Dour Festival

De temperatuur stijgt

Joost Van Liefferinge8 november 2008
Festivalterrein, Dour8 november 2008

De regenbui die de camping 's ochtends had geteisterd maakte van de zone rond de ingang een glibberige modderbaan. Rond de middag ging de temperatuur de hoogte in en liet de zon zich meer en meer zien. Op de verschillende podia stonden grootheden als Sick Of It All, Bright Eyes en ons eigen Goose.

De Clubcircuit Marquee bleef de draaischijf voor Belgische bands. Het was Foxylane die daar de vlam in de pan doen slaan. Gehuld in witte overalls over t-shirts met eigen logo speelde de band een zwoele set die het slijk ter plekke deed opdrogen. Hun funky electropop deed de aanwezigen de onrustige nacht vergeten. Ze mogen dan in het zelfde straatje als Goose zitten, hun muziek heeft ongetwijfeld een eigen gezicht en de twee zangers brachten de tent al vroeg op de dag tot een eerste kookpunt.



In de categorie meest logische bandnaam wint Sounds Like Violence wellicht een mooie prijs. De zweden steken IKEA-gewijs probleemloos harde gitaarrifs afgewisseld met schreeuwende stem in een mooie en verkoopbare verpakking. Maar zoals op elk product van de Zweedse meubelgigant plakte er tijdens deze set ook op Sounds Like Violence een niet zo lange levensduur. De ietwat teveel in Whiskey gedipte stem van frontman Andreas Söderlund zakte jammer genoeg snel door de mand.



Op de Red Frequency Stage – voor het eerst geopend op vrijdag – mocht Sean Lennon de zon in de ogen kijken. Zijn set was er één van luilekker genieten van de eerste zonnestralen. Het publiek was dan ook met geen stokken overeind te krijgen. Pas wanneer Lennon zijn akoestische gitaar verving door een elektrische en liet zien dat hij meer dan behoorlijk met dat instrument overweg kon, was er sprake van een beetje passie. Maar na Falling Out Of Love was het wachten tot afsluiter Would I Be The Same voor er weer enige beweging te bespeuren was op het podium. De liedjes zijn mooi, maar passen eerder in een kleine, donkere zaal dan op een groot zonovergoten festivalpodium.

Dour Festival

In de Eastpak Core Tent hadden we deze namiddag vooraan niet meer te maken met een doorsnee festivalpubliek. De tent werd omgetoverd tot ontmoetingsplaats voor gals and dudes die hun nieuwste karatétechnieken maar al te graag met elkaar delen. Eén van de Sensei’s (karatémeesters) van dienst was Terror, een Amerikaanse metalcore band die het publiek op zijn eigen manier probeert te begeleiden op een wilde stroom van loeiharde bassen, kreunende grunts en energieke gitaren. Alsof we nog niet doof genoeg zijn. Het was het bezoek bij de oorarts achteraf al bij al zéker waard.

The National
is goed op weg om de cultstatus stilaan te ontgroeien. Met hun vierde cd ‘Boxer’ lijkt de groep klaar om door te breken naar het grote publiek. De opkomst voor The Last Arena (het hoofdpodium voor de Dour-leken) was dan ook behoorlijk groot. Maar hun donkere songs liepen wat verloren op een groot podium onder zoveel zonneschijn. Zanger Matt Berninger liep als een autist over het podium terwijl hij met zijn handen geen blijf wist of zat gehurkt als een uit de kluiten gewassen foetus. Feit was dat hij met alle aandacht ging lopen terwijl hij op het juiste moment de longen uit zijn lijf schreeuwde en zijn ziel bloot legde. “I’m so sorry for everything” werd als een mantra gereciteerd en maakte van Baby, We’ll Be Fine een bijzonder hoogtepunt. Er was trouwens niks om spijt van te hebben, want over afzienbare tijd zullen de clubs te klein zijn om de aanhang van The National te herbergen.
 
Van een heel ander kaliber is wat geserveerd werd in de Dance Hall. Even voorstellen: NoMeansNo zijn de grootvaders van de hardcore. Zij hebben hun muziek steeds fris gehouden en geïnjecteerd met een behoorlijke scheut avantgarde. Wanneer de drie grijze eminenties hun set inzetten met een messcherp The Fall trok de meewarige glimlach om de mondhoeken van hen die niet vertrouwd waren met dit drietal in een oogwenk weg. Wie met zijn ogen dicht de set aanhoorde, dacht dat hier een stel jonge honden zijn gangen ging. Zanger/bassist Rob Wright beet zich met een verbeten blik vast in zijn publiek en was nog steeds kwiek genoeg om daar een dansje bij te maken. Ongetwijfeld is dit drietal pas gelukkig wanneer men hen in een houten kist van een podium draagt.

De lucht ruikt verdacht veel naar onreine lichaamssappen, dit ondanks de matige temperatuur en het weinige stof, toch een excuus om hoog tijd te baden in een heerlijk verfrissende jacuzzi aan pop- en rockmelodieën. Sharko, nu al door sommigen de dEUS van het zuiden genoemd, stond paraat op The Red Frequency stage. De derde cd “Molecule sloeg in als een bom in Wallonië, de naschok was groots in Feran. Ook deze live set was een parel, Sharko staat weldra in Vlaanderen ook voor de grote doorbraak. Zeg aan uw schoonmoeder dat wij het gezegd hebben.

Wat paella voor Spanje betekent, is Sick Of It All voor de New-Yorkse hardcorescene. Opvallende vergelijking? Nee hoor, er zijn zelfs enkele merkwaardige gelijkenissen. Het zijn beide stevige cultuurfundamenten, een lekkere mix aan vanalles en nog wat en dankzij hun naam zorgden ze voor streekbekendheid ver buiten de grenzen. De band toert al 20 jaar duchtig rond de wereld. Ditmaal was de nieuwste schijf “Death to Tyrants” het excuus om de Dourweide compleet onveilig te maken. Volgens kenners is deze granieten cd het beste werk tot noch toe. Live bracht de band het er meer dan stevig vanaf. Het dat onveilig maken van even hierboven mag je ook echt wel letterlijk nemen, zeker tijdens toppers als One of us VS them en bloedzuiger Call to arms. De EHBO-stand was dan ook wijselijk op voorhand ingelicht over deze bloederige doortocht.

Voor de Red Frequency Stage was het intussen verzamelen geblazen voor het vrouwelijk schoon dat Vlaanderens nieuwste sexsymbool Gabriel Rios van dichtbij wilde gadeslaan. Smachtend keken honderden vrouwenogen naar het kleine mannetje dat harten breekt met zijn Latijns-Amerikaans getinte popmuziek. Overbodig te vermelden dat nummers als Angelhead en vooral Broad Daylight luidkeels werden meegezongen. Wanneer een van hen erin slaagde om een t-shirt met daarop “Misses Rios” tot op het podium te gooien, was Rios behoorlijk gecharmeerd. Dat zijn set prima klonk, was uiteraard slechts bijzaak.
 
Hoewel Clap Your Hands Say Yeah op plaat soms best interessant klinkt, slagen zij er zelden in om die magie ook op een podium over te brengen. Hun onafhankelijkheid mag dan het nodige respect afdwingen, zelden lukt het hen om een show boeiend te houden. De stem van Alec Ounsworth klonk even vervelend als vanouds en had moeite om boven de muziek uit te komen. De rest van de bandleden bleken even ongeïnteresseerd als altijd. Eigenlijk hoefde dit voor ons helemaal niet.

Van een heel ander kaliber was Bright Eyes. Niet van een kleintje vervaard had wonderkind Connor Oberst het podium dit keer omgetoverd tot een big-band-setting met plaats voor strijkers, een toetsenist, twee drumstellen en een batterij percussie-instrumenten, allemaal ingepast in een smaakvol wit kader en afgezet met bloemetjes. Op een gigantisch scherm verzorgde een medewerker on the spot projecties. Elk nummer kreeg zijn eigen beelden mee. Gaande van kleurrijke broeksknopen tot ter plaatse geproduceerde vloeistofdia’s. Oberst pakte het dit keer groots aan. Ook muzikaal had hij zijn arrangementen aan de voor handen zijnde instrumentatie aangepast met ruimschoots aandacht voor violen en fantastische percussie. Slechts enkel kenners herkenden alle nummers die hij voor deze show had verzameld (zijn oeuvre wordt ook stilaan behoorlijk omvangrijk), maar daar stoorde geen mens zich aan. Dit optreden was tot in de puntjes verzorgd en was dan ook om duimen en vingers van af te likken.

Dat België verzot is op Dave Clarke behoeft, na zijn set van vrijdagavond, geen vraagteken meer. Erg gevarieerde set en vloeiend gemixt. Top notch! is wat wij ervan vonden. 

Gelukkig is The Last Arena op Dour in openlucht. Anders had Goose het dak van het kot er compleet afgespeeld. De Kortrijkse wereldburgers vonden het een welgekomen moment om iedereen een heftig poepje te laten ruiken. Na hun wervelende doortocht op Rock Werchter was het trio klaarblijkelijk vastberaden om ook het zuidelijke landsdeel iets te gunnen en Dour op zijn kop te zetten. Alsof ze daar nog geen problemen genoeg hebben. Genoeg communautaire praat, Goose kwam en zag dat het retestrak zat.

Zoals altijd bracht ook Skream ons weer anderhalf uur pure kwaliteit. Hoewel dubstep nog niet zo lang bekend is bij het grote publiek bezit deze jonge twintiger de capaciteit om zelfs de grootste leek, evenzo de meest apathische zatlap, ritmisch in beweging te zetten. Of rewinds een onderliggende afspraak was op Dour blijft evenwel een prangende vraag.

Als afsluiter van de Dance Hall kon Dj 3000 wel tellen. Afkomstig uit Detroit met Joegoslavische invloed en vervuld met Balkan ritmes. Dat hebben we geweten! De ondergrond van de Plaine de la Machine au Feu zal nooit meer zijn zoals hij geweest is.
← Terug naar overzicht