Deerhoof Op een hoopje

Het Bos, Antwerpen, 10 mei 2018
Deerhoof

Deerhoof draait al meer dan twintig jaar, vijftien albums en zevenhonderd shows mee. Bij zowat elke nieuwe release doen ze België aan. Geen volle zalen, maar dat hoeft niet te verbazen: ze halen elk genre dat ze aanraken vrolijk door de noise-molen en overgieten het resultaat gul met hun trademark surrealisme-saus.

Voorprogramma Ugly Weirdo toonde zich de recente finaleplek in de Humo’s Rock Rally waardig. Frontman Sigi Willems bezingt op charmante wijze Vegan Punk Girls, Star Wars en teen angst. Hij werd vergezeld door broer Boris op bas en een gitarist die op het verkeerde podium gestapt leek te zijn, maar smaakvolle, koele lijntjes uit zijn metal-gitaar toverde. Zelf triggerde hij drumcomputers, synths en weirde sound effects allerhande.

Nowhere Home is als song alles wat ze moet zijn en niks meer, de bijtende drums van I Feel Like A Jedi creeërden in tandem met de in delay gedrenkte gitaren een behaaglijke melancholie. Fail To Live Outside My Mind leek dan weer ontwikkeling te missen om haar lengte te rechtvaardigen. We zagen een plaatje dat klopte en hoorden een band met een frisse sound en al een handvol songs op zak die er mogen wezen.

Het volgende plaatje heette Deerhoof: drummer Greg Saunier, gehuld in een feloranje broek, slungelachtig over zijn tot het absolute minimum herleidde drumkit gebogen. Ed Rodriguez, Zuid-Amerikaanse gitaargod, recht uit een shampoo-commercial, hoog boven zangeres Satomi Matsuzaki uit torenend. En links van Matsuzaki’s kinderlijk enthousiaste danspasjes, gitarist John Dieterich, normcore.

Het moet gezegd, dit zootje ongeregeld speelt zowat elke gestyleerde rockband op een hoopje. Met I Will Spite Survive na opener Flower werd onmiddellijk een sprong van veertien jaar gemaakt. Het onthulde weinig nieuws: hoewel Deerhoof er nog steeds in slaagt zowat elk album anders te doen klinken, blijven ze ook steeds hetzelfde. ‘Mountain Moves’ klonk klaar en melodieus, maar wanneer live de productiefranjes van de songs gingen, vloeide het glitchy Bad Kids To The Front zomaar over in de disco-grooves van Come Down Here And Say That.

Veel toeters en bellen had de band dan ook niet voor handen. Maar wat Deerhoof doet met drums, bas en gitaren hoorden we nog nergens anders. De tempo’s van songs leken van elastiek, en konden in luttele seconden wegsmelten of escaleren. Sauniers razend spannende drumstijl stond trouwens in aardig contrast met de twee hilarische, gortdroge monologen die hij afstak (alweer de tuinkers). Een song als Last Fad geeft dan weer een aardig idee van de gitaar-extravaganza waar Dieterich en Rodriguez een uur lang in excelleerden.

Dat het geluid niet helemaal goed zat, kon niet deren: we stonden tot het einde te grijnzen terwijl we van het ene hoogtepunt (Spirit Ditties Of No Tone) in het andere (Twin Killers) rolden. Een concert dat we met plezier tien keer zouden bijwonen. Laat ons hopen dat Deerhoof nog eens twintig jaar lekker onpretentieus zijn ding doet.


13 mei 2018
Kasper Cornelus