Donavon Frankenreiter

Genieten van tijdloze feelgood

Tuur Van Braeckel
Ancienne Belgique, Brussel8 november 2008

Omdat in 1972 niet alle jongeren Donovan, Robert of Jantje hoeven te heten, noemden de Frankenreiters hun pasgeboren oogappel Donavon. Anno 2007 is Donavon Frankenreiter nog steeds een ongewone naam, maar ligt deze al meer gemeenzaam in het oor. Als poulain van collega-professioneel surfer Jack Johnson en in tweede instantie van ene G. Love, maakte de man furore met z’n debuutalbum dat voor het gemak – hij blijft een surfer – ook ‘Donavon Frankenreiter’ werd genaamd. Z’n tweede cd ‘Move By Yourself’ kwam hij afgelopen zomer reeds op een wei in de buurt van Rotselaar voorstellen, wij gingen kijken of hij in de AB nog steeds even gevoelig van leer trok.

Het voorprogramma werd verzorgd door Axl Peleman die ‘Dagget weet’ kwam aanprijzen en dat was niet geheel toevallig. Peleman stak de jongste tijd niet onder stoelen of banken een enorme fan te zijn van het werk van Frankenreiter, Johnson, Ben Harper en Love, dus geen haar in zijn snor of baard die eraan twijfelde wanneer men hem vroeg om de show van vanavond te openen.  

Donavon Frankenreiter

Speciaal voor de akoestische gelegenheid had hij zich omgeven met een aardige percussionist en niemand minder dan Wigbert ‘Ebbenhout blues’ Van Lierde, één van Vlaanderens meest gerenommeerde studio-gitaristen en songwriters. Erg jammer dat hij slechts voor een paar nummers op gitaar werd gevraagd – de andere songs diende hij op bas af te werken. Gelukkig konden we het taaltje van Peleman vrij vlot begrijpen zodat zijn humoreske gig onze waardering mocht meenemen naar de metropool aan de Schelde.

Frankenreiter zelf kwam het podium op met dezelfde bezetting dan tijdens z’n vorige doortocht in de AB, aangevuld met een extra percussionist. Het onthaal was even warm en hartelijk aan beide zijden van de bühne. De band startte met enkele nummers van het tweede album en het was meteen duidelijk dat niet enkel ondergetekende maar zowat de hele zaal nog niet helemaal mee was met dit materiaal. Het klinkt dan ook iets minder poppy als de debuutschijf, het nijgt naar rauwe blues.

De sfeer kwam er wél volledig in als Frankenreiter het vroegere werk begon aan te snijden en zijn metgezellen elk op hun beurt liet soleren. Een fantastisch Whatcha Know About, het aan zijn zoontje Hendrix opgedragen Call Me Papa (drie keer raden naar welke rockgod de uk werd genoemd) en On My Mind passeerden allemaal de vrolijke revue.  

Donavon werd er zo opgewonden van dat hij zijn leren cowboyjekker prompt in het publiek smeet – enkele nummers en glazen wijn later realiseerde hij zich echter dat z’n portefeuille er wel nog kon insteken. Met de cover With A Little Help From My Friends en de knaller It Don’t Matter doet de band een gesmaakte poging om de interactiviteit ten top te drijven.

Het succes van Frankenreiter ligt ‘m in zijn feelgood-songs, gezongen met een aangenaam zachte, licht melige stem en een perfecte vertolking van de op het eerste gehoor erg simpele, bijna minimalistische songdeuntjes – wat uiteraard een kunst (en dit laatste op zijn beurt een cliché) op zichzelf is.

De sound is dan ook perfect nuttig als compagnon bij het autorijden, bij het lezen van een niet al te moeilijk boek of bij het mijmeren aan een zomers kampvuurtje op het strand. Wild worden wij er niet van maar dat hoefde deze keer ook niet, we hebben genoten van tijdloze klasse. 
← Terug naar overzicht