Enfant Terrible label night
Internationaal onderonsje
Jan Vael
Magasin4, Brussel — 8 november 2008
Het Brusselse pand Magasin 4, waar in de voorbije jaren tal van undergroundoptredens plaatsvonden in diverse genres, gaat naar alle waarschijnlijkheid binnen afzienbare tijd tegen de vlakte om plaats te maken voor appartementen of kantoren. We grepen dan ook de kans aan om er wellicht voor de laatste keer heen te trekken, ter gelegenheid van het mini-festival rond artiesten van het Nederlandse cultlabel Enfant Terrible.
Het Nederlands was die avond overigens niet echt de voertaal, want de geprogrammeerde bands zorgden vraiment voor een internationaal onderonsje. Enkel opener :Code(s) waren landgenoten, en zij brachten ons alvast in de gepaste stemming met hun rauwe elektronische muziek die invloeden verraadde van Le Syndicat Electronique en het vroege Front 242 ten tijde van hun debuut ‘Geography’. Achteraan op het podium zagen we uit het duister een man - en tijdens één nummertje ook een zingende vrouw - opdoemen…

Het soloproject Nosztalgia Direktíva, voorheen onder een andere naam actief op het thans opgeheven Franse label Invasion Planète Records, kwam helemaal uit Hongarije naar onze hoofdstad afgezakt. De valse start van zijn optreden door technische problemen kreeg hij er gratis bovenop, maar nadien konden we toch heerlijk wegdromen op ’s mans melancholische, minimale elektronica in de beste Third Wave traditie.
De groep die de meeste toeschouwers in beweging kreeg en alleen al daarom de publieksprijs verdiende, was het Duitse duo Wermut. Blijkbaar speelden zij hier hun enige liveconcert van 2008, en ook wij waren danig onder de indruk van wat we horen en zagen. Zanger Laszlo P.S. en toetseniste Sofia E.R., die later trouwens ook nog hun dj-kunsten zouden etaleren op de afterparty, serveerden een gevarieerde set. We kregen overwegend postapocalyptische minimal en rechttoe rechtaan electrodeuntjes, maar ook bijvoorbeeld een EBM-nummertje of een eerder ambient/krautrockgetint uitstapje waarin Laszlo zelfs eventjes de gitaar mocht omgorden.
Het Zweedse Agent Side Grinder torste dan weer duidelijk een postpunkverleden, wat vooral tot uiting kwam in de hypnotische zangstijl van… euh, de zanger. Hun rauwe, ongepolijste elektronica in de lijn van industrialpioniers als Suicide, Throbbing Gristle en Cabaret Voltaire klonk niet zo verteerbaar als de vorige band, maar daarom zeker niet minder origineel. Niet iedereen in het publiek deelde kennelijk die mening, want een of andere onverlaat besloot plots zijn bierbekertje leeg te gieten over de erg gedreven performende ASG-frontman. Mede daardoor speelde de topact jammer genoeg niet zo bijster lang, maar al bij al was dit een fijn concertje én festivalletje tout court.
