keys en DJ Courtasock aan de turntables) eenmalig een set kwam brengen.

Bourelly gaf van bij het begin aan dat de set grotendeels geïmproviseerd zou zijn. Zodoende kregen we in drie kwartier speeltijd drie losse freeformjams waarbij de gitarist, wiens bluesy gitaarspel naar dat van Jimi Hendrix neigde, zich omringd wist door een funky orkest. Zo was er de uitstekende inbreng van DJ Courtasock, verantwoordelijk voor ritmes, scratches, beats en trompetsounds. Samen met keyboardspeler David Thomaere)  exploreerden zij nieuw en onbekend terrein.

Bourelly soleerde als de beste, maar liet zijn gitaar soms ook als een diepe bas klinken. Het resulteerde in een aardige, maar helaas niet volledig overtuigende set, waarbij we beurtelings aan de P-funk van Prince en dan weer aan het kosmische van Sun Ra moesten denken.  

En dan was het na een kleine break tijd voor de hoofdact. McCraven werd geboren in Parijs, maar kwam al snel in Chicago terecht. Als zoon van freejazzmuzikant Stephen McCraven (Yusuf Lateef, Sam Rivers,...) zat het musiceren hem al van jongsafaan in het bloed. Een volbloedmuzikant dus die zelfs op jonge leeftijd (McCraven is er drieëndertig) al met een netwerk aan uiteenlopende muzikanten zoals Archie Shepp en Marcus Strickland heeft samengespeeld, hetgeen hij in zijn set in de Rataplan ook volop etaleerde.

In de Rataplan werd hij onder meer geruggesteund door fantastische muzikanten als gitarist Matt Gold en stertrompettist Marquis Hill. Op die manier maakte hij van improvisatie een kunstvorm. Dat hoorde je al van bij de erg krachtig gespeelde opener The Jaunt. Daarin kon de meesterdrummer meteen al laten horen dat hij over een fenomenaal talent beschikt. Hij wisselde vlotjes tussen de meest waanzinnig complexe drumritmes tot meer subtiel uitgevoerde tikjes. Na één nummer had hij zichzelf al danig in het zweet gewerkt en moesten we meteen al naar adem happen. Krachtig "power play" van McCraven die duidelijk wilde laten horen wat hij in huis had.

Iets verderop kregen we This Place, That Place, waarin een meer gevarieerd en vooral meer verfijnd groepsgeluid naar voren kwam; met dank aan de naar Bill Frisell neigende gitaarlijnen van Matt Gold. Regelmatig doken er ook elektronische manipulaties en loops op en was McCraven veeleer een beatwizard / beatscientist dan een drummer. Een waanzinnige kruisbestuiving, waarin het opwindendste van jazz, soul, funk en hiphop met elkaar versmolten, hetgeen ten zeerste op prijs gesteld werd door het regelmatig applaudisserende publiek.

De verbluffende methode van het album wist hij ook naar een livesetting te vertalen. Het moment werd vastgegrepen en werd een lang aanhoudende tongkus gedraaid door de grond om te wroeten en te blijven gaan. She Knew, een fragment uit het nieuwe 'E&F Sides', bijvoorbeeld werd ronduit heerlijk bij elkaar gejamd.

McCraven nam de hele jazzerfenis en lardeerde die rijkelijk met gulle scheuten hitsige ritmiek en hiphop. Bovendien huldigde hij een aanpak waarin het groepsaspect duidelijk naar voren kwam. Samen met McCraven maakte de subtiele Junius Paul op bas de ritmesectie uit. Zij smokkelden grooves en ritmisch plinke-plonke uit West Afrika, Brazilië en fiftiesjazz het podium op en lieten dat aanvullen door de rustige Rob Clearfield op keys en vooral door trompettist Marquis Hill, wiens solo's al eens naar de luchtige cool van Miles Davis knipoogden.

Allen bleken ze erg flexibele en wendbare meesters der improvisatie. Regelmatig vielen ze in, speelden een solo, en namen even afstand. Zo had elke muzikant een eigen inbreng in het geheel, al bleef het vooral McCraven die zijn personeel aanstuurde zonder echt nadrukkelijk luid te gaan spelen. Wat hij en zijn bende op het podium tot stand brachten, was modern, opwindend en vooral ronduit fascinerend. De band weefde zich als het ware doorheen het web aan albumfragmenten als A New Movement. En met The New New Untitled gaven de heren iets volledig nieuws vrij; een prikkelende track, die dromerig klonk en gaandeweg zowaar even Pink Floyd in herinnering bracht.

McCraven en band stonden op scherp en speelden een erg geconcentreerde set. Er was de hitsige uitvoering van Finances; heel open, heel vrij en toch een onhoudbare spanning opbouwend; heerlijk samenspel dat in een climax uitmondde. Op het einde kregen we nog een bis in de vorm van een zondagszalig lui There Comes The Time, dat McCraven al solerend graag aan drummer Tony Williams opdroeg. Op het einde schakelde hij helemaal onverwacht over op een geïmproviseerd swingerig coda, alvorens het concert helemaal af te ronden. Game, set en match voor McCraven, die nadien dankbaar plaatjes signeerde in de foyer.

Een krachtig en groovy concert van een moderne jazzreus in wording. McCraven wordt al eens met Kamashi Washington vergeleken. Natuurlijk zijn het "spiritual brothers in jazz adventures", maar dat neemt niet weg dat McCraven veel subtieler, innovatiever en vooral organischer tewerk gaat dan zijn saxgerichte collega. Zij, die erbij waren, in die ruimte en op dat moment, kregen een glimps van een muzikant wiens toekomst nu al gebeiteld is.


November 3, 2016
Philippe De Cleen