Domino '08: Baby Dee, Library Tapes
Minder dan de som der delen
Lene Hardy
Ancienne Belgique, Brussel — 8 november 2008
Het zou noch onrespectvol, noch onjuist zijn om Baby Dee een freakshowdiva te noemen. De roodharige transseksueel werkte namelijk als hermafrodiet in een circus op Coney Island toen ze vriendschap sloot met Antony Hegarty (juist ja, die van Antony & the Johnsons) en ontdekt werd. Baby Dee is echter meer dan enkel een gimmick. Ze is klassiek geschoold en haar liveband, met onder andere Matt Sweeney en Alex Nielson van Bonnie “Prince” Billy, is méér dan het vermelden waard.
Voorprogramma Library Tapes verenigt twee van onze favoriete dingen in zijn naam. Dat alleen al is een reden om het soloproject van David Wenngren nader te bekijken. De schuchtere Zweed deelde het podium enkel met een piano, een mp3-speler, een fles sinaasappelsap en een windklokje zoals er wel eens bij hippies aan de keukendeur hangen.
Vreemd genoeg leek niet de muziek te primeren, maar de projecties op het scherm, die Wenngren nauwgezet in de gaten hield. Ze toonden trage natuurbeelden in combinatie met menselijke constructies waarbij de natuur altijd de bovenhand kreeg. Ons bekroop vooral het gevoel dat de Wenngren wat te vaak naar 'Koyaanisqatsi' gekeken had en het geheel in miniatuurversie wou overdoen. Sfeervol was het wel, maar binnen enkele dagen zijn we het voorgoed vergeten.
We ervoeren de piano als bijzonder storend. Die was zo geplaatst dat de helft van het publiek niet kon zien wie erachter zat. Baby Dee was het volmondig met ons eens. Ook zij vond het maar niets dat ze haar band niet kon zien vanachter die “big stupid piano”.
Het eerste wat de hoofdact ons liet weten, was dat ze zich een beetje ziek voelde. Greg Dulli nog indachtig vreesden we voor het ergste, maar onterecht, zo bleek later. Het pianospel van Baby Dee overtrof dat van haar voorprogramma op alle vlakken. Er wordt wel van artiesten gezegd dat ze een theatrale stem hebben, maar in het geval van deze dame is dat adjectief zeker op zijn plaats. Ze had haar beroep kunnen maken van het vertellen van sprookjes en dat heeft ze ook gedaan in zekere zin. Haar teksten lezen als tragische, dromerige liefdesgeschiedenissen.
De grootste troef van Baby Dee is echter haar groep. Die kwam naar gelang het concert vorderde langzaamaan het podium opgedruppeld: eerst cellist John Contreras, dan drummer Alex Nielson en vervolgens de rest van de zeskoppige begeleidingsband. Tot ons grote genoegen deed ook Will Oldham himself mee en dat kwam de muziek enkel ten goede. Zijn gitaarspel was erg bepalend voor de sound.
Hoewel de afzonderlijke delen – de stem, de muziek, het theatrale - meer dan behoorlijk waren, kon het concert van Baby Dee nooit beklijven. Het belangrijkste ingrediënt ontbrak namelijk en dat waren de songs. “It was a good show” vond Will Oldham. Wij konden jammer genoeg niet instemmend knikken.
