Flogging Molly

Over The Who, de Champions League en bierbuiken

Kevin Vergauwen
Ancienne Belgique, Brussel8 november 2008

De vijfde studioplaat van het immer populaire Flogging Molly draagt de titel ‘Float’. Het schijfje werd opgenomen in Ierland onder leiding van Ryan Hewitt (zie ook Red Hot Chili Peppers en Cat Power). Bij enkele kritische luisterbeurten blijkt het album allesbehalve vernieuwend te klinken. Maar de band maakte sinds onze eerste ontmoeting - een vijftal jaar geleden - live meer dan de nodige progressie. De ravage die werd achtergelaten na het concert in de Brusselse AB spreekt dan ook boekdelen.


Vooraleer de orkaan passeert, mag het Hawaïaanse trio Pepper het overwegend jonge publiekje opwarmen. Opgepikt door Flogging Molly zelf tijdens de vorige editie van de ‘Warped Tour’ (een rondtrekkend skatepunkfestival) mogen ze al vroeg rekenen op heel wat reactie uit de zaal.



Muzikaal brengen de heren er weinig tot niks van terecht. Denk aan een platte mix van Red Hot Chilli Peppersbaslijnen over een dosis ska-akkoorden, die beiden even samenhangend zijn als Barack Obama en Hillary Clinton tijdens een verkiezingsdebat. Voor entertainment zorgen de heren echter wel. Het is dan ook makkelijk scoren met een bassist die eigenlijk liever Danko Jones was geweest en er bovendien op kickt om de punks uit de bol te zien gaan op Bro Hymn Tribute van Pennywise (u weet wel: de irritante ohohoh-koortjes die te pas en te onpas tussen “hoeren” worden geschreeuwd op festivals).

Flogging Molly
 
Neen, geef ons dan maar het echte werk. Tijdens de introtape van Flogging Molly zien we even enkele jongelingen de wenkbrauwen fronsen. Waar is de tijd dat iedereen Baba O’Riley van The Who nog letterlijk meeschreeuwde? Wat volgt is anderhalf uur total madness. Wilde rondedansen in een moshende menigte, bekergevechten tussen de eerste verdieping en het gelijkvloers, crowdsurfende tieners, een regen van bier (wie dacht dat hij bij Rowwen Hèze alles had gezien is er aan voor de moeite) en bovenal een dosis ongebreidelde no nonsense punk-folkrock.
 
Dat frontman Dave King, bezieler en bovendien enige echte Ier van het zevenkoppige gezelschap, tijdens het openingssalvo (No More) Paddy’s Lament, het luidkeels meegebrulde The Likes Of You Again en Requiem For A Dying Song even last heeft van technische problemen doet er dan al lang niet meer toe. Het feestgedruis gaat onverstoorbaar verder. Whistles The Wind groeit uit tot hun eigen Kleine Café Aan De Haven en doorbraaksingle Drunken Lullabies drijft de massa steeds tot het uiterste. Rustpauzes zijn schaars. Wanneer King zich toch even aan een praatje met het publiek waagt, gaat dit voornamelijk over de politieke situatie in Ierland en de hoeveelheid Guinness die de band binnenwerkt tijdens dergelijke tournees.
 
Het overmatige drankgebruik op het podium schijnt over te slaan op de kokende massa, die zich volledig overgeeft aan snoeiharde versies van Within A Mile Of Home, Seven Deadly Sins en Black Friday Rule. Op de tonen van Lou Reeds Perfect Day valt het doek, duikt de helft van de behoorlijk bezopen band het publiek in en worden shirts gretig gewisseld. Of hoe er toch nog een verband kan gelegd worden tussen The Who, de Champions League en bierbuiken.
← Terug naar overzicht