Emmy D'Arc
Een show die heerlijk onaf was
Johan Giglot
Ancienne Belgique, Brussel — 29 mei 2026
Wanneer je geplande concert in de AB-Club plots naar de grote zaal verhuist wegens enorme interesse, dan spreken we niet meer over “belofte”, maar over “artiest”. Net zoals je deze zomer op een festivalpodium mag staan met pakweg Lenny Kravitz (Lokerse Feesten), Katy Perry (Werchter Boutique) of Counting Crows.

Om maar te zeggen dat het hard gaat voor Emmy d’Arc, heel hard. En dat heeft natuurlijk veel te maken met het wondermooie, langverwachte debuut ‘Braving Fears’, waarin oprechte ballades doorheen de nachtelijk zwoele en enorm krachtige stem van de nog net twintigjarige songwriter weerklinken.
Dat de Limburgse charmezangeres er staat, hoeft geen betoog meer. Weldoordachte fotocampagnes van een kranige dame met akoestische gitaar ontpoppen zowat op alle socials. Met als resultaat een bijna uitverkochte AB-zaal. Je moet het dan ook maar doen, in je eentje op een groot podium, enkel met gitaar, piano en een arsenaal pedalen en loopstations voor het in real time opbouwen van muzieklagen. Oh ja, en met charisma natuurlijk, erg veel charisma.
Het concert bleek een intense bloemlezing uit het debuut, verrijkt met twee nieuwe blikken in de toekomst, waarvan we de bloedstollende pianoballade The Consequence voorgoed zullen blijven onthouden, al is het maar omdat we met gesloten ogen de geest van Sinéad O’ Connor goedkeurend zagen neerkijken. Een gelijkaardige emotie die we bij de verstilde versie van The Day noteerden, alweer met enkel piano en de kracht van stilte. Over dat laatste valt trouwens ook wel iets te vertellen, want het publiek van Radio 2-luisteraars, die het Aperol Spritz-terras durfden inruilen voor een bloedhete zaal, bleek uit te blinken in gereserveerdheid. Om maar te zeggen dat we regelmatig een speld konden horen vallen en enkel het gewapper van koeltewaaiers door de stilte sneed.
Niet dat het altijd zo stil hoefde, zeker niet. Want je kon maar beter een stapje achteruitzetten wanneer Emmy d’Arc de stem tot driemaal toe ontdubbelde en met extra hakkend gitaarwerk en zelfs een stompende beat “I never want to see your face again”, (Ghosts) in je gezicht slingerde, één van de vele keren dat ze tekstueel komaf maakte met een stukgelopen relatie.
Het gaat hem natuurlijk vooral om die stem, met een kracht die effectief die van O’ Connor evenaart (getuige de fantastische, afsluitende akoestische cover Troy) en tegelijkertijd een donkere Amy McDonald-gloed bevat. Die je laat smelten wanneer je mag vernemen: “There’s something about me and you”, of bij de ''k Vraag Het Aan'-vertolking van Azure Rays November, al is het maar omdat vriend Sam de zachtmoedigheid mee versterkt met zijn zweverige cello. Oh ja, en die andere TV-performance-cover Words (Don’t Come Easy) mocht natuurlijk ook meegezongen worden.
En dan gaan we nog voorbij aan de fijne foutjes; een clicktrack die fout werd ingezet, waardoor twee opstartpogingen nodig waren, een gitaar die fout werd aangegeven (of toch niet: de zwarte gitaar hing al rond haar hals – oeps) of een onverwachte gastperformance van Admiral Freebee, waarbij Emmy d’Arc grotendeels vergat om Rags 'N' Run mee te ondersteunen. “Ja mannekes, als je echt alles alleen moet doen …”, aldus het lachende excuus van de artieste. Maar je hebt het toch maar gedaan, als een echte Vlaamse Jeanne d’Arc. En het was onvergetelijk goed, die eerste echt grote zaalshow. Tot op een volgend festivalpodium, Emmy!
